Evert van Ketwich Verschuur (89): ‘Hier zit ik in mijn luxe gevangenis en treur om haar’

Op de plaats van de rubriek Jong! deze zomer elke week de rubriek Oud! waarin ouderen vertellen over zichzelf, hun liefdes en de lessen van het leven. Deze week: Evert van Ketwich Verschuur (89).

Khalid Amakran

Helga

„Ze was mijn tafeldame bij een diner op de Hollandse club in Hamburg. Ik was dertig en had een betrekking in de internationale scheepvaart, Helga was negen jaar jonger, ze was au pair geweest in Londen en Genève. Haar ouders waren gescheiden, de mijne ook. Ons zou dat niet gebeuren, wij zouden altijd samenblijven. Ze had rechten willen studeren, maar door mijn toedoen kwam het daar niet van, al vrij gauw dienden de kinderen zich aan. Samen woonden we in vier landen op twee continenten, in veertien huizen.”

In één moeite door

„Onze zoons hadden een hospice gevonden met een grote kamer waar een bed naast het hare in kon voor mij. Helga was na veertig chemokuren op. De nacht voor haar dood was ze glashelder, ze had zich overgegeven. Ik zei: ‘Als zij gaat, wil ik ook’. Kon mooi in één moeite door, maar de arts verdomde het. Dus nu zit ik hier, in mijn luxe gevangenis en treur om haar. Ze zeggen: ‘Verdriet slijt.’ Dat is niet waar. Het wordt erger.”

Suffe bedoening

„Het merendeel van de verzorgers hier is erg vriendelijk en hulpvaardig, maar verder is het een suffe bedoening. De bewoners zijn op een haar na dood. In de eetzaal kom ik niet meer. Vandaag maak je een praatje met ze, de dag erop vragen ze je wie je eigenlijk bent. Om vijf uur haal ik mijn kranten, om zes uur trek ik de deur van mijn kamer dicht. De televisie is ’s avonds mijn enige vrind.”

Mooi moment

„Je kunt zo vaststellen dat ik ondraaglijk psychisch en fysiek lijd, maar de wet wordt steeds strenger. Nu moet ik eerst weer naar de geriater, die heeft pas na de vakantie weer tijd. De 23ste augustus had me een mooi moment geleken, Helga is dan precies een jaar dood. Maar dat red ik niet meer. Ik moet opschieten, straks word ik dement en dan kun je het helemaal op je buik schrijven. Wat moet ik dan? Met een steen aan mijn poot het Spaarne in? In m’n scootmobiel de snelweg op?”

Vitaminepil

„Ik loop bij de dermatoloog, de uroloog, ik slik een sloot medicijnen, neem elke dag een vitaminepil waar alles inzit en mijn zoons en hun lieve vrouwen zorgen voor aanvullend eten dat ik hier niet krijg. Vruchten, groente, gezonde dingen. Dat klinkt gek misschien, dat ik me druk maak om mijn voeding, want ik wilde toch zo nodig dood. Maar ik wil niet instorten. Ik lijd aan het verlies dat ik leed en vrees het lijden dat komt. Elke twee weken bel ik met Helga’s stiefmoeder. Ze is 104, doof, blind, kan niks meer, maar ze is nog glashelder. Verschrikkelijk. Had ik nou maar op een briefje dat ik eruit kan zodra ik dat wil. Ja, zul je net zien, pak ik nog die verjaardag mee, en die en die. Maar ik vind: dan moet ik het ook doen, anders is het slap.”

Op de plaats van de rubriek Jong! deze zomer elke week de rubriek Oud! waarin ouderen vertellen over zichzelf, hun liefdes en de lessen van het leven.