Opinie

Otten legt zwakte bloot van FVD en ook van het subsidiestelsel

Forum voor democratie

Commentaar

Het is de gouden regel voor wie een huisfeestje organiseert: wil je niet dat de onderburen de politie bellen, dan nodig je ze uit, zodat ze zelf deelnemen aan de herrie. Volgens dezelfde logica lijkt de top van Forum voor Democratie (FVD) elkaar en daarmee zichzelf de afgelopen vier jaar grote sommen geld te hebben toegeschoven. Zolang iedereen mee profiteerde, klapte niemand uit de school. Het gerommel binnen de partij van de afgelopen tijd laat zien wat de keerzijde van die strategie is. Als de goede verhoudingen verzuren, valt er van iedereen wel een dubieus bonnetje op te sporen. Kompromat in de polder.

Toen FVD in april een eerste poging deed medeoprichter en bestuurslid Henk Otten te lozen, dook via NRC een betaling van tienduizenden euro’s op die hij als penningmeester aan zichzelf had gedaan. Zijn vertrouweling Robert Baljeu ruimde in mei het veld als adviseur na een andere aan het licht gekomen betaling. En nu Otten door het partijbestuur definitief de deur is gewezen, zwaait hij zelf met een oude betaling van ruim 36.000 euro, die het wetenschappelijk bureau van FVD deed aan Paul Frentrop, de beoogde nieuwe partijvoorzitter.

Uitgerekend met de val van Otten, die vanaf de oprichting heeft gewaarschuwd voor „LPF-toestanden” en in een politiek verleden zelf kort voor de LPF actief was, krijgt FVD nu alsnog de groeipijn te verduren die het vanaf het begin vreesde.

Met de nieuwe partij die Otten aankondigde, zal hij voor partijleider Thierry Baudet en de zijnen electoraal geen bedreiging vormen. Hij mist het charisma, de glans van het nieuwe en het onderscheidende programma van zijn tegenstrever. Voor hem dreigt het politieke lot van VoorNederland, GeenPeil, Hero Brinkman en andere gelukzoekers die zich eerder op rechts aandienden: veel geronk, nul zetels.

Maar al bagatelliseert FVD nu het belang van Otten, achter de schermen doet zijn vertrek de partijtop wel degelijk pijn. Hij was het die erin slaagde voldoende geschikte kandidaten te vinden om zonder relletjes de Provinciale Statenverkiezingen door te komen. Hij tuigde veel van de financiële constructies op waarmee hooggeplaatste FVD’ers zichzelf verrijkten – en waarmee ze elkaar nu in de problemen brengen.

De behendigheid waarmee FVD de eigen kas en die van zijn bestuurders spekte, toont niet alleen de kunde van Otten, maar ook een zwakke plek in het systeem. Het Nederlandse stelsel van overheidssubsidies voor politieke partijen maakt misbruik wel erg gemakkelijk.

Een wetenschappelijk bureau en een internationale tak zijn waardevolle onderdelen voor een volwaardige politieke partij. Maar ze moeten niet bestaan om extra subsidiegeld binnen te hengelen. Dat een groot deel van de uitgaven bij FVD naar de bankrekeningen van de partijtop terugvloeide, doet het laatste vermoeden.

Politici verdienen een eerlijke vergoeding voor hun werkzaamheden: de politiek is geen welzijnswerk voor vrijwilligers. Maar als partijen naar hartelust en zonder duidelijke verantwoording voor hun uitgaven, overheidsgeld kunnen uitgeven aan zichzelf en aan zomerscholen voor selecte gezelschappen op kastelen waar de wijn rijkelijk vloeit, is er iets mis.

Dit probleem gaat verder dan een misstand bij FVD. De Telegraaf liet al zien dat ook gevestigde partijen bereid zijn donateurs te helpen grote giften te anonimiseren, tegen de regels in. De Otten-kwestie toont hoe kwetsbaar het subsidiestelsel is. Als de FVD-toestanden íéts opleveren, is het dat.