Hij zag details die niemand anders zag

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Wat filmtechniektovenaar Ruud Molleman (1946- 2019) verzon, werkte en bleef werken.

Wat Ruud Molleman deed bleef altijd aan het zicht onttrokken. Hij werkte in ateliers en werkplaatsen, en in het schemerduister van tentoonstellingen in aanbouw. Als er ergens filmtechniek nodig was, dan was Molleman er aan het frummelen en prutsen met ongewone middelen als tandenborstels, nagelschaartjes en brillendoekjes. Niemand was zo inventief met materiaal als hij. Zonder hem, zeggen velen bij zijn overlijden, hadden zij hun films en exposities nooit kunnen maken. Katja Mater, die met name de laatste jaren veel met hem werkte: „Met zijn uitvindingen werd hij echt een onderdeel van het kunstwerk zelf.”

Om misverstanden te voorkomen: als we het hier over film hebben, dan hebben we het over analoge film, over filmrollen die zich als eindeloze linten door projectoren slingeren. Over mysterieuze woorden die alleen nog voor een kleine groep ingewijden betekenis hebben, zoals ‘aanloopstroken’ en ‘sprockets’. En, in het geval van Molleman, over films zonder begin of einde, want zijn grootste bijdrage aan de filmtechniek was de uitvinding van de 16mm-‘looper’: een systeem waarbij een film in een oneindige lus door de projector liep. Handig in tentoonstellingen waar je niet bij elk kunstwerk een operateur kunt zetten om de film steeds opnieuw te starten. Maar ook een fundamenteel andere manier om over de cinematografische pijl van de tijd na te denken. Een filmisch perpetuum mobile.

Avonturen in waarneming

Molleman werd in 1946 in Amsterdam geboren, tussen de gereedschapskisten van zijn vader, die meubelmaker en precisievakman was. In Tot de laatste akte! (2017), een serie portretten van filmverzamelaars van journalist Barend de Voogd, memoreert hij hoe zijn vader altijd met de meest elegante oplossingen voor kleine problemen kwam: „Kwestie van even rustig zo’n dingetje uitdenken.” Dat is wat hij ook zelf is gaan doen. Voor kunstenaars als Lonnie van Brummelen & Siebren de Haan, Tacita Dean, Jeroen Eisinga, Katja Mater en Marijke van Warmerdam. Het had natuurlijk te maken met zijn grote liefde voor film. Al op veertienjarige leeftijd kocht hij zijn eerste projector om thuis films te kunnen kijken. Hij scharrelde rond in de winkeltjes van naoorlogse Amsterdamse filmverhuur- en ontwikkelbedrijfjes en bouwde zijn eerste verzameling op, illegaal gekopieerde Laurel & Hardy-films.

Na zijn studie elektrotechniek ging hij werken bij Cefima, een bedrijf voor bioscoop- en televisiereclame, hing rond bij de Amsterdamse Cinetone-studio, deed productiewerk voor animatieproducent Han van Gelder, en was als cameraman betrokken bij de in 1971 voor een Oscar genomineerde M.C. Escher: Adventures in Perception.

‘Avonturen in waarneming’, zo zou je zijn leven en carrière óók kunnen samenvatten. Hij keek niet alleen graag naar films, maar ook naar hoe ze bekeken konden worden. Filmmaker Lonnie van Brummelen: „Hij zag details die niemand anders zag. Hij was heel erg geïnteresseerd in de materialiteit van film. Dat heeft ons ook geïnspireerd om meer vanuit materiaal te denken. En hij dacht zonder grenzen: de gesprekken gingen met het grootste gemak van een filmprojector naar zijn motorfiets en weer terug.”

Ontbindende zebra

Met zijn in 2010 overleden echtgenote Roos de Vries richtte Molleman uiteindelijk midden jaren zeventig 2M Filmproducties op, het huidige door zijn schoonzoon Seabert Deuling gerunde Studio 2M Filmtechniek, steeds meer een ontmoetingsplek en laboratorium voor filmkunstenaars. Dat versterkte nog toen hij drie dagen per week in de filmwerkplaats van de Gerrit Rietveld Academie ging werken. „Als je op de Rietveld een vraag over film had, riep iedereen: Ruud Molleman!”, vertelt mixed media-kunstenaar Katja Mater. „Hij was een enorme perfectionist, een geweldige pedagoog, onmisbaar voor de tussenstap van idee naar presentatie, en wist alles wat hij deed uitstekend uit te leggen. Hij wilde dat je begreep wat hij deed. Hij was belangrijk voor mijn werk op een manier die ik nog niet helemaal kan bevatten.”

Voor filmkunstenaar Jeroen Eisinga ontwikkelde hij een van zijn huzarenstukken. Eisinga vertrok voor zijn film Sehnsucht (2002) naar Kenia om het ontbindingsproces van een dode zebra te filmen met vijf Bolex 16mm-camera’s, waar Molleman een time-lapse-mechanisme op bouwde zodat ze één beeldje per twaalf minuten konden filmen. Een even controversiële als poëtische meditatie over tijd en tijdelijkheid. Eisinga: „Ik kan wel een leuke anekdote over Ruud vertellen, of over Roos, die schatten, maar de essentie van Ruud was dat hij iets technisch kon verzinnen en het kon maken, en dat het dan ook werkte, en het blééf werken. Die hele opstelling van Ruud heeft twee maanden lang feilloos gewerkt, bij kou, midden in de regentijd en in de gloeiende hitte.”

Het overlijden van Molleman werd op de enige toepasselijke manier herdacht: in meer dan veertig musea wereldwijd werden voor een minuut de projectoren stilgezet. Even niet meer dat ratelen waar hij zo van hield. Alleen het stille licht.