Opinie

De bladzijdes die we verslinden deze zomer

Welke boeken mogen mee in de vakantiekoffer? De zomer is een perfect moment voor een debat over literatuur.

Citaat van de Japanse schrijver Murakami, aan de muur van een boekwinkel.
Citaat van de Japanse schrijver Murakami, aan de muur van een boekwinkel. Foto Rob van Dullemen

Beste lezer, geeft u maar eerlijk toe: behoort u tot de honderdduizenden die op het strand de boeken van Lucinda Riley lezen, over de wederwaardigheden van zeven zussen? Of kiest u toch liever voor de ‘hoge’ literatuur van Pfeijffer, Van Essen en Uphoff?

De eerste groep kan zich gesterkt voelen door Rosanne Hertzberger. Zij betichtte de literatuurliefhebbers van hautain gedrag, onder meer omdat zij op Riley zouden neerkijken. Mede naar aanleiding hiervan besloot NRC-Boekenchef Michel Krielaars om zich ook maar eens in de populaire zussenreeks te verdiepen. Zijn oordeel is niet onverdeeld positief. Eerder al verdedigde Krielaars echte boekhandels en ‘hoge’ literatuur ‘als alternatief voor een door debilisering gedomineerd medialandschap’.

Hoe u ook in deze discussie staat, de zomer is het perfecte seizoen voor een debat over boeken. Wordt er überhaupt nog wel voldoende gelezen, vroeg recensent Sebastiaan Kort zich bijvoorbeeld af naar aanleiding van drie recentelijk verschenen boeken over dit thema. Hij neemt het op voor de aspirant-lezer die van ver moet komen, maar die zich uiteindelijk overgeeft aan ‘de lange, vervelende, soms ook doodsaaie, maar uiteindelijk enorm lonende voettocht van Telekids naar Proust’.

Maar over boeken moet je niet alleen praten, je moet ze uiteindelijk toch vooral lezen. Gelukkig stelde onze Boekenredactie een lijst op met 39 boeken die in de vakantiekoffer thuishoren. Hier zitten hoog-literaire romans tussen, zoals het experimentele Kamers antikamers (●●●●) van Niña Weijers, het epische Otmars zonen (●●●●●) van Peter Buwalda en het exuberante Vallen is als vliegen (●●●●●) van Manon Uphoff.

Lekkere non-fictie is er ook. Bijvoorbeeld van Angela Wals, die het criminele verleden van haar vriend optekent in De jongen die wilde mislukken (●●●●). En Eva Meijer schrijft indringend over haar depressiviteit in De grenzen van mijn taal (●●●●). Overigens kunnen boeken ook zélf een middel tegen depressies zijn, zoals Anna Krijger beschrijft.

Mocht u de ruim zeshonderd bladzijden van Otmars zonen verslonden hebben deze zomer, dan bent u uitgenodigd om uw mening over dit boek te geven in de NRC Boekenclub. Op zaterdag 28 september kunt u zelf met Peter Buwalda in gesprek: redacteur Thomas de Veen interviewt de schrijver in de Amsterdamse boekhandel Scheltema. Aanmelden kan hier!

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.