Wie is er verward door de vega-sticker?

Wat eten we? Mag een plantaardig product naar vlees vernoemd zijn? De EU en enkele Amerikaanse staten vinden van niet.

Voor sommige hardcore-veganisten is de nieuwste generatie vegetarische hamburgers een onprettige ervaring. Het doet ze te veel aan echt vlees denken. De smaak, textuur, het bloederige bietensap dat eruit loopt. Nog niet eens zo lang geleden was dat onvoorstelbaar – met een vegetarische carré uit de supermarkt hield je niemand voor de gek – maar vleesvervangers zijn in een paar jaar veel beter geworden.

Dat ging gepaard met een nieuwe strijd. De inzet: mag een plantaardig product naar vlees vernoemd zijn? Of is zoiets als een vegetarische hamburger een contradictio in terminis die verboden moet worden?

De landbouwcommissie van de Europese Unie vindt dat laatste, bleek een paar maanden terug uit een voorstel, al is het laatste woord daarover aan het Europees Parlement.

In de Amerikaanse staat Mississippi zijn ze al een stap verder. Daar ging eind juli zo’n verbod in. Woorden als vlees, burger, steak en worst zijn op de verpakking uit den boze, tenzij er een geslacht dier aan te pas komt. Verschillende andere staten, zoals Missouri en Arkansas, voerden soortgelijke wetgeving door. In Arkansas kijken ze bovendien vooruit: ook kweekvlees (gemaakt van cellen in een lab) valt onder het verbod.

„Je kunt geen Corvette-sticker op een Chevrolet plakken en het een Corvette noemen”, zei een voorman van een vee-organisatie uit Missouri in The New York Times. Met andere woorden: vegavlees ‘lift mee’ op het goede imago van vlees. Daarnaast, zeggen voorstanders van een verbod, zou de consument in verwarring kunnen raken van die vleesnamen.

Dat vinden vegavleesbedrijven grote onzin. Het Amerikaanse Tofurky, dat tofu-kalkoenvervangers maakt, spant in staten als Mississippi en Arkansas rechtszaken aan tegen de nieuwe wetgeving, samen met onder meer burgerrechtenorganisatie ACLU. Een advocaat van de ACLU noemt het „uitzonderlijk neerbuigend” dat wetgevers denken dat een consument niet snapt dat een veggieburger iets anders is dan een hamburger. Politici zitten in de zak van de vleeslobby, zeggen zij.

Vegavleesrevolutie

Steeds weer duikt dat verwarringsargument op. Maar grappig genoeg weten we helemaal niet of die consument verward raakt of niet. Daar is nooit betrouwbaar onafhankelijk onderzoek naar gedaan, leert navraag bij Kai Purnhagen, gespecialiseerd in handels- en economisch recht aan de Universiteit Wageningen.

Hoeveel zou zo’n naam überhaupt uitmaken? Op melkvervangers mag in de Europese Unie geen melk meer staan, oordeelde het Hof van Justitie twee jaar terug (melk is in EU-regelgeving beter beschermd dan vlees). Maar veel makers durfden zuivelnamen daarvoor al vaarwel te zeggen en gebruiken ‘drink’. De consument trekt zich ondertussen niets van zulk juridisch gedoe aan en bestelt gewoon koffie met haver- of amandelmelk.

Lees ook: Minder vlees op je bord? Dat heeft niemand door

Ondertussen was er vorige week weer groot vegavleesnieuws. Burger King gaat de vleesloze Impossible Burger in alle Amerikaanse vestigingen verkopen. Een proef in een aantal restaurants was een succes. Gekibbel over namen houdt de vegavleesrevolutie in ieder geval niet tegen.