Opinie

Het grote smelten

Tommy Wieringa

Het algemene Europese weerbeeld deze zomer is een onzachte confrontatie met de razendsnelle aardopwarming. Grimmige hitterecords overal. Wat we ervan merken: bruggen werken niet meer, treinen staan stil, oogsten mislukken, plaagdieren rukken op, andere soorten sterven uit. Niet ver weg in een godverlaten negorij maar om ons heen, in een gematigd zeeklimaat. Zelfs de meest geharde klimaatontkenners zijn door de aanhoudende hitte vrijwel uitgestorven – hooguit pruttelen er nog een paar over het aandeel van de mens op de nieuwe hittetijd.

Op doorreis in Berlijn lees ik in de kranten dat de Duitsers bezorgd zijn over het nieuwe Waldsterben – net als in de jaren tachtig gaat het slecht met de Duitse bossen. De bomen lijden onder ziektes, parasieten, verdroging en branden. Die Welt bericht er twee dagen achtereen over in grote stukken, der Tagesspiegel plaatst het groot op de voorpagina. Een derde deel van Duitsland bestaat uit bos. Aan branden alleen al ging een gebied van drieduizend voetbalvelden verloren. (Wanneer zal het voetbalveld officieel worden toegevoegd aan het metrieke stelsel?) In totaal is afgelopen jaar 110.000 hectare bos verloren gegaan. Niet in Bolsonaro’s Amazonia maar bij onze oosterburen. Donderdag publiceerde CDU-minister Julia Klöckner een essay in Die Welt over de hechte (ik zou zeggen: mystieke) band tussen Duitsers en hun bossen. ‘Wij Duitsers houden van onze bos, we houden van bomen. Ze geven ons een goed gevoel, een welbevinden; we voelen ons verbonden met iets groots. Wanneer zoiets onomstotelijks als het bos bedreigd wordt, dan is er iets goed mis.’ Ze maakt alvast vijfhonderd miljoen euro vrij voor herbebossing met gemengd bos, dat beter tegen de opwarming bestand is.

De buitenlandpagina’s berichten over de ongeëvenaarde bosbranden boven de poolcirkel. In Siberië brandt door uitdroging een bosgebied ter grootte van België, het sneeuwt roetdeeltjes op de Noordpool. Het grote smelten wordt zo drastisch versneld, een van de vele keteneffecten die de opwarming verder aanjagen. (O Heer, het was toen ik ging schrijven toch nooit de bedoeling dat ik op een dag zou klinken als de weerman?!) Uitgeput sla je de laatste pagina om, alsof je zojuist een themakrant over de klimaatcrisis hebt zitten lezen.

De opsomming van klimaatrampen hierboven rechtvaardigt een algemene opstand. Zouden dingen als de wereldwijde degradatie van landbouwgrond, de opwarming van de zeeën, de zoetwatertekorten en de migratiegolven als gevolg daarvan binnen één jaar zijn opgetreden, dan waren we allang met de riek en de strop opgetrokken naar Den Haag, Brussel of het hoofdkwartier van Shell om er een zootje op te knopen. Maar hoewel razendsnel, verloopt de klimaatcrisis voor een revolutie nog altijd te langzaam. We kunnen niet de Zapatista uithangen omdat wij er niet onmiddellijk door in ons voortbestaan worden bedreigd. Het dichtst in de buurt komen Greta Thunbergs Skolstrejk för klimatet en groeperingen als Extinction Rebellion en Ende Gelände, veelal jonge mensen die de twee generaties voor hen verantwoordelijk houden voor hun ellende. Een terecht verwijt: het overgrote deel van alle broeikasgassen werd na 1945 uitgestoten.

Om vliegen te vermijden reis ik deze zomer met mijn gezin per trein door Europa. Vorig jaar bracht de trein ons zover zuidelijk als de Albanese grens, dit jaar hopelijk zover noordelijk als Tallinn. Lange treinreizen zijn, hoewel plezierig, duur en niet eenvoudig te boeken, en het aantal slaaptreinen is beperkt en vaak lang van tevoren volgeboekt. Parijs en Londen zijn goed bereikbaar per trein, maar naar Berlijn duurt de reis alweer veel langer dan strikt noodzakelijk. NRC schreef deze week over het toenemende morele ongemak onder wetenschappers om nog langer naar verre conferenties te vliegen. Rome, Madrid en Lissabon zouden per spoor binnen handbereik moeten liggen voor schuldeloze snoepreisjes. Het is een onbegrijpelijke weeffout in het verenigde Europa dat er bij het ontwerp ervan niet in een hecht web van hogesnelheidstreinen is voorzien. Wat een nuttig bezit en een krachtig symbool van verbondenheid is een continentaal weefsel van zingende rails! Maar op een paar bestemmingen na is het spoor nationaal georganiseerd. Nu zelfs KLM-topman Pieter Elbers vliegreizigers aanspoort om kleine afstanden binnen Europa per trein af te leggen, is de tijd gekomen om die weeffout te herstellen.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.