Opinie

800.000 keer verkocht, maar in geen kwaliteitskrant besproken

De Zeven Zussen-van de Ierse schrijfster Lucinda Riley is met zo’n 800.000 verkochte boeken een megasucces in de Nederlandse boekhandel, zonder dat die romans ooit in kwaliteitskranten zijn gerecenseerd.

Michel Krielaars

De zevendelige De Zeven Zussen-serie van de Ierse schrijfster Lucinda Riley is met zo’n 800.000 verkochte boeken een megasucces in de Nederlandse boekhandel, zonder dat die romans ooit in kranten als NRC of Volkskrant zijn gerecenseerd. Zoiets gebeurt wel vaker. Zie de autobiografische roman Angela’s Ashes (1996) van Frank McCourt, die het tot aan zijn 100.000ste verkochte exemplaar in de Nederlandse vertaling vooral van mond-tot-mondreclame moest hebben.

Onlangs verkeerde ik in een hoogopgeleid gezelschap, van wie sommigen diep onder de indruk waren van De Zeven Zussen. Ze verslonden het ene deel na het andere en hadden in geen jaren zulke geweldige, niet weg te leggen, reuze spannende en interessante boeken gelezen. Niet voor niets stonden ze hoog in de CPNB-bestsellerlijst.

Bij terugkeer in Nederland nam ik me daarom voor er zelf eens in te beginnen, ook omdat Rosanne Hertzberger in haar kruistocht tegen de ‘elitaire boekenwereld’ meent dat de NRC, als ‘spreekbuis van de elite’, zijn neus zou ophalen voor de ‘lage literatuur’ van Riley. Nu is dat van die opgehaalde neus onzin, maar wel is het zo dat serieuze literatuur, als uiting van hoge kunst, voorrang krijgt in deze boekenbijlage.

Bij bol.com kocht ik het e-book van deel 1 en begon te lezen. Ik schoot door de 622 pagina’s heen, ook omdat ik mijn vermoedens over het voorspelbare verloop van de vele door Riley opgevoerde verstoorde liefdes-, ouder-kind- en zus-zusverhoudingen keer op keer bevestigd zag.

Op een gegeven moment had ik de Riley-formule door: De Zeven Zussen was een mix van de goed bekeken tv-programma’s Spoorloos, Wie is de mol? en Verborgen verleden. De cyclus is één grote speurtocht naar de afkomst van de zussen, die uit alle delen van de wereld stammen. In deel 1 reis je naar het Brazilië van 1928-1929, waar zich een romantisch liefdesverhaal afspeelt. Tussendoor bezoek je ook nog even het Parijs van die dagen, waar Riley je aan beroemde kunstenaars als Ravel, Cocteau, Picasso en Landowski voorstelt. Die historische uitstapjes zijn vrij braaf en clichématig, maar laten je toch achter met het gevoel dat je wat van de geschiedenis hebt opgestoken.

Maar eerst moet je je door het begin zien te worstelen, dat vrij beroerd is geschreven. Als in een circusnummer worden hier zes zussen (de zevende ontbreekt, lees deel 7) aan je voorgesteld, die vernoemd zijn naar de Plejaden, nymfen uit de Klassieke Oudheid. Na de dood van hun schatrijke adoptievader komen ze bijeen op zijn landgoed Atlantis aan het Meer van Genève, waar ze zijn opgegroeid. Als erfenis krijgen ze elk een enveloppe met karige informatie over hun afkomst. Hun reacties hierop zijn te knullig om geloofwaardig te zijn en geven je vaak het gevoel op een mislukte sensitivity-training te zijn beland. Grote emoties over liefde en dood verdampen in een seconde, alsof ze er eigenlijk niet toe doen. Als Maia, de hoofdzus uit deel 1, op die eerste bladzijden meer om zichzelf rouwt dan om de dood van haar pleegvader, hoor je bijna Koot & Bie’s Carla van Putten weer zeggen: ‘Gek mens ben ik, hè?’ Maar misschien is dat ook wel wat De Zeven Zussen, zoals Hertzberger zou zeggen, tot een ‘zalige snack’ maakt. Toch laat ik dat genot verder aan me voorbijgaan. Als ik iets over de liefde in Brazilië wil weten lees ik liever Machado de Assis.

Correctie: in een eerdere versie van dit artikel werd gesproken over het programma Opsporing verzocht. Dat moest Spoorloos zijn en is aangepast.