Weer geen Nederlander op topbaan

Diplomatie Na Frans Timmermans die geen Europees Commissie-voorzitter werd, wordt Jeroen Dijsselbloem nu geen kandidaat bij het IMF.

Nu ook Jeroen Dijsselbloem geen topfunctie krijgt, rijst de vraag of de Nederlandse diplomatie nog goed functioneert.
Nu ook Jeroen Dijsselbloem geen topfunctie krijgt, rijst de vraag of de Nederlandse diplomatie nog goed functioneert. Foto Francois Lenoir/Reuters

Het had een herkansing moeten worden, voor een man die internationaal uit beeld was geraakt na zijn toonaangevende rol als voorzitter van de Eurogroep, het machtige gezelschap van ministers van Financiën uit de eurozone. Sinds 2018 doodde Jeroen Dijsselbloem de tijd met het schrijven van columns en een boek over zijn tijd in Europa. In mei trad hij aan als voorzitter voor de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV).

Maar vrijdagavond werd duidelijk dat deze oud-minister van Financiën voorlopig niet op dat politieke wereldtoneel terugkeert. Niet hij, maar de Bulgaarse econoom Kristalina Georgieva, op dit moment Wereldbankbestuurder, wordt de kandidaat die de EU naar voren schuift in de race om het Internationaal Monetair Fonds (IMF) te mogen leiden. Na negenen, na een lange dag soebatten erkende Dijsselbloem zijn nederlaag en feliciteerde Georgieva via Twitter. In oktober moet duidelijk worden of Georgieva ook acceptabel is voor de rest van de wereld.

Lees ook: De lobby voor Dijsselbloem: bellen en sjacheren, de hele zomer door

Behalve voor Dijsselbloem zelf is deze uitkomst ook een teleurstelling voor de Nederlandse diplomatie. Vorige maand lukte het na een wilde marathontop in Brussel ook al niet om die andere PvdA’er, Frans Timmermans, benoemd te krijgen tot voorzitter van de Europese Commissie. Anders dan Dijsselbloem kreeg Timmermans meteen een mooie troostprijs: hij wordt eerste vicevoorzitter in de nieuwe Commissie, een machtige positie die hij de afgelopen vijf jaar ook al vervulde. Maar nu succes voor de tweede maal binnen een maand uitblijft, zal menigeen zich in Den Haag afvragen of Nederland nog op de top van zijn diplomatieke kunnen is.

De afgelopen dagen ging die diplomatie in de hoogste versnelling. Dijsselbloem zelf was eerder deze week in Madrid, en donderdag en vrijdag in Athene. In landen, kortom, waar hij niet erg geliefd is, na de harde, vanuit de Eurogroep aangestuurde bezuinigingspolitiek van de afgelopen jaren. De lobby bracht hem ver. Donderdag waren er nog vijf EU-kandidaten over en werd een stemming aangekondigd. Vrijdagmiddag draaide de strijd nog om Georgieva en Dijsselbloem.

De winnaar zou degene zijn die een ‘gekwalificeerde’ meerderheid achter zich zou weten te krijgen: 65 procent van de bevolking én 55 procent van de 28 lidstaten. Beide kandidaten kwamen in de loop van de avond tekort, maar Georgieva had in ieder geval wel meer landen achter zich (56 procent). Na lang soebatten viel de discussie uit in haar voordeel.

Uiteindelijk bleek Dijsselbloem te impopulair. Als Eurogroep-voorzitter boekte hij grote successen. Hij geldt als een van de architecten van de Europese ‘bankenunie’, waarmee de te nauwe relatie van lidstaten met bepaalde banken verder werd afgebroken en banken werden gedwongen om zelf mee te betalen aan reddingsoperaties. Hij gaf het concept van ‘bail in’, het idee dat degene die de risico’s neemt ook de rekening moet betalen en die niet moet afschuiven op overheden, handen en voeten.

Maar die successen werden overschaduwd door tal van andere zaken. Dijsselbloem werd het symbool van snoeiharde bezuinigingspolitiek. Hij is een makkelijke prater, en ontpopte zich in enkele veelbesproken kwesties tot een regelrechte flapuit. In 2014 noemde hij zijn voorganger bij de Eurogroep, Jean-Claude Juncker, op de Nederlandse tv een „verstokte roker en drinker”. Het kostte hem een baan als eurocommissaris toen juist die Juncker Commissievoorzitter werd later dat jaar.

Lees ook: Herhaal economisch wanbeleid niet, geen Dijsselbloem bij IMF

In 2017 kwam Dijsselbloem in opspraak toen hij in een interview de suggestie wekte dat Zuid-Europeanen hun geld alleen maar uitgeven aan „drank en vrouwen”. Ook dat bleef aan hem kleven.

Gevoeligheden

Weinig empathisch, wel effectief. Zo luidde in april de titel van een Clingendael-onderzoek naar het functioneren van de Nederlandse diplomatie in de EU. We zijn goed, concludeerde het instituut, in het najagen van het nationale eigenbelang, maar hebben te weinig oog voor de gevoeligheden en problemen in andere EU-landen. En daar schuilt meteen ook een risico in, klonk het waarschuwend, want deze „inflexibele houding” zou ertoe kunnen leiden dat Nederland andere landen uiteindelijk „tegen zich in het harnas kan jagen”.

In het rapport, gebaseerd op tientallen gesprekken met EU-diplomaten, werd Dijsselbloem aangehaald als voorbeeld van dat „opgeheven vingertje”. Nederland wordt in Brussel volgens Clingendael „eerder gezien als bouwer van blokkerende minderheden” dan als constructieve speler. Het stelde zich hard op tijdens de eurocrisis („regels zijn regels”) en het staat vaak op de rem, bijvoorbeeld bij recente, vooral door Zuid-Europa en Parijs gepropageerde pogingen om de Europese munt te versterken met extra sociale vangnetten en schokfondsen. Alleen: wie iets te vaak nee zegt in Brussel, kan ook een tegenreactie verwachten. Die lijkt nu te zijn gekomen.