Foto Haneul Jang

In het woud zie je echt wat navigeren is

Karline Janmaat, psychobioloog Karline Janmaat onderzocht het richtingsgevoel van wilde chimpansees en nu van de BaYaka-mensen in Congo. „Echt veel te vaak wordt cognitie in een laboratorium onderzocht.”

Bij de jagers-verzamelaars Mbendjele BaYaka in Congo-Brazzaville hebben vrouwen een evengoed richtingsgevoel als mannen. „Interessant toch?” zegt psycholoog en bioloog Karline Janmaat. Zij woonde zeven keer zeven weken bij de BaYaka. „Als je dat hier in het Westen onderzoekt, vind je wél verschillen. Mannen zijn beter. Maar is dat aangeboren of een kwestie van ervaring? In onze samenleving gaan de mannen gemiddeld verder van huis dan vrouwen, nog altijd. Maar bij de BaYaka gaan mannen en vrouwen even ver weg op zoek naar voedsel in het bos. Zogenaamd fundamentele verschillen in richtingsgevoel lijken dus behoorlijk door ervaring te kunnen worden beïnvloed.”

De BaYaka, ook wel pygmeeën genoemd, zijn kleine mensen, met een gemiddelde lengte van zo’n 150 centimeter. Ze zijn jagers-verzamelaars, die maar een klein beetje aan landbouw doen, en leven in familiegroepen van honderdvijftig rond in een groot gebied. Iedere paar maanden trekken ze in groepen van 40 naar een volgend kamp. Janmaats onderzoek naar richtingsgevoel verscheen eerder deze maand in de Proceedings of the Royal Society B.

Gemiddeld was de afwijking maar zes graden. Dat is echt fenomenaal

 

In haar onderzoek liet Janmaat meer dan vijftig BaYaka vele malen op verschillende plekken in het bos wijzen naar plekken die ze kenden, en die soms wel vijftien kilometer verderop lagen: een visvijver, een jachtkampement, een rijke voedselplek. Allemaal geijkt met gps en kompas. Het is onderdeel van een groot project om menselijke vaardigheden te onderzoeken in een niet-industriële en niet-agrarische samenleving. „Gemiddeld was de afwijking maar zes graden. Dat is echt fenomenaal. Hier op straat kan bijna niemand dat”, vertelt Janmaat per Skype-verbinding uit Hilversum waar ze even was, reizend tussen Amsterdam en Leipzig. In die laatste stad leidt ze de onderzoeksgroep Foraging Cognition bij het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie. Ze is ook verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, als docent evolutionaire psychobiologie. Ze deed het onderzoek samen met haar Koreaanse promovenda Haneul Jang. „Het was nog een hele kunst om die vlugge BaYaka bij ons in de buurt te houden, in dat bos. Wij sjouwden rond met apparatuur, accu’s en zonnepanelen, en als ze het saai vonden, waren ze zo verdwenen, over een van die vaak voor ons nauwelijks zichtbare paden van ze.”

Echt veel te vaak wordt cognitie in een laboratorium onderzocht, zegt Janmaat. „En meestal zijn het westerse studenten die bestudeerd worden.” Er is een afkorting waarmee die standaardonderzoekspopulatie wordt bespot, vertelt ze: WEIRD (Engels voor bizar) – western, educated, industrialized, rich and democratic. „In het woud van Congo vind je echt andere dingen, daar blijken menselijke capaciteiten ineens een heel stuk gevarieerder dan wat de huidige wetenschap ontdekt. Ja, dit soort onderzoek kost veel meer tijd, maar het levert ook veel op. Maar zeker in Nederland is er totaal geen geld voor. In Duitsland gelukkig wel.”

‘Ons bos is groot genoeg en we delen met iedereen’, zeggen ze tegen mij. Maar ik denk dat ze zich vergissen

 

Dit soort onderzoek, dat inzicht biedt in de omvang en oorsprong van menselijke intelligentie en vaardigheden, is urgent, benadrukt Janmaat. „Binnen één generatie zullen de laatste jagers- en verzamelaarsgroepen hun levenswijze hebben veranderd. Al het bos van de BaYaka is al verkocht aan houtkapmaatschappijen. De BaYaka maken zich daarover geen zorgen. ‘Ons bos is groot genoeg en we delen met iedereen’, zeggen ze tegen mij. Maar ik denk dat ze zich vergissen.”

Vijf jaar geleden werd u bekend door uw ontdekking dat wilde chimpansees al een dag van tevoren plannen naar welke voedselbron ze zullen gaan. Hoe hebt u de overstap gemaakt naar mensen in het woud?

„Ik wil graag weten wat de oorsprong is van ons intelligent gedrag. Vergelijkend onderzoek tussen mensen en onze verwanten geeft daarop antwoord. Het is belangrijk om apencognitie zorgvuldig te vergelijken met mensencognitie, onder gelijke omstandigheden. Tot nu toe vergeleken we de capaciteiten van chimpansees in gevangenschap met die van westerse mensen in een psychologielab, wat vergelijk je dan? Ja, hahaha, misschien leven wij allemaal wel in een soort gevangenschap, altijd maar heen en weer gaan tussen werk en thuis. Maar dat richtingsgevoel van wilde chimpansees kun je beter vergelijken met dat van mensen die ook hun hele leven in het bos lopen. En daar hebben wij dus nu een begin mee gemaakt.”

En?

„Chimps en BaYaka’s waren allebei verrassend efficiënt. We hebben gekeken naar de directheid van hun route door het bos naar een bepaald doel, buiten de paden. Chimpansees wijken daarbij gemiddeld maar 20 procent van de rechte lijn af – ze lopen in feite 20 procent méér dan de kortste, meest rechtstreekse route. Bij de BaYaka hadden we daarbij wel weer een uitdaging, omdat zij 90 procent van hun routes afleggen over paden. Dan krijg je toch weer een ander patroon. Dus konden we alleen kijken naar routes buiten die paden. En die bleken uiteindelijk dezelfde afwijking van de rechte lijn te hebben, als chimps. Opvallend, maar ook niet zo gek, want ze zijn op dezelfde manier opgegroeid in het bos, ze zoeken allebei overal naar voedsel. Wel is het totale leefgebied van de BaYaka veel groter, in totaal 800 km2, zeg maar vier keer Amsterdam. Bij chimps is dat 25 km2, zoiets als Haarlem.

Bij de chimps duurt het veel langer voor ze het eens kunnen worden over een route

 

„Er was nog een ander interessant verschil. Bij de chimps duurt het veel langer voor ze het eens kunnen worden over een route. Dan gaat er één een eindje de ene kant op en wacht wat de anderen doen, enzovoort. Ik heb dat zo vaak meegemaakt: lopen, stilstaan en omkijken, lopen, stilstaan en omkijken. Er wordt een hoop gewacht door die chimps.

„Maar de BaYaka kunnen elkaar gewoon overtuigen, met taal. ‘Jij denkt wel dat daar nog veel vruchten zijn, maar geloof me, ik ben er gisteren nog langs gelopen en toen waren ze al weg.’ Dan ben je snel klaar. Hoe groter hun groep, hoe rechter de route. Bij chimps is het precies andersom. Dat onderzoek verscheen afgelopen week in Scientific Reports. Het is nu echt even een publicatie-explosie in mijn onderzoeksgroep.”

U ontdekte ook dat de zon een belangrijke rol speelt bij het richtingsgevoel van de BaYaka.

„Ja, vooral bij kinderen die ver van huis waren. Het is van bijen en andere dieren wel bekend dat ze zich met behulp van de zon oriënteren, maar bij mensen was dat nog nooit wetenschappelijk vastgesteld. Wij ontdekten dat kinderen zich slechter konden oriënteren als het bewolkt was. Zeker als ze ver van huis waren. Bij volwassenen, die meer ervaring hadden met hun leefgebied, was dat effect weg.”

In het onderzoekskamp, rechts de tent van de onderzoekers. Links: de Mbendjele BaYaka-kinderen zijn bezig elkaars haren en die van onderzoekster Karline Janmaat uit te pluizen. Foto Vidrich Kandza

Hoe kon u het vertrouwen van die mensen winnen?

„We werden geïntroduceerd door een cultureel antropoloog die al jaren bij hen kwam, Dasa Bombjaková. Goede samenwerking met antropologen is heel belangrijk. En zij leerde ons de taal. We zetten ons tentje op tussen hun hutten en reisden mee naar de nieuwe kampen. In hun leven gaat het om het delen van voedsel, als ze daar om vragen moet je het delen. En dat deden we natuurlijk. Dan kookten we een heel grote pot. Sempe, sempe!, riepen ze dan: bordjes! En zij deelden ook met ons. Ze zijn best gezond, ze eten veel vis en knollen. De vrouwen vangen vaak een stekelvarken.

„De kinderen zijn gek op ons. Voor het onderzoek verstoppen we weleens spullen in het bos die zij dan kunnen zoeken: honingzoekspelletjes. Geweldig vinden ze dat, en ze zijn er zó goed in. Een voetstap, een gebroken takje, ze zien alles. De volwassenen zijn nog betere spoorzoekers, die zijn terecht heel trots op hun fenomenale kennis van het bos.

Ze zijn terecht trots op hun fenomenale kennis van het bos

 

„Veel plezier hadden we ook als we de video’s van de onderzoeken voor hen afspeelden, geweldig vonden ze dat. Er was ook weleens ruzie in het kamp, meestal over het niet eerlijk delen van eten. Ook met ons, want zij vermoedden natuurlijk – terecht! – dat wij wel grote voorraden zouden hebben, van blikken sardientjes bijvoorbeeld. ‘Als je niet deelt, gaan we weg’, dreigden ze dan. Dan deelden we wat, of we gingen eindeloos praten tijdens de gebruikelijke ochtendspeeches. Elke ochtend waren er speeches, de ‘mosambo’s’: voordat de zon opging, begonnen de mensen al vanuit hun bed met elkaar te praten of discussiëren.

„Om ruzie over verdeling te voorkomen, verstopten we ook veel spullen. Dat deden zij zelf ook trouwens. Ik heb gezien hoe een vrouw een mooie hagedis ving en die zorgvuldig verstopte in haar mand, onder bladeren. Die ging ze ’s nachts alleen opeten. En als een conflict intens werd, pakte ik vaak mijn gitaar en zong een liedje. Dat had altijd een verbazend kalmerend effect. De BaYaka zijn gek op muziek. Ze zeggen altijd: wie zingt, maakt het bos blij.”