Nicolaas Veul: „Het gaat niet om één grap, maar waar die grappen voor staan, om de optelsom en de cultuur.”

Beeld Pisnicht: The movie/VPRO

‘Pisnicht of homootje – dat maakt veel stuk’

Nicolaas Veul Homo’s worden nog altijd als minderwaardig neergezet, vindt Veul. Met Pisnicht: The Movie wil hij mensen wakker schudden.

Met een VPRO-microfoon in de hand stapt Nicolaas Veul (35) af op een jongen bij een pinautomaat – het begin van de documentaire Pisnicht: The Movie. Veul vraagt hem: „Ben je homo?” De jongen fronst direct zijn wenkbrauwen en fietst boos weg, opgewonden roepend: „Ik moet je een klap voor je kop geven! Donder op joh, idioot!”

Van dit moment moest Veul echt even bijkomen, vertelt hij op een Amsterdams terras. „Je kunt zeggen: dit gaat niet over mij, maar het gaat óók over mij.”

Veul maakte een persoonlijke documentaire, waarin hij op lichtvoetige toon en zonder belerend te worden laat zien hoe Nederlanders omgaan met lesbiennes, homo’s en biseksuelen (lhb’s), en wat daar de impact van is. Terwijl de meeste mensen zeggen geen probleem te hebben met een andere seksuele oriëntatie, worden lhb’s, bewust en vaak onbewust, nog altijd neergezet als minderwaardig, betoogt Veul. „Het woord homo valt vaak en bijna altijd in negatieve zin. Soms wordt er niks mee bedoeld, maar ook dan heeft het impact.”

Ik hoop dat ik met mijn film mensen kan raken. Dat is het antigif: niet de grappenpolitie zijn, maar laten zien wat er gebeurt, overal.

Hij komt net uit de montage, waar hij de allerlaatste wijzigingen heeft aangebracht. „Ik moest hard huilen, want deze film kwam van heel diep. Ik wilde zó graag een antwoord geven op al die mannen die zeggen: zeik niet zo, waar héb je het over.”

Veul doelt onder anderen op Johan Derksen, die in voetbalprogramma Veronica Inside stelde dat het niet moeilijk is om uit de kast te komen, dat daar gewoon „een beetje karakter” voor nodig is. Ook doelt Veul op cabaretier Youp van ’t Hek, die eind 2017 de woorden ‘enge pisnicht’ gebruikte in zijn NRC-column – vandaar de titel van de film. „Dat was zo argeloos”, zegt Veul. „Hij heeft zo’n groot bereik.” Veul deed in zijn VPRO-column vervolgens een oproep om te stoppen met „homofobe scheldwoorden”, waarop Van ’t Hek hem een zeikwijf noemde.

Pisnicht: The Movie (VPRO), aankondiging.

Heb je je tijdens het maken van deze film weleens een zeikerd gevoeld?

„O man, ja. Heterocollega’s zeiden in het begin: mogen we dan niks meer zeggen? Jawel, het gaat niet om één grap, maar waar die grappen voor staan, om de optelsom en de cultuur.”

Hoe was het dan om op te groeien als homo?

„Ik heb jarenlang het gevoel gehad dat er iets mis was met mij en dat ik niet goed genoeg was. Overal werden gays neergezet als anders, minder, vies. Ik dacht: ben ik geen echte man? Op school werd iedereen homootje genoemd – dat gebeurt op veel plekken nog steeds – en toen ik op mijn negentiende uit de kast kwam was ik dé homo. Ik ben daar wel mee gepest, ja.”

Wat deed deze periode met je?

„Het heeft mij in mijn jeugd héél veel stress gegeven. De angst dat mijn homo-zijn uit zou komen was zo overheersend, dat het mij echt in beslag nam. Het is moeilijk om van jezelf te houden als je iets in je hebt wat mensen vies of raar vinden. Ik heb dat echt moeten leren.”

Youp van ’t Hek schreef dat hij met ‘pisnicht’ niet álle homo’s uitscheldt, „maar sommige nichten zijn gewoon pisnichten”. Je hoeft je dus niet aangesproken te voelen.

„Als mensen van grote statuur dit soort dingen zeggen, wordt dit type taalgebruik gelegitimeerd. Het is cynisch om te zeggen: de wereld is nou eenmaal hard, weer je er maar tegen. Ik kan het niet van me laten afglijden, want het maakt te veel stuk. Ik wil er iets van zeggen uit naam van de jonge mensen die nu in de kast zitten en worstelen, in de hoop dat er iets verandert.”

Nicolaas Veul wijst erop dat lesbiennes, homo’s, bi’s en transgender personen vaker eenzaam of depressief zijn. Ook heeft bijna de helft van de Nederlandse lesbiennes, homo’s en bi’s ooit suïcidegedachten gehad, bleek eerder uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. „Dáár gaat het over”, zegt Veul. „Hoe homo’s worden neergezet heeft effect en daarover moeten we met elkaar in gesprek.”

Dat gesprek voert hij in Pisnicht: The Movie onder meer in een kleedkamer vol met voetbalmannen. „Homo is gewoon een synoniem geworden voor zwak”, zegt een van hen. Zijn teamgenoot: „Ik heb er niets op tegen, maar het zijn niet mijn beste vrienden.” Wanneer Veul laat blijken dat de reacties hem raken, zegt een oudere man: „Door jouw reactie laat je al zien dat je homofiel bent, omdat je het je heel erg aantrekt.” Veul concludeert in zijn voice-over droogjes: „Als je het dus vervelend vindt om gelijkgesteld te worden aan een slappe hap en daar iets van zegt, dan ben je dus… een slappe hap.”

Begint het allemaal met empathie?

„Ja, dat is het grote probleem: waarom kunnen wij als maatschappij geen empathie opbrengen voor mensen die we bestempelen als anders? Ik hoop dat ik met mijn film mensen kan raken. Dat is het antigif: niet de grappenpolitie zijn, maar laten zien wat er gebeurt, overal. Dit is een blinde vlek in onze samenleving.”

Nu homo’s in Nederland op juridisch vlak grotendeels dezelfde rechten hebben als hetero’s, is het tijd voor een tweede emancipatiegolf, vindt Veul: „Het gaat nu over de emotionele vrijheid. Wie anders is dan de norm, zal een weg moeten blijven afleggen, maar waar het om gaat is dat we die reis gaan verkorten. Het is dapper als je voor je homoseksualiteit durft uit te komen en geen zwakte.”

Pisnicht: The Movie wordt uitgezonden in de week van Amsterdam Pride, twee dagen voor de Canal Parade. Heeft die door het maken van deze film meer betekenis voor je?

„O ja, zóveel meer. Vroeger moest ik er niets van weten en dacht ik: hou toch op joh, met dat gekke gedoe. Nu denk ik: o my god, wat geweldig! Het is moeilijk om je wezenlijk trots te voelen als je zo veel negativiteit over je heen krijgt. Mensen die de vrijheid voorleven zijn dan een voorbeeld. Zij nodigen je uit om jezelf te laten zien.”

Pisnicht: The Movie wordt donderdag 1 augustus om 21.00 uur uitgezonden op NPO 3.