Recensie

Recensie Boeken

Hoe Cees Nooteboom probeert op te gaan in Venetië

Cees Nooteboom Een reisschrijver streeft onzichtbaarheid na. Maar Cees Nootebooms verhalen over Venetië laten zich lezen als een portret van de schrijver en zijn hang naar eeuwigheid. (●●●●)

Het eeuwige probleem van de reisschrijver: hij blijft een buitenstaander. Nooit wordt hij echt deel van zijn omgeving, van datgene wat hij beoogt te beschrijven, waarvan hij tot de kern wil doordringen. Hij kan zich onderdompelen in dat exotische leven en daarvan zo precies mogelijk verslag uitbrengen, maar hij weet nooit zeker of het leven dat hij aanschouwt wel wáár is, of dat zijn aanwezigheid de verhoudingen en gedragingen verandert.

Tenzij ze hem niet zien. Onzichtbaarheid is de enige optie – en in wezen een onmogelijkheid, een heilige graal. Maar de onzichtbaarheid kan benaderd worden. Cees Nooteboom ervoer dat al in 1977, toen hij voor het eerst in Japan was. Nota bene bij een toeristische theeceremonie: ‘Ze schenkt nu wel thee voor me in, maar ziet ze me ook? Dat gevoel houd ik de hele reis, op straat, in restaurants, treinen, metro’s. Mijn kaartjes worden geknipt, mijn eten wordt gebracht, ik ben er, er wordt op mij gereageerd en toch ben ik op de een of andere manier onzichtbaar en besta niet echt.’ Een typisch gevolg van de traditionele Japanse voorkomendheid, moet de verklaring zijn. Want de Japanners zien hem natuurlijk heus wel, maar laten hem begaan. Dus kan hij kijken, kijken zoveel hij wil. Maar doordringen tot hun wereld – dat is een heel andere kwestie.

De reisverhalen die de deze week 86 jaar geworden Cees Nooteboom tussen 1977 en 2012 over Japan schreef en publiceerde, zijn nu opnieuw samengezet in de verzamelbundel Japan. De lezenswaardigheid ervan wordt bepaald door trefzekere karakteriseringen, maar óók door die oude observatie over zijn vermeende onzichtbaarheid. Wanneer je net Nootebooms nieuwe boek Venetië hebt gelezen, concludeer je: die notie van onzichtbaarheid omspant vele decennia schrijverschap.

Stapeling verhalen

Want in Venetië gaat het daar ook meermalen over: ‘Degene die reist en graag wil schrijven over wat hij ziet wil er niet zozeer bij horen als wel gedeeltelijk onzichtbaar zijn. Onzichtbaarheid is de beste garantie voor waarneming’, noteert Nooteboom. Wat hij ook beweert, erbij horen is in Venetië óók heus een doel. Zoals wanneer Nooteboom op zondag 25 november 2012 de kerk van San Rocco binnengaat: ‘Alleen maar Venetianen, dacht ik.’ Er is een concert, hij gaat zitten en hoort koormuziek die hem boven het hier en nu uittilt: ‘Op zulke momenten bestaat er geen sterfelijkheid.’ En inderdaad: ‘de stemmen vliegen langs de hoge zuilen omhoog, zoeken de muren op, dwalen door het gewelf tot de hele kerk van muziek is en wij gewiegd worden, in harmonieën die dingen beloven die niet bestaan, behalve nu, in deze muziek’. Na afloop schrijft hij, met een verzuchting: ‘Even was ik op een herfstige avond een Venetiaan geweest in Venetië.’ Wanneer hij, in een ander verhaal, een appartement betrekt – niet om er te verblijven, maar om er werkelijk te wonen – likkebaardt hij: ‘Nog nooit had ik me zo Venetiaans gevoeld.’

Lees ook: De toerisme-industrie in Venetië loopt tegen haar grenzen aan

Dat is de waarde van dit boek: niet alleen leer je er allerlei stille hoekjes en historische achtergronden van Venetië kennen, maar je leest vooral hoe Cees Nooteboom probeert in de stad op te gaan. Zoals reizen à la Nooteboom niet hoofdzakelijk om de bestemming gaat, maar om de bezigheid ervan, zo bekommeren de verhalen in Venetië zich vooral om de reiziger die zich tot die stad verhoudt.

Wat hem zo fascineert? Venetië is een ‘tastbare vorm van eeuwigheid’, door de anachronistische ratjetoe van gebouwen (‘in een kerk uit de dertiende eeuw kijk je naar een graf uit de vijftiende en een altaar uit de achttiende eeuw’), door de kunst uit alle tijden samen. De stad is een stapeling verhalen uit het verleden: op die manier onttrekt de stad zich aan dat ene, miezerige moment in het heden; Venetië staat vol fragmenten van eeuwigheid.

Massatoerisme

Nooteboom wentelt zich daar graag in. Hij zoekt naar de schilderingen in kerkjes, onderzoekt de identiteit van standbeelden, probeert er vat op te krijgen om er geheel voor open te staan en erdoor vervoerd te raken – zoals door de koorzangers. Dan raakt hij iets bovenmenselijks aan en gaat hij erbij horen, misschien zelfs deel van uitmaken. Zo lees je in dit boek ook een verhoopt zelfportret van de schrijver: Nooteboom staat het liefst naast zijn literaire voorbeelden die de tand des tijds doorstonden, als Couperus (ook Venetië-adept) en Rilke. Hij wil zien wat Petrarca en Boccaccio ooit zagen.

Wie geen bekrompen Hollandse afkeer van dergelijke ambitie heeft, leest mooie dingen. Nootebooms onzichtbaarheidsdrang krijgt in een café zelfs iets aandoenlijks (‘ik probeerde er als een stoel uit te zien en aan de reacties te zien lukte dat ook, al moest ik nog wel betalen’), zoals een beeldspraak die domweg koddig wordt als je er diep over nadenkt: ‘bij een barokkerk als deze zou ik vleugels willen hebben, gewoon om door de ruimte te zoeven en dan als een soort reuzenkolibrie voor het hoofdaltaar te blijven hangen’.

Zo’n wens, tegen beter weten in, wekt sympathie – net als een groot thema dat niet, of minder, belicht wordt. Wie de recente Nederlandse literatuur volgt zal het niet ontgaan zijn dat de eeuwigheid van Venetië ook bedreigd wordt: de stad zucht onder massatoerisme. Op de sporadische illustratieve foto’s van Simone Sassen in Venetië staan weinig mensen, verrassend weinig eigenlijk, maar ondertussen weten we: de stad slijt door de moderne tijd. Dat verleent tragiek aan de stad, wat mutatis mutandis overslaat op de zelfportretterende Nooteboom. ‘[D]e generatie van smartphones en iPads vraagt om een ander tempo, minder woorden, minder versiering’, moppert hij, de meelijwekkende, toch ooit sterfelijke laatste der Mohikanen, ‘en daarmee wordt de stad een andere, omdat een verandering van taal ook een verandering van zien inhoudt’. Maar vooralsnog heeft hij de stad vastgelegd.

Cees Nooteboom: Japan. De Bezige Bij, 188 blz. € 19,99