Adviseur: opties voor IS-tribunaal zijn ‘uiterst beperkt’

Islamitische Staat Nederland pleit voor een internationaal tribunaal voor IS-strijders. De volkenrechtelijk adviseur van Buitenlandse Zaken ziet vooral juridische obstakels.

Het is deze maand vijf jaar geleden dat IS een massamoord uitvoerde op de yezidi’s in Irak, die volgens de VN neerkwam op genocide.
Het is deze maand vijf jaar geleden dat IS een massamoord uitvoerde op de yezidi’s in Irak, die volgens de VN neerkwam op genocide. Rodi Said/Reuters

Een internationaal tribunaal voor de berechting van leden van Islamitische Staat is juridisch gezien heel moeilijk te realiseren. Zonder mandaat van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, of instemming van Syrië en Irak, zijn de mogelijkheiden „uiterst beperkt”.

Dat concludeert André Nollkaemper, de externe volkenrechtelijk adviseur van het ministerie van Buitenlandse Zaken in een advies dat minister Blok (VVD) hem in mei heeft gevraagd. Nederland en Zweden proberen internationaal steun te verwerven voor een dergelijk tribunaal, dat bij voorkeur in de regio staat. Blok heeft hiervoor gepleit bij de Veiligheidsraad.

Het is echter zo goed als uitgesloten dat de Veiligheidsraad met een tribunaal instemt, omdat Rusland dat zou blokkeren. Ook van Syrië en Irak wordt geen instemming verwacht. Hierdoor zal het moeilijk worden om verdachten uitgeleverd te krijgen aan een tribunaal, of om toegang te krijgen tot bewijsmateriaal of getuigen.

Recht op terugkeer

Nederland, Zweden en andere geïnteresseerde landen kunnen altijd zelf een verdrag sluiten om IS-strijders met bijvoorbeeld de Nederlandse of Zweedse nationaliteit te berechten. Maar een dergelijk hof zal waarschijnlijk niet de daders met de grootste verantwoordelijkheid voor bijvoorbeeld de massamoord op de yezidi’s kunnen vervolgen en dus maar een kleine bijdrage leveren aan het bestrijden van straffeloosheid.

Berechting van Europese strijders door nationale rechtbanken ligt meer voor de hand en Nollkaemper adviseert Blok dan ook om die mogelijkheid te onderzoeken. Het „lijkt” erop, schrijft hij, dat een van de doelstellingen van een tribunaal zou zijn om de dreiging van terugkerende IS-strijders naar bijvoorbeeld Nederland te beperken. Het tribunaal zou dan in de regio moeten staan en veroordeelden zouden daar hun straf moeten uitzitten.

Hier formuleert Nollkaemper twee bezwaren tegen: volgens het internationaal recht heeft iedereen recht op een nationaliteit en dus op terugkeer naar eigen land. Dat land mag dan niet bewust die terugkeer tegenwerken. Daarnaast zou het effect slechts tijdelijk zijn: na de straf komt de veroordeelde alsnog terug. Als hij of zij alleen veroordeeld is voor het lidmaatschap van IS, en verder geen misdaden als moord of marteling heeft gepleegd, zal die straf bovendien kort zijn. Nollkaemper adviseert Blok om expliciet te zijn over de doelstelling van een internationaal tribunaal.

Syrisch regime

De adviseur wijst verder op de risico’s om een tribunaal uitsluitend aan de vervolging van IS-strijders te wijden. Bestaande internationale rechtbanken als het Joegoslavië-tribunaal of het Internationaal Strafhof kunnen alle partijen in een conflict onderzoeken. Bij een apart IS-tribunaal zouden de misdaden door het Syrische regime en andere strijdgroepen buiten schot blijven, wat weer tot wrok kan leiden.

Blok zal het advies meenemen in een bijeenkomst die hij in september organiseert tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York. Daar wordt met de betrokken landen en instanties overlegd over de mogelijkheden.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Is het internationaal recht op zijn retour?
U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.