Recensie

Recensie Film

In nieuwe Fast & Furious zijn de personages niet van de straat

Actiefilm Voor een film waar op voorhand sceptisch naar werd uitgekeken, valt ‘Fast & Furious Presents: Hobbs & Shaw’ alleszins mee. De tegenstellingen tussen hoofdrolspelers Dwayne Johnson en Jason Statham worden grappig uitgespeeld.

Dwayne Johnson als Luke Hobbs in Fast & Furious Presents: Hobbs & Shaw.
Dwayne Johnson als Luke Hobbs in Fast & Furious Presents: Hobbs & Shaw. Foto Frank Masi/Universal Pictures

Wie had een kleine twintig jaar geleden gedacht dat een film over illegale straatraces in Los Angeles zou uitgroeien tot een succesvolle filmserie met evenveel spin-offs, exotische locaties en megalomane schurken als pakweg het Marvel-superheldenuniversum? Toch is dat precies de stand van zaken in de nieuwe Fast & Furious-film, waarin geen straatraces meer voorkomen, de oorspronkelijke hoofdpersonen afwezig zijn, en twee in de vorige films geïntroduceerde sidekicks de wereld moeten redden van een door Idris Elba gespeelde cyborg-achtige Bond-schurk (bijgenaamd ‘de zwarte Superman’).

Het zijn natuurlijk niet zomaar bijfiguren, maar Dwayne Johnson en Jason Statham die als actieheld 2.0 al furore maakten in hun respectievelijke filmografieën: niet alleen enorme spierkolossen, maar ook gezegend met een flinke portie ironie. En niet van de straat. Johnsons personage leest Nietzsche, en heet Hobbs. Zijn CIA-contact (een cameo van Ryan Reynolds) gaat als Lock door het leven. En ondanks de ontbrekende ‘e’s hoef je niet eens heel veel fantasie te hebben om hierin naast nihilist Nietzsche twee beroemde zeventiende-eeuwse contractfilosofen te herkennen. Hobbes, die stelde dat de mens alleen uit eigenbelang samenwerkt. En Locke, die iets meer vertrouwen in een natuurlijke orde had. Het mag geen verrassing zijn dat het wereldbeeld van Hobbs & Shaw meer hobbesiaans is. De titelhelden haten elkaar om redenen die er niet eens toe doen, want waarom samenwerken als je het je ook in je eentje moeilijk kan maken?

De tegenstellingen tussen de twee worden uitvergroot als in een ouderwetse buddyfilm, via grappige parallelmontages zoals waarin hun verschillende ontbijtrituelen naast elkaar worden gezet. Hobbs klokt een stuk of tien rauwe eieren naar binnen, Shaw bakt een omeletje. Of, als ze eenmaal in het hoofdkwartier van Elba’s Eteon zijn aangekomen (ergens diep in Oekraïne, schijnbaar het nieuwe niemandsland voor filmschurken), en ieder hun weg naar binnen vechten. Shaw door als in een martial arts-variant op een musicalchoreografie elegant om zijn as draaiend tien mensen buiten westen te tikken, Hobbs door iemand die nog groter is dan hij met één klap te vellen.

Gek genoeg deden in de vorige F&F-films de plots er steeds minder toe: het ging uiteindelijk om de chaostheorie van de actiefilm: achtervolgingen en vroemvroemtestosteron afgemaakt met een vleugje oververhitte benzine en brandend rubber. Maar Fast & Furious Presents: Hobbs & Shaw heeft allerlei zijlijntjes die uiteindelijk aan elkaar worden geknoopt om te zeggen dat je niet alleen medestanders nodig hebt, maar ook familie om een killervirus uit handen van een schimmige apocalyptische organisatie te houden. En hoewel ze in deze film, behoudens een mysterieuze virusdievegge, minder op de voorgrond treden, heeft de serie nooit moeite gehad met het neerzetten van kickass actieheldinnen.

Voor een film waar al op voorhand sceptisch naar werd uitgekeken, valt Hobbs & Shaw meer dan mee. Ondanks het gebrek aan autofetisjisme – behalve het vakkundig in de prak rijden van Shaws McLaren – spelen vehikels op vier wielen natuurlijk weer de stiekeme hoofdrol, vooral op Samoa waar de uiteindelijke showdown plaatsvindt en genoeg personages worden geïntroduceerd voor nog meer spin-offs. Het is popcornentertainment, guilty pleasure en een effectieve wegwerpfilm ineen, die net als de mannen volkomen opgeblazen is, maar zoveel tempo heeft dat de lucht er goed gedoseerd uitloopt en alles op net niet platte banden naar het einde hobbelt.

En het tweetal is hierna tenminste helemaal in vorm: Fast & Furious 9 en 10 zijn in de maak, en moeten volgend jaar en het jaar erop te zien zijn. Behalve de overleden Paul Walker keert iedereen daarin terug, met die andere kale spierbal Vin Diesel voorop. En auto’s. Heel veel opgevoerde auto’s. Dat wordt nog meer chaos op de apenrots.