Recensie

Recensie

De hypnotiserende cadans van Trump

Beleidspoëzie De poëzie van Donald Trump is in de loop der tijd wel wat eendimensionaal geworden, constateert Sjoerd de Jong. Gelukkig is er een bloemlezing van zijn vroege werk.

Rob Sears (red.): The Beautiful Poetry of Donald Trump. Canongate, 123 blz (2017).
Rob Sears (red.): The Beautiful Poetry of Donald Trump. Canongate, 123 blz (2017).

Als liefhebber van beleidspoëzie denk je soms met enige nostalgie terug aan de dagen dat Donald J. Trump nog een debutant was, een aanstormend auteur op zoek naar een eigen idioom. Door zijn recente, recht-toe-recht-aan improvisaties op klassieke thema’s als rassenhaat, nationalisme en de povere sanitaire voorzieningen in grote steden zou je het bijna vergeten, maar deze ongepolijste primitivist verraste de literaire wereld nog niet zo lang geleden met werk van intrigerende gelaagdheid. Mogelijk is zijn nieuwe rauwheid het effect van de roem: Trump plaatste al tienduizenden poëtische invallen voor 62 miljoen volgers – een leesclub die eisen stelt waar menig ervarener dichter niet tegen zal zijn opgewassen.

Wie wil nalezen hoe het begon, kan gelukkig teruggrijpen naar de bloemlezing die de Britse literator Rob Sears twee jaar geleden samenstelde, The Beautiful Poetry of Donald Trump. Dit kleinood bleef hier betrekkelijk onopgemerkt, maar lijkt nu alsnog zijn weg te vinden: ik zag het onlangs nog in een Amsterdamse muziekwinkel, waar het gevoel voor de hoekige ritmes van Trumps werk wellicht beter ontwikkeld is.

Onder Sears’ kundige handen krijgt dat de exegetische aandacht die het verdient. Tegelijk maakt de bloemlezing duidelijk hoezeer deze dichter niet alleen schatplichtig is aan het vitalisme van de beat poets, maar ook aan zijn ten onrechte verguisde voorloper Donald Rumsfeld – al haalt die het niet bij Trumps schwung en panache. Van Rumsfeld verscheen de bundel Pieces of Intelligence: The Existential Poetry of Donald H. Rumsfeld (2009), waarin liefhebbers van beleidspoëzie het vrije vers zullen herkennen over known unknowns en unknown unknowns, een meditatie op het verschil tussen zaken waarvan we weten dat we ze niet weten en andere waarvan we zelfs dat niet weten.

Trumps werk is ietwat minder cerebraal, zintuiglijker en ook vormelijker, verwant aan de Japanse haiku – wat past bij het zen-karakter ervan. Zoals in dit portret van een door telefoonseks in ongenade gevallen politicus: Very sick puppy / a screamer and a shouter / he will never change. Andere zijn opgewekter en ook vrijer in vorm, zoals I’m really rich (I order thousands of televisions a year) of het onweerstaanbare I love to read, dat eindigt met een fraaie chute: I believe a lot of the stories are pure fiction / They just pull it out of the air / Gang of liars.

In zijn meer recente werk is die hypnotiserende cadans verruild voor ritmisch nog altijd sterke, maar vaak toch wat eendimensionale typeringen van publieke figuren, zoals een zwakke burgemeester (stone cold loser), advocaat (sleazebag), vice-president (low IQ person), actrice (washed up psycho) en dominee (con man). Trumps gebruik van bijvoeglijke naamwoorden wordt dan net te veel een kunstje, waardoor het aan kracht verliest. Soms breekt de zon door, zoals in zijn lyrische metafoor voor kwaadaardige geruchten (a phony cloud).

Met deze versobering van zijn natuurlijke muzikaliteit speelt Trump ongetwijfeld in op de behoeftes van het grote publiek. Toch komt de radicalisering van zijn poëtica voor de liefhebber van zijn eerdere werk te snel. Vergeefs zoek je bijvoorbeeld naar de bedrieglijke eenvoud van een vroeg gedicht als All I Ask Is Fairness, met de onvergetelijke openingszin: People are constantly attacking my hair / I think it’s very unfair.

Het is te hopen dat Trump, die ook niet meer de jongste is, zijn talent voor ironisch absurdisme op tijd weet te hervinden. Voor het te laat is en zijn expressionistische geest is uitgewaaid, door uitputting, oververhitting of natuurlijk afzetting, dat hij al eens zo frappant omschreef als ‘a dirty, filthy, disgusting word’.