Opinie

Europa’s gelijke speelveld moet op de schop

De EU vraagt altijd maar om dezelfde regels voor alle landen. Laat beleid toch per land verschillen, schrijven en .
Foto iStock

Als er één moment is om de hoofdlijnen van het EU-beleid te beïnvloeden, dan is het nu. In de overgangsfase naar de nieuwe Commissie onder de Duitse christen-democraat Ursula von der Leyen wordt op tal van schaakborden in Brussel en in hoofdsteden onderhandeld. Nauwere Europese defensiesamenwerking, China, een groter EU-budget voor innovatie en industriepolitiek – het staat allemaal op de agenda.

Over de Europese interne markt, de traditionele pijler van het EU-project, wordt amper gesproken. Deze binnenmarkt van de (nu nog) 28 lidstaten draait om het gelijke speelveld of level playing field, zodat goederen, diensten, kapitaal, en mensen vrij kunnen bewegen (de ‘vier vrijheden’). Aan de Europese markt is een harmonisatiegeloof verbonden: overal moeten dezelfde regels gelden. Het is echter tijd om dat te herijken. Van verschillenden kanten wordt geopperd dat meer flexibiliteit nodig is in de EU, ook al ontbreekt een samenhangende visie op waar en hoe die flexibiliteit eruit moet zien. In de dagen rond de instemming van het Europees Parlement leek Von der Leyen flexibiliteit te beloven aan Oost-Europese landen op het gebied van de rechtsstaat, en begrotingsflexibiliteit voor het Zuiden. De beoogde eerste vicevoorzitter, Frans Timmermans, riep juist dat Von der Leyen zich hard moet opstellen.

Economische harmonisatie heeft grote voordelen. Europese regels creëren grotere afzetmarkten, dammen grensoverschrijdende effecten zoals milieuvervuiling in, en op kinderspeelgoed kan grensoverschrijdend gekauwd worden zonder gevaar op loodvergiftiging. De keerzijde is echter dat lidstaten ondanks hun enorme verschillen, bijvoorbeeld ten aanzien van milieu en migratie, beperkt zijn in het maken van keuzes. Ook wordt concurrentie ingedamd. Door verschillen tussen telefoonopladers te beperken wordt innovatie van usb-poorten belemmerd en kunnen telefoonproducenten zich minder onderscheiden. Een Europees minimumloon beschermt Nederlandse werknemers maar beperkt het concurrentievoordeel van armere landen. Ondertussen sluipt harmonisatie door naar terreinen waar voordelen twijfelachtig zijn, zoals ouderschapsverlof waar geen grensoverschrijdende effecten bestaan.

Grote politieke systemen, zoals de EU, hebben meer moeite met beleidsflexibiliteit dan kleinere systemen. De onmogelijkheid het EU-landbouwbudget om te buigen, onderstreept de starheid. Lidstaten verliezen, als wetgeving eenmaal op EU-niveau is ingekleurd, de zeggenschap om het eigenstandig te veranderen. Als Nederland zelf tien dagen vaderschapsverlof regelt, dan kan het ook zelf besluiten dit later te verhogen of te verlagen. Als dit echter op EU-niveau is geregeld, dan moet het met 27 andere lidstaten, de Commissie en het EP onderhandelen. Bij elke EU-regel wordt flexibiliteit ingeleverd.

Van ‘minder’ beleid komt weinig terecht

Dat het harmonisatie-denken te ver is gegaan is bekend. De afgelopen vijfentwintig jaar was de opdracht van de Europese lidstaten in de Raad aan opeenvolgende Commissies dan ook telkens: ‘minder maar beter’ EU-beleid. Van minder kwam weinig terecht omdat veel partijen, inclusief de lidstaten en het bedrijfsleven, steeds nieuwe regels voorstellen. Iedereen wil zijn nationale normen graag uitrollen over de hele EU om de concurrentieposities van hun bedrijfsleven en welvaartsstaten te beschermen. Politici en (EU-)ambtenaren willen bovendien met nieuw beleid hun relevantie bewijzen. Bij de laatste Europese verkiezingen beloofde Frans Timmermans bijvoorbeeld een vennootschapsbelasting van ten minste 18 procent, terwijl belastingen een nationale aangelegenheid zijn.

Hoewel EU-onderhandelingen veelal leiden tot de laagst mogelijke gemeenschappelijke standaarden, worden deze minimumnormen tijdens opeenvolgende onderhandelingen opgerekt en uitgebreid naar nieuwe terreinen. Dit zijn de beroemde ‘spillover’ effecten waarbij de ene harmonisatie de andere oproept. Marktliberalisatie leidde tot de euro om kosten van handel verder te verlagen en nu komen belastingenharmonisatie en sociale bescherming in beeld. Inmiddels gaan discussies over digitale belasting, financiële transactietaks, en harmonisatie van vennootschapsbelasting.

Lees ook de column van Caroline de Gruyter over de interne markt: Nationale politici doen flauw over Europa

Grensoverschrijdende effecten hoeven kennelijk niet eens de reden te zijn. Timmermans’ pleidooi voor eerlijke contracten en sociale bescherming voor pizzabezorgers: hoeveel pizza’s worden grensoverschrijdend bezorgd? Daarbij: veel voorstellen raken aan de inrichting van nationale verzorgingsstaten, waar elk land zijn eigen voorkeuren heeft. Denemarken heeft op onderdelen ambitieuzere sociale regelingen dan Nederland. De financiële houdbaarheid van verzorgingsstaten is natuurlijk essentieel, maar binnen gezonde kaders blijven veel keuzes mogelijk. 62 als pensioenleeftijd is geen probleem als het totaalplaatje klopt.

Verschillen zijn politieke keuze

Het gelijke speelveld is verworden tot een mantra. Maar noodzakelijk is het niet. In de Verenigde Staten hebben staten vrijheden om eisen te stellen aan goederen en is protectionisme mogelijk. Dat de Amerikaanse federale overheid dat toestaat is een politieke keuze: staten mogen verschillen.

Hoezo zijn de vier vrijheden van de Europese Unie eigenlijk ondeelbaar? Dat wordt telkens geroepen en is ook wat de EU de Britten heeft voorgehouden in de onderhandelingen over een Brexit-akkoord. Maar als goederen en kapitaal vrij kunnen circuleren, dan is het aan banden leggen van het vrij verkeer van personen economisch niet erg schadelijk. Oost-Europese arbeiders kunnen naar aspergevelden elders migreren, maar het kapitaal kan ook migreren naar Oost-Europa zodat landbouw daar wordt uitgebouwd.

Nederland ontbreekt het aan een kompas als het gaat om de Europese markt. Het hamert op het belang van een gelijk speelveld maar sputtert tegen als dit wordt uitgebreid richting het ouderschapsverlof bijvoorbeeld. Premier Rutte bepleit wel ‘betere handhaving’ van regels, maar heeft geen verhaal om ongewenste harmonisatie af te remmen. De Nederlandse inzet moet nu zijn dat een gelijk speelveld niet op alle terreinen hoeft. Alleen dan kunnen nationale voorkeuren worden gekoesterd en blijft beleidsconcurrentie behouden. Het is niet het ene geloof (harmonisatie) tegen het andere (decentralisatie), het gaat om een verstandige balans. De interne markt is cruciaal voor onze welvaart, maar mag niet leiden tot een monocultuur. Ondertussen zou de Brexit voorkomen kunnen worden als de Britten meer beleidsflexibiliteit kunnen krijgen. Zowel Remainers als Boris Johnson kunnen dan de overwinning claimen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.