OM in hoger beroep tegen vrijspraak in zaak-Schaarsbergen

Vijf militairen die collega’s zouden hebben bedreigd, mishandeld en aangerand werden vorige week vrijgesproken. Justitie is het daar niet mee eens.

Archiefbeeld van de Oranjekazerne in Schaarsbergen.
Archiefbeeld van de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Foto Remko de Waal/ANP

Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep tegen de vrijspraak van vijf (voormalige) militairen van bedreiging, mishandeling en aanranding op de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Justitie liet vrijdag weten wel degelijk genoeg grond te zien voor een veroordeling van het vijftal.

Vorige week maandag concludeerde de rechtbank in Arnhem dat weliswaar sprake was van misstanden, maar dat niet bewezen kon worden dat juist de vijf beklaagde militairen daarvan de veroorzakers waren. Justitie had werkstraffen van tussen de 40 en 240 uur geëist.

De rechtszaak komt voort uit de aangifte van drie militairen, die zeggen dat ze in 2012 en 2013 het doelwit waren van allerhande pesterijen. Ze zouden zijn geschopt en geslagen, er zouden vingers in hun anus zijn gestoken en collega’s zouden over hen heen hebben geplast. Bovendien zouden ze slachtoffer zijn geworden van het zogenoemde ‘drie man tillen’, waarbij collega’s hun ontblote achterwerk in hun gezicht duwden.

Lees meer over de vrijspraak vorige week: De rechter zag tegenstrijdigheden in de aangiftes

‘Drie man tillen’

Justitie bestrijdt in het hoger beroep ook het oordeel van de rechtbank dat sommige aanklachten waren verjaard. Dat was volgens de rechters bijvoorbeeld het geval bij het ‘drie man tillen’, het zwaarste vergrijp waar de vijf verdachten voor terecht stonden. Volgens het OM was het incident in kwestie nog net binnen de verjaringstermijn van zes jaar gebeurd, maar de rechters dachten daar anders over.

De slachtoffers hebben volgens justitie nog altijd veel last van wat er met hen is gebeurd. „Nimmer zag ik zo’n gebroken mens”, zei de officier van justitie tijdens de behandeling van de zaak over een van hen. De vijf verdachten hebben telkens beweerd dat ze onschuldig zijn. De beschuldigingen zouden „leugenachtig, verzonnen, niet consistent en op elkaar afgestemd” zijn.