Opinie

Dood door selfie-stick

Ilja Leonard Pfeijffer

Dit is de laatste aflevering van deze reeks over toerisme, die ik ter vervanging van Frits Abrahams tijdens diens welverdiende toeristische escapades op deze ereplek in de krant mocht verzorgen, en het belangrijkste onderwerp heb ik bewust opgespaard tot de finale. Deze column gaat over het concept van fotografibiliteit.

Omdat het voornaamste doel van onze vakantie gelegen is in het maken van de foto’s die andere toeristen ook hebben gemaakt, hebben fotografeerbare plekken een beslissend voordeel in de ratrace om toeristen te trekken.

Ik denk dat ik het in Londen voor het eerst zag. Op Parliament Street stond een verkeersbord dat de plek markeerde vanwaar je het beste een foto kon nemen van de Big Ben. Het zag eruit alsof het een verplichting betrof en alsof je beboet zou kunnen worden als je dat bord voorbijliep zonder de verplichte foto te nemen. Alle steden zouden zulke borden moeten hebben, zodat je er als toerist zeker van kunt zijn dat je de juiste foto maakt, de foto die alle anderen ook maken.

Een van de voornaamste redenen waarom Genua tot nu toe gespaard is gebleven door het massatoerisme, is volgens mijn stellige overtuiging dat de stad zo lastig fotografeerbaar is. Genua heeft geen scheve toren of andere driesterrenattracties van het kaliber van de Rialtobrug of het Colosseum, dus om te beginnen is het al moeilijk om erachter te komen wat nu precies de verplichte foto is die je als toerist moet maken. De meeste kerken en palazzi zijn onfotografeerbaar, want ze bevinden zich in smalle steegjes.

Het eerste wat de ANWB-reisgids over Genua vermeldt met betrekking tot de indrukwekkende kathedraal, een van de meest bijzondere gebouwen die ik ooit heb gezien, is het volgende: „Het plein is te klein of de kerk te groot. De verhoudingen kloppen in ieder geval niet en het is dan ook bijna onmogelijk om de indrukwekkende gevel in zijn geheel op de foto te krijgen.”

Altijd een feilloos gevoel voor prioriteiten, die ANWB.

Ooit werd ik in Genua gefotografeerd voor een glossy magazine over Italië. De fotograaf was ten einde raad. Hij kon mij in duizenden pittoreske steegjes fotograferen, maar de redactie van dat tijdschrift accepteert alleen foto’s met een blauwe lucht. Dat is het clichébeeld van het sprookjesland Italië dat in stand moet worden gehouden en waarmee adverteerders kunnen worden gelokt. En in de binnenstad van Genua zie je de lucht niet.

Natuurlijk moet je zelf ook op de foto, want het doel van de foto is niet om de schoonheid vast te leggen van de bezienswaardigheid die je bezoekt, maar om het bewijs te vormen van jouw aanwezigheid aldaar. Je taak is om te laten zien dat jij een fantastisch leven hebt, dus daarom zet je jezelf voor een duidelijk herkenbare fantastische achtergrond.

Sommige toeristen zijn bereid te sterven voor de ultieme foto van hun jaloersmakende leven. Terwijl ze achteruitlopen om de beste selfie te maken met het beroemde uitzicht, storten ze in het ravijn. Dood door selfie-stick. Bezweken aan een zelfportret. Het ultieme narcistische syndroom van Stendhal.

Frits Abrahams is maandag weer terug.