Boerkaverbod: ‘moeilijk politiek compromis’ dat eigenlijk niets oplost

Boerkaverbod Wat betekent het gedeeltelijke boerkaverbod voor de vrouwen die het betreft? „Zij worden een soort tweederangsburgers.”

Boerkadrager Emarah (rechts) deelt flyers tegen het boerkaverbod uit in de Schilderswijk in Den Haag.
Boerkadrager Emarah (rechts) deelt flyers tegen het boerkaverbod uit in de Schilderswijk in Den Haag. Foto David van Dam

Bespuugd of bedreigd worden. Auto’s die extra gas geven als je oversteekt. Mensen die in de supermarkt hun winkelwagentje expres tegen je aanduwen. Op straat „Vieze zwarte!” of „Rot op naar je eigen land” naar je hoofd krijgen. Het is wat boerkadrager ‘Emarah’ en haar „zusters” zoal meemaken, vertelt ze op het terras van Enjoy Halal in de Haagse Schilderswijk. Emarah is de schuilnaam waaronder ze in de publiciteit treedt, ze wil om veiligheidsredenen niet met haar eigen naam in de krant. Haar volledige naam is bij de redactie bekend.

Genoemde incidenten waren volgens Emarah al aan de orde van de dag voordat donderdag het gedeeltelijk boerkaverbod inging. De angst is bij boerka- of nikabdragers nu nog groter, zegt ze, vooral vanwege een mogelijk burgerarrest. Naar aanleiding van berichtgeving in het AD bevestigde de politie woensdag dat burgers vrouwen in boerka mogen aanhouden als zij in overtreding zijn. Bijvoorbeeld als ze zich volledig gesluierd in het openbaar vervoer begeven en de bedekking na een waarschuwing niet af willen doen.

Emarah gruwt bij de gedachte te worden aangehouden door een burger, ook al omdat ze volgens haar geloof niet mag worden aangeraakt door een man die ze niet kent. Ze is bang voor geweld nu de politie het burgerarrest „heeft gelegitimeerd”. „Mensen kunnen eigen rechter gaan spelen”, zegt Emarah. „Ik hoor verhalen van zusters die niet meer met de trein durven.” Zelf gaat ze de plekken waar het verboden is ook mijden. „Sinds donderdag worden wij onderdrukt, zo voelt dat.”

De invoering van het boerkaverbod leidde afgelopen week tot gedoe over de vraag of de wet wel zal worden gehandhaafd en zo ja door wie. Op sociale media ontstond een grimmige sfeer, waarin extreem-rechtse groepen opriepen „op jacht” te gaan en het burgerarrest in praktijk te brengen. Daarop boden anderen gesluierde vrouwen begeleiding op straat aan (#boerkabuddies). Grote incidenten bleven vooralsnog uit.

Over het boerkaverbod is vijftien jaar gediscussieerd. PVV-leider Geert Wilders kreeg in 2005 in de Tweede Kamer steun voor zijn motie „het openbaar gebruik van de boerka in Nederland te verbieden”. Verschillende kabinetten vonden dat een te grote inbreuk op de individuele vrijheid. Uiteindelijk koos Rutte II in 2015 voor een beperkt verbod, voor álle vormen van gezichtsbedekking. Een compromis waar niemand echt blij van werd, Wilders vond het „slappe hap”. Miniser Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) moest het uiteindelijk invoeren, terwijl haar eigen partij altijd tegen was.

Veranderende argumentatie

De vraag is al vanaf 2005 welk probleem het verbod moet oplossen. Volgens Annelies Moors, hoogleraar moslimsamenlevingen (Universiteit van Amsterdam), waren de paar honderd volledig gesluierde vrouwen in Nederland daarvoor nooit een issue. „De politiek heeft hier heel actief geprobeerd een oplossing te crëeren voor iets dat geen probleem was.” Dat beeld werd deze week bevestigd door instellingen in de zorg en het openbaar vervoer – waar het verbod geldt. Zij lieten weten dat gezichtsbedekking in de praktijk nooit problemen geeft.

De argumentatie voor een verbod is in de loop der jaren veranderd. Bij Wilders ging het altijd expliciet om de islam en de boerka, die hij bij het indienen van zijn initiatiefwet in 2007 „een afwijzing van de westerse kernwaarden” noemde. Maar alleen islamitische gezichtssluiers verbieden is discriminatie – voor latere kabinetten de reden het verbod te verbreden naar integraalhelmen en bivakmutsen. Moors zag de argumentatie „geleidelijk verschuiven” naar het meer praktische punt dat gezichtsbedekking communicatie in de weg staat, de kern van het huidige voorstel. Het leidde tot het beperkte verbod van nu – in overheidsgebouwen, openbaar vervoer en zorginstellingen zou communicatie zonder gezichtsbedekking noodzakelijk zijn. „Dat was eigenlijk het enige argument waar politieke partijen het over eens konden worden.”

Oud-CDA-Kamerlid Wim van de Camphad veel liever een algemeen verbod gezien, ook op straat. Dat was ook waar zijn fractie ja tegen zei toen die in 2005 voor de motie-Wilders stemde. Zo’n algemeen verbod was volgens Van de Camp „helder” geweest en goed te controleren. Nu ziet hij „een moeilijk politiek compromis” waar onduidelijkheid over is. „Je moet geen wetgeving maken die niet te handhaven is, dan maak je de burger knettergek.”

Bij voorstanders van het verbod speelt ook vaak de emancipatiegedachte mee. De boerka staat daarbij symbool voor achterstelling en vrouwenonderdrukking binnen de islam. Hoogleraar Moors bestrijdt dat veel vrouwen de gezichtssluier gedwongen dragen. Ze sprak tientallen vrouwen voor haar onderzoeken. „Velen zeggen: het is heel erg mijn keuze”. Dat ligt ook voor de hand, zegt Moors, „want het is in Nederland ongebruikelijk en het maakt deze vrouwen kwetsbaar”. De sluier leidt snel tot negatieve reacties, ook binnen de eigen familie en gemeenschap.

Emarah begon haar boerka een paar jaar geleden uit vrije wil te dragen. Ze is van mening dat het verplicht is binnen de islam. „Ik zie het als aanbidding van mijn Schepper” en „ik wil zelf bepalen wie er naar mij mag kijken en wie niet”. De gesluierde vrouwen die zij kent zijn allesbehalve zielig of onderdrukt, zegt ze. „Het zijn vrouwen die werken en naar school gaan, juist geen vrouwen die thuis zitten en niks doen.”

Het boerkaverbod kan maken dat het sociale isolement van de vrouwen toeneemt, denkt Emarah. „De staat beperkt ons.” Moors vindt ook dat dit beperkte verbod „heel erg ingrijpt op hele belangrijke terreinen als zorg en onderwijs. Deze vrouwen worden een soort tweederangsburgers.”

Dat gevestigde partijen zijn meegegaan in het PVV-plan verklaart Moors uit de „aanhoudende aantrekkingskracht van de anti-islamagenda”. Partijen vrezen volgens haar anders kiezers te verliezen. Ze noemt het boerkaverbod „heel erg contraproductief”. „Het zal polariserend werken, zoals je nu al kunt zien.”

Hoofddoekverbod

Het verwijt dat de politiek de problemen vergroot, vindt PvdA’er Jeroen Recourt voorbarig. Recourt, die als toenmalig Kamerlid in 2015 deelnam aan het Kamerdebat over het boerkaverbod, geeft toe dat het voor zijn partij een concessie was aan regeringspartner VVD. Toch blijft hij het verbod „verdedigbaar” noemen. „Als er nu ergens een probleem gaat spelen, heb je een landelijke norm in de wet.”

Wim van de Camp vindt dat vooral Wilders de kwestie te veel in de „anti-islamsfeer” heeft getrokken. Zijn geflirt met het burgerarrest is volgens de CDA’er ook „totaal de verkeerde benadering” voor een politicus. „Dat wijs ik volstrekt af.”

Emarah heeft bij Enjoy Halal intussen gezelschap gekregen van andere moslimvrouwen, die met haar tegen het boerkaverbod gaan flyeren. Eén van hen is Samira uit Enschede, die normaal alleen een hoofddoek draagt, maar uit solidariteit in nikab is gekomen. Ze vindt het boerkaverbod „een aanval op ons geloof” en vreest voor meer anti-islamitische politiek. Wilders twitterde al dat een hoofddoekverbod het volgende doel moet zijn, zegt ze bezorgd.

Bang is Samira niet, ze voelt zich nog veilig. Als ze op straat wordt nageroepen, zwaait ze en antwoordt met een glimlach. „Ik heb God in mijn hart. Deze wereld is tijdelijk, niet voor altijd. Het zijn voor ons allemaal beproevingen, ook dit boerkaverbod.”