Joost Luiten: „Een Shane Lowry die uit het niets het Brits Open wint, dat geeft mij vertrouwen.”Foto Merlijn Doomernik

Joost Luiten: ‘Ik ben fel, maar dat ben ik ook naar mezelf’

Joost Luiten

Golfer

Joost Luiten is de beste golfer van Nederland. Een gesprek over constant zijn, caddies en de staat van het golf in Nederland.

Golf, zegt de man die er in Nederland het beste in is, is een gekke sport. Ondoorgrondelijk. Golf is constant met vragen zitten waarop je geen antwoord kunt krijgen en soms, zegt hij, ook niet moet wíllen krijgen. Het is halverwege het gesprek en er wordt gefilosofeerd, er worden wedervragen gesteld. „Waarom”, zegt Joost Luiten (33), „waarom wint Tiger Woods de Masters en presteert hij daarna geen reet meer? Vertel jij het me maar.”

Hij speelt heel weinig, wordt dan gezegd.

„Een Rory McIlroy speelt heel veel en kan ook even niets meer. Martin Kaymer, Adam Scott. Sergio Garcia, die wint de Masters [2017], waarna iedereen dacht: nóu breekt-ie door. Hij speelt niet superslecht, maar waarom heeft hij die stap niet gemaakt?”

Er is geen peil op te trekken. Constant zijn in het golf is een kunst. „Daarom mag je blíj zijn als je één toernooi per jaar wint”, zegt Luiten, nadat hij heeft uitgelegd dat hij een seizoen geslaagd vindt als hij in ieder geval één titel pakt. „We spelen 25 toernooien. Daar heb je als topspeler tien keer de kans om er een te winnen. Misschien dat die jongens er twee pakken, als ze geluk hebben. Voor mij geldt dat als ik er 25 speel, ik in vijf de kans heb om te winnen en als ik er dan één pak, doe ik het fantastisch.”

Het gaat over de ups en downs die bij het golf horen, over hoe je naar de carrière van vrijwel elke profgolfer kunt kijken en daarin de lijn op en neer zult zien gaan. Dat het daarom zo knap is wat een Brooks Koepka, nummer één van de wereld, doet: die won vier van de laatste tien majors. Dat zijn de uitzonderingen. Een flow heeft Luiten ook gehad. 2013, toen hij twee toernooien won op de Europese Tour, het Oostenrijks Open en het KLM Open in eigen land, iets wat hem in 2016 nog eens lukte. En 2014, toen hij zijn hoogste positie op de wereldranglijst ooit bereikte, de 28ste plek, en dicht bij selectie voor de Ryder Cup was.

Lees ook onze reportage na de winst op het KLM Open in 2016: Luiten kan nog van zichzelf winnen.

Op dit moment is er bij Luiten even geen flow. Hij begon het jaar goed, nadat hij vier maanden langs de kant stond met een blessure aan zijn pols. Hij werd knap derde op het HSBC Championship in Dubai, waar Shane Lowry de titel pakte, de Ier die kort voor het interview op het Brits Open zijn eerste major-titel had gewonnen. Luiten hield aan The Open gemengde gevoelens over. Hij werd er gedeeld 32ste, een van zijn betere klasseringen op een major, maar liet kansen liggen op een plek in de toptwintig.

Voor Luiten is het tijd voor een pauze. Een maand om even mentaal en fysiek te resetten. Geen golf. Dat we nu op het terras van het Seve Golf Center in Rotterdam zitten, waar hij al sinds zijn jeugd komt en nu een eigen swingstudio heeft, telt niet. „Dat is geen golf.” Dat is bijkletsen met mensen, een paar verplichtingen nakomen. Daarna: vakantie. Wel een vakantie waarop hij gaat nadenken: wat moet er anders om de tweede helft van het jaar succesvoller te maken?

Wat betreft zijn eigen spel weet hij het wel: zijn ‘short game’, het korte werk richting de green, kan beter. Maar wie weet moet er in zijn team ook wat anders. Na het Brits Open nam hij al afscheid van zijn caddie John Dempster, met wie hij pas sinds eind vorig jaar werkte.

Hij maakte te veel foutjes, zei je. Wat voor foutjes? Een verkeerde club aanraden?

„Ja, dat kan, maar het begint al bij de voorbereiding. Pinposities verkeerd in het boekje zetten. Dat we op de tee staan en hij zegt dat de vlag links voorop staat, ik de green niet kan zien en dan blijkt dat de vlag rechts achterop staat. Of simpele afstandsberekeningen, dat-ie daar niet scherp genoeg op was. Als je goed speelt, erger je je daar niet aan.”

Maar je kunt moeilijk ruzie maken op de baan, toch?

„O, maar dat gebeurt wel. Jullie zien het moment dat we slaan, niet wat daartussenin gebeurt. Niet bij mij alleen, ook bij andere golfers en hun caddies, maar dat hoort er ook bij. Het was niet dat we continu ruzie hadden, alleen ga je je op een moment dat je minder speelt je afvragen waar het aan ligt. Als er dan dat soort ruis op de lijn zit, moet je een keuze maken. Ik vond het lastig, want het is een heel aardige vent. Als het dan nog een vervelend persoon was, is het makkelijker.”

Kun je een vervelende persoon als caddie hebben als hij wél goed zijn werk doet?

„Nou, zoiets heb ik ook gehad. Dan Quinn, vier jaar geleden. Fantastische caddie, maar buiten de baan niet de prettigste persoon om mee te werken. Hij maakte met iedereen ruzie, stond met andere caddies te vechten in de lounge. Bij mij gebeurde dat niet, wel bij mijn coaches. Dat hield ik een jaar vol, daarna heb ik de samenwerking beëindigd.”

Lees ook ons eerdere stuk over caddies: Een caddie adviseert, is vriend, psycholoog en soms miljonair.

Luiten gaat nu op zoek naar een nieuwe caddie, iemand met wie hij een persoonlijke klik heeft en op wie hij blind kan vertrouwen. Ook kijkt hij naar eventuele andere veranderingen binnen zijn team.

Dat is de afgelopen jaren, zoals bij meer golfers, een draaideur van personeel geweest, op zijn fysio Bas van der Steur en coach Phil Allen na – met beiden werkt hij al zo’n vijftien jaar. Een mental coach zal er niet snel meer komen. Dat probeerde hij, maar was niets voor hem. „Elke keer dacht ik weer: wat die jongens doen, dat kan eigenlijk iedereen. Dat bedoel ik niet lullig.”

Ben jij leuk om voor te werken?

Luiten antwoordt al voor het einde van de vraag. „Nee. Nee, ik ben heel veeleisend en een perfectionist. Dat verwacht ik ook van de mensen met wie ik werk. Ik verwacht een bepaalde professionaliteit en als dat niet gebeurt, kan ik fel reageren. Maar ik reageer ook fel op mezelf, als ik niet eruit haal wat erin zit.”

Zijn positie in het golf laat zich vergelijken met die van Robin Haase in het tennis. Bij de mannen is hij kartrekker, de enige op de Europese Tour – iedereen kijkt naar zíjn resultaten.

Dan zeggen mensen, net als wanneer Haase in de eerste ronde wordt uitgeschakeld: Luiten haalt de cut weer eens niet.

„Maar dat is toch niet érg? Als ik de cut niet haal, ís het toch ook niet goed? Wat frustrerend is, is als je vijfde wordt en mensen zeggen dat het een slecht toernooi was. Als je geen negatieve reacties meer krijgt, moet je je eerder zorgen maken dan als je geen positieve reacties meer krijgt. Denk je dat ik expres de cut mis?”

Ergens mag Luiten blij zijn dat hij de enige op het hoogste niveau is, geeft hij toe. Hij krijgt de goede deals, de mooie sponsoren. Maar hij weet ook dat het topgolf in Nederland er niet goed voor staat. „Er zijn een paar goede spelers op de Challenge Tour [tweede niveau]. Maar dat de kweekvijver vergroot moet worden, is duidelijk.”

Hij probeert de golfbond te helpen bij oplossingen. Volgens hem ligt een oorzaak bij de clubs, die een voorkeur hebben voor oudere leden boven jeugdspelers. „De besturen bestaan vaak zelf uit oudere leden en die denken: elke plek voor de jeugd gaat ten koste van mijn plek. Ik denk dat clubs kortzichtig zijn als ze zo denken over de jeugd. Ze vergeten dat die jeugd over twintig jaar de betalende klanten zijn. Als je ze nu al niet toelaat, is het in de toekomst nóg moeilijker ze te bereiken.”

Zelf hoopt hij op het KLM Open, half september, een stichting te presenteren waarmee hij jongeren uit álle bevolkingslagen aan het golfen krijgt, niet alleen uit de bovenste. „Als die nu op een club wat ballen willen slaan, klinkt het: ja, je moet lid worden en dat kost je zoveel. Maar die kinderen weten niet eens of ze het léuk vinden.”

De drempel om te gaan golfen is te hoog?

„Ik denk het wel, zeker bij bepaalde banen. Ik denk ook dat de kans dat een van deze jongeren door zal breken veel groter is dan de rijkeluiskindjes die nu op de banen lopen. Ik denk dat een talent dat meer te verliezen heeft, er harder voor werkt dan degene die alles krijgt. Iedereen moet er hard voor werken, ongeacht wie je bent of waar je vandaan komt, wil ik maar zeggen.”

Luiten denkt dat zijn eigen échte doorbraak nog steeds kan komen. Hij is nog jong. „Neem Henrik Stenson. Die wint het Brits Open [2016] op zijn 40ste. Phil Mickelson won zijn eerste major op zijn 34ste.”

Lees ook ons artikel over het afgelopen Brits Open: Shane Lowry laat heel (Noord)-Ierland juichen.

Iedereen zegt al jaren dat jij alles in je hebt om een topspeler te zijn.

„Ja, maar dat geldt voor alle honderd spelers die op het Brits Open stonden. Iedereen kan wel zeggen: hij moet die major winnen, maar je moet niet vergeten wat erbij komt kijken. Zou mijn carrière nu voorbij zijn, dan is dat zo. En of ik daar dan tevreden mee zou zijn? Voor Nederlandse begrippen heb ik wat moois neergezet, vergelijk je me met Tiger Woods, ben ik een prutser. Maar tegen wie moet je me afzetten? Ik kan mezelf misschien met Shane Lowry vergelijken. Zelfde leeftijd, samen opgegroeid. Dat hij uit het niets het Brits Open wint, geeft mij vertrouwen. Dat is het mooie van deze sport. Ik kan volgend jaar zomaar de Shane Lowry van het Brits Open zijn.”