Opinie

Cactus

Marcel van Roosmalen

De zomerse komkommer was dit jaar een cactus, want de discussie over het boerkaverbod kreeg een lelijke stekel nadat het AD publiceerde dat een burgeraanhouding in sommige gevallen was toegestaan. Ik zag de afgelopen dagen meer vrouwen met gezichtsbedekkende kleding op televisie dan ik ooit op een dag in Amsterdam heb gezien. Je zou kunnen stellen dat de media problemen uitvergroten .

Zomer met Art had woensdag Karima (nikab) , Eva Jinek had Tamara (nikab), maar de hoofdprijs zat een paar dagen eerder al in Nieuwsuur. Bekeerlinge ‘Emara’ droeg een paarse boerka, ze deed haar levensverhaal in een ruimte met een naaimachine. Ze was natuurlijk al onherkenbaar, maar op haar verzoek was ook haar stem vervangen door een andere stem. Omdat je haar mond niet zag stoorde dat in het geheel niet. Ze was getrouwd met een man die ze voor haar huwelijk maar een keer had gezien, haar stiefdochters droegen ook bedekkende kleding, haar vader vond haar een ‘overloper’ en hij was ‘net als de meeste mensen’ voor een boerkaverbod.

We zagen haar in een Alex van Warmerdam-waardig shot in boerka over het platteland naar een onbekend stadje fietsen. Pianomuziekje eronder. Later zat ze ook nog in een treincoupé, waar de interactie met de conducteur probleemloos verliep.

Ik kon me zo voorstellen dat ze van Nieuwsuur al heel tevreden waren met deze beelden, maar toen moest het echte vuurwerk nog komen. In het winkelgebied van haar onbekende woonplaats werd ‘Emara’ tussen de Blokker en de Etos geposteerd, waarna aan voorbijgangers werd gevraagd wat ze daarvan vonden.

Man bijt hond, maar dan anders.

Hoe lang ze er stonden bleef onbenoemd, maar op een gegeven moment hadden ze dan toch beet. Een vrouw in een gewatteerde jas die haar fiets van het slot stond te halen hapte. Ze gaf desgevraagd haar mening, zoals ook mijn moeder in betere tijden (nu niet meer, rot alzheimer) zomaar iets gezegd zou kunnen hebben als ze onverwachts zou worden geconfronteerd met een cameraploeg en een mevrouw in een boerka.

„Ik wil weten wie erachter zit”, zei ze, waarna ‘Emara’ er meteen overheen klapte met: „Bent u soms bang dat ik u aanval?”

De vrouw: „Daar krijgt u geen kans voor, laat ik dat even vooropstellen.”

Dan dat al duizend keer gevoerde gesprek.

De vrouw: „Wij leven in ons land, zij moeten zich aanpassen aan de Nederlanders.”

De verslaggeefster: „Maar ze is hier geboren.”

De vrouw: „Dan moet ze zich ook aanpassen, straks gaan haar kinderen zich ook zo kleden.”

De verslaggeefster: „Doen ze al.”

De vrouw: „Dat bedoel ik.”

Ik wist niet met wie ik meer medelijden had. Met ‘Emara’, na de uitzending nog meer mikpunt van spot en hoon?

Of met mevrouw, die zonder het zelf te beseffen opeens woordvoerder was gemaakt van het grote onbehagen?

Die zal zich die dag dat ze even snel neusdruppels ging halen bij de Etos nog lang heugen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.