In zes korte films laveert Suriname tussen traditie en moderne tijd

Korte films Zes korte documentaires, nu te zien in Nederland, vertellen het verhaal van het Suriname van nu. Doculab Suriname toont het spanningsveld tussen tradities en moderniteit, van natuurgodsdienst tot klimaatverandering.

Doculab Suriname: Frits de Gids
Doculab Suriname: Frits de Gids Beeld uit documentaire

Michael stapt met spierwitte sneakers in een houten korjaal. Zin om met zijn vader Amoksi over de donkere stroomversnellingen naar het binnenland te varen heeft hij niet; in Paramaribo kan het meisje waar hij een oogje op heeft hem tenminste bereiken op zijn cel. Toch heeft hij zich door Amoksi laten overhalen om mee te gaan. Zijn vader heeft een missie; hij is bang dat de natuurgodsdienst in zijn dorp uitsterft als Michael de tradities niet overneemt. Hij hekelt de keuzes van zijn zoon, die vastgekleefd lijkt aan zijn mobieltje. „Hij heeft slechte manieren en vergeeft niet makkelijk als hij met iemand ruzie heeft. Het is universeel vereist om anderen te helpen als diegene dat nodig heeft. Mijn kinderen zijn niet bereid om iemand kosteloos bij te staan.”

Voor de Marrons, de bevolkingsgroep die zich vrijvocht tijdens de slavernij en zich in het regenwoud vestigde, heeft de generatiekloof in Suriname meerdere dimensies. In Hidden World brengt Kenrich Cairo de spirituele rituelen waarmee contact wordt gezocht met zijn overleden voorouders met langgerekte, soms schokkerige opnames in beeld.

Suriname van nu

De film van dertig minuten valt binnen een documentairereeks van Doculab Suriname, geproduceerd door de stichting The Back Lot. Bij het veertigjarig jubileum van de republiek Suriname, in 2015, stelde producent Eddy Wijngaarde beginnende documentairemakers de vraag: welke verhalen moeten worden verteld over Suriname? Uit de 26 aanmeldingen voor het project werden, onder begeleiding van ervaren Surinaamse filmmakers en coaches van de Nederlandse Filmacademie, zes films gerealiseerd. In december 2018 ging het Doculab in première in Suriname, de films zijn nu te zien in Nederland.

In tegenstelling tot de historische blik die bij de meeste NPO-documentaires over de voormalige kolonie centraal staat, gaat Doculab over het Suriname van nu: de gevolgen van klimaatverandering worden steeds duidelijker zichtbaar, het spanningsveld tussen tradities en moderniteit is groot, en er wordt geworsteld met het verleden.

Zes uiteenlopende thema’s

In het kiezen van een thema kregen de zes opkomende filmmakers geheel de vrije hand. De onderwerpen lopen dan ook flink uiteen. De film Kownu Oloisi Lasi - De Koning is zijn horloge kwijt, van Rosita Leeflang, is een ode aan de kaseko-jazz, Surinaamse feestmuziek met jazzinvloeden. Kaseko-meester Bud Gaddum coacht de band The Promise ter voorbereiding van een groot optreden. Shots van Paramaribo, bekende musici en repetities van de band wisselen elkaar af.

De toon is ernstiger in The Sea Washes over Me van Nancy de Randamie, waarin professor Sieuw Naipal (hydroloog, Anton de Kom Universiteit) de strijd tegen de stijgende zeespiegel aangaat. Tot aan zijn heupen in de modder legt hij uit hoe aanplanten van mangrovebossen de afkalving van de kust moet tegengaan.

De natuur is ook alom vertegenwoordigd in de film Frits de Gids van Tessa Leuwsha. De 22-jarige gids werkt voor haar lodge in het binnenland. Met een glinstering in zijn ogen legt ‘Frits’ aan een groep Nederlandse toeristen uit hoe zijn echte naam wordt uitgesproken: ‘Het is Akoafesi, niet aqua-visie.’ De vertaalslag naar westerse zaken speelt ook in zijn dorp. Hij zet vraagtekens bij de traditionele man-vrouw verhoudingen terwijl hij Amelia het hof maakt.

Hetzelfde thema komt naar voren in Gran Kreek, waar de eerste vrouwelijke ‘Kapitein’, als leider van de oorspronkelijke bevolking is gekozen, in I Am a Village van Ginny Roos. Haar inauguratie valt op; de bewoners dansen met kleurrijke tooien voor de eregast, de Surinaamse president Bouterse.

De donkere kant van Bouterse is te zien in Je kan toch lezen… van Ananta Khemradj. De in 1990 geboren journaliste vraagt zich af waarom het lijkt alsof niemand van haar generatie weet wat er in de jaren tachtig is gebeurd, terwijl het land nu met dezelfde leider opnieuw aan de rand van de afgrond staat. Na een militaire coup in 1980 onder leiding van Bouterse werden twee jaar later, op 8 december 1982, vijftien critici van zijn regime gemarteld en vermoord. De broer van Doculab producent Eddy Wijngaarde, journalist Frank Wijngaarde, was een van de slachtoffers van de Decembermoorden.

Khemradj stelt vragen aan haar moeder, aan pubers op straat in Paramaribo, in haar oude klaslokaal en op het ministerie. In een interview met haar oude lerares geschiedenis wordt zichtbaar hoe moeilijk het manoeuvreren is binnen het stuk geschiedenis dat extreem gevoelig ligt. Een lesboek waarin de Decembermoorden wel aan bod komen is op mysterieuze wijze uit de roulatie verdwenen, de minister van Onderwijs die akkoord gaf voor het boek de laan uit gestuurd.

Laconieke houding

Tijdens een vertoning van het doculab in het Ketelhuis te Amsterdam maakt deze documentaire de meeste indruk op het publiek. In een nagesprek wordt opnieuw de laconieke houding van sommige jongeren tegenover de Surinaamse geschiedenis bekritiseerd. „Ze zijn gewoon lui”, zei iemand in de zaal.

Khemradj ziet dat anders. „Hier in Nederland kunnen we veel meer nadenken over morele waarden. In Suriname is het: hoe krijg ik loon, hoe geef ik mijn gezin te eten? De culturen verhouden zich verschillend tot elkaar.”

Correctie 04-08-2019: In een eerdere versie van dit artikel stond dat de vijftien critici van het regime van Bouterse werden gemarteld en vermoord tijdens een militaire coup in 1982. Dit klopt niet, de coup vond plaats in 1980, de moorden in 1982. Het is inmiddels gecorrigeerd.