Opinie

De Internationale anno 2019 is strijdlied van nationalisten

De nieuwe internationale is een divers, los verband, meer bijeengehouden door opportunisme dan door ideologische verwantschap, weet Michel Kerres.

Michel Kerres

Aan het einde van de negentiende eeuw werd de ‘Internationale’ het strijdlied van de arbeidersbeweging. „De wereld steunt op nieuwe krachten”, heet het optimistisch in de vertaling van Henriette Roland Holst.

De arbeiders sloten zich aaneen in de socialistische internationale(s), vastbesloten zich te ontworstelen aan het juk van het kapitaal. Anderhalve eeuw later lijkt het wel alsof de wereld wéér op nieuwe krachten steunt. Nu sluiten populistische leiders zich aaneen in een ‘nationalistische internationale’.

Dé nieuwe kracht is uiteraard president Donald Trump. Hij haalde het ene internationale verdrag na het andere akkoord onderuit. Het Klimaatverdrag van Parijs, het internationale nucleaire akkoord met Iran, de tweestaten-oplossing voor Israël/Palestina: Trump wilde er niets van horen.

De president heeft ook weinig op met universele waarden die in internationale overeenkomsten zijn verankerd. Hij is denigrerend over vrouwen, doet laatdunkend over Mexicanen. Hij riep vrouwelijke leden van het Huis van Afgevaardigden met een donkere huidskleur op terug te gaan naar hun land van herkomst. Zijn aanhangers laat hij over Afgevaardigde Ilhan Omar, geboren in Somalië, scanderen: „Send her home”. Wie niet voor Trump is, is tegen hem en wie kritiek heeft op de VS kan vertrekken. Wie nog twijfelde over Trumps racisme moet na zijn opmerking over ratten in Baltimore, stad met een zwarte meerderheid, beter weten.

Met zijn America First zette hij kwaad bloed onder belangrijke bondgenoten. Met Angela Merkel kon hij nooit goed overweg. Emmanuel Macron mocht langskomen en een boom planten, maar slaagde er niet in de VS bij het Iran-akkoord te houden. Theresa May werd als een kleuter behandeld: de Brexit had ze hopeloos verknald.

Oude vrienden van de VS gingen op afstand, er kwamen nieuwe voor in de plaats. Jaïr Bolsonaro, president van Brazilië, doet er alles aan om goede maatjes te worden met Trump. Viktor Orbán, die de Hongaarse democratie het liefst in zijn eentje zou runnen, komt graag in het Witte Huis. Matteo Salvini, leider van de populistische Lega en vice-premier in Italië, presenteerde zich in Washington als een alternatief voor Merkel en Macron. „Ik denk dat Italië het grootste Europese land is waarmee de VS nu een dialoog kunnen en willen hebben.” Mohammad bin Salman, de kroonprins van Saoedi-Arabië, verdacht van betrokkenheid bij de moord op de journalist Khashoggi, kan weinig kwaad doen.

Interessant wordt de opstelling van de nieuwe Britse premier Boris Johnson. Na Brexit is Johnson immers aangewezen op Trump voor een handelsverdrag en afgelopen week is vaak gewezen op de overeenkomsten (en verschillen) tussen de twee populisten. Toen May achter de Britse ambassadeur in de VS ging staan nadat diens vernietigend kritiek op Trump was uitgelekt, hield Johnson zich op de vlakte. Trumps racistische uitlatingen over vier vrouwelijke politici veroordeelde Johnson wel. Nu brengt Johnsons minister van Buitenlandse Zaken Europese landen in moeilijkheden omdat de internationale marine-missie in de Straat van Hormuz onder leiding van de VS moet komen te staan.

De nieuwe internationale is een divers en los verband, misschien nog meer bijeengehouden door opportunisme dan door ideologische verwantschap. Wat de leden óók bindt is afkeer van het gezamenlijke internationale streven naar een betere wereld.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.