Pharoah Sanders’ masterplan werkt op Dekmantel nog steeds

Recensie Traditiegetrouw verbindt Dekmantel Festival heden en verleden van elektronische muziek op de openingsavond van zijn vijfdaagse festival. Saxofonist Pharoah Sanders was hartverwarmend oprecht in zijn kosmische jazz-verkenningen, Juan Atkins raakte soms de weg kwijt.

Pharoah Sanders in het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ.
Pharoah Sanders in het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ. Foto Bart Heemskerk

Twee uiteenlopender artiesten had Dekmantel niet kunnen kiezen voor de openingsavond van zijn vijfdaagse festival. Saxofonist Pharoah Sanders (79) speelde in zijn tijd nog met John en Alice Coltrane, Juan Atkins legde de basis voor techno en maakte daarvoor al electro-hits als ‘Clear’ (later gesampeld door Missy Elliott) onder de naam Cybotron.

Pharoah Sanders uitnodigen blijkt een meesterzet. De spelers om hem heen zijn aardig, niet altijd even bijzonder, maar de oude meester – die wel een kwartier lang onbeweeglijk kan zitten luisteren op een hoge stoel naar solo’s van de creatieve bassist, de wat overdreven pianist en drummer om hem heen – maakt het geheel tot meer dan de som der delen. Hij kan zijn sax echt smeuïg laten zingen. Nergens kraakt of piept het, nooit hapt hij naar lucht. Gewichtloos zweeft hij door de tonen tijdens zijn kosmische jazz-verkenningen.

Naarmate het optreden vordert, komt de oude maestro echt in vorm. Een beetje aarzelend reikt hij eerst nog naar de microfoon, en begint met trillingen van zijn lip, maar al snel dartelt hij scattend door de tonen. Hij zit te swingen op zijn stoel, met de microfoon tikt hij ritmisch in de maat. Daarna pakt hij nog een keer zijn saxofoon op om zijn magnum opus ‘The Creator Has A Masterplan’ te spelen en te zingen, met jubelende uithalen. Onder begeleiding van een staande ovatie schuifelt hij vervolgens voetje voor voetje het podium af, zijn sax houdt hij af en toe omhoog als trofee. Hartverwarmend.

Een eigen ruimtereis

Juan Atkins neemt het publiek daarna op geheel eigen wijze mee op ruimtereis. In Kraftwerk-opstelling, geflankeerd door twee mannen met Daft Punk-helmen achter synthesizer-zuilen, opent hij met ‘Cosmic Cars’. Aan die ouderwetse dikke drumcomputer-beat kun je niet zoveel verkeerd doen, maar Atkins’ vervormde stem is nauwelijks verstaanbaar en het geheel klinkt rommelig. Toegegeven: het is ook lastig zo’n arsenaal aan oude apparatuur te synchroniseren.

De lasershow die door de ruimte kaatst is wel indrukwekkend. Het lijnenspel deukt ritmisch patronen in een ouderwetse ponskaart en roept beelden op van rood brandende planeten. Bij vlagen zijn de beats rauw en aanstekelijk, rechts voorin wordt gedanst. Maar ritmisch is er te weinig afwisseling en de overgangen duren te lang. Rond middernacht is er een heel lange, beatloze break, waarin een wat al te melodramatische gitaarsynth wordt uitgekauwd en de aandacht verslapt. Gelukkig heeft Atkins het beste bewaard tot het laatst: bij zijn grote hit ‘Clear’ veert iedereen weer op.