Wie gaat straks al die warmtepompen en zonnepanelen installeren?

Klimaatbanen Voor aanleg en onderhoud van alle zonne- en windparken zijn straks tienduizenden technici extra nodig. Waar haal je die vandaan als er nu al schaarste is?

Illustratie Studio NRC

Acht verschillende warmtepompsystemen hebben ze op het Alfa College in Groningen staan. In eerste instantie om medewerkers uit de installatiebranche te scholen, zodat er in de regio straks genoeg mensen zijn die pompen kunnen installeren. Want als Nederland in 2050 van het gas af moet – het doel van het landelijke klimaatbeleid – dan moet er wél een alternatief voorhanden zijn.

„En naast mensen omscholen, kunnen we met dit praktijklokaal ook onze eigen studenten de nieuwe techniek leren”, stelt Gert Buisman, manager techniek- en bedrijfsopleidingen aan het Alfa College. „Je ziet het maatschappelijk bewustzijn bij jongeren toenemen – er moet iets gebeuren als het gaat om het klimaat. Terwijl het voor de oudere vakman vooral de technische ontwikkelingen zijn die het interessant maken.”

Het Alfa College is sinds september het eerste ROC in Nederland dat een specialisatie in het installeren van warmtepompen aanbiedt. Tot dusver zijn er naar schatting honderd tot honderdvijftig monteurs bijgeschoold. „Dat lijkt weinig, maar het noorden van Nederland is dunbevolkt. En zo’n vaart loopt het nog niet met de warmtepomp”, zegt Buisman. „Bij nieuwbouw wordt hij al wel ingebouwd, maar bij bestaande bouw is het niet zo dat mensen nu ineens massaal overstappen.”

Ook onzekerheid over de vraag of de warmtepomp wel hét antwoord is op een gasloos energiesysteem, speelt volgens Buisman mee. „Voor hetzelfde geld is er over vijf jaar een totaal andere oplossing die de energietransitie in zijn geheel zal overnemen. We weten het simpelweg nog niet.”

Klimaatbanen

Het Nederlandse klimaat- en energiebeleid geeft het komende decennium „spanningen op de arbeidsmarkt”, voorziet het Centraal Planbureau. Enerzijds verdwijnen er banen in bijvoorbeeld de landbouw en de metaal- en kolensector. Bedrijven die sterk leunen op fossiele brandstof, of die niet schoon kunnen produceren, komen onder druk te staan.

Netto is het effect op de arbeidsmarkt toch ongeveer nul, want door de investeringen in duurzame energie komen er juist tienduizenden banen bij. Instituten ECN en TNO berekenden dat ontwikkeling, aanleg en onderhoud van de benodigde nieuwe energienetten in 2030 39.000 tot 72.000 volle banen oplevert.

Lees ook: Schone energie creëert vooral banen voor technici

Het probleem is alleen dat er nú al niet genoeg personeel is in de energie- en installatiesector. Dit komt onder meer door de krappe arbeidsmarkt en door vergrijzing, maar ook door het imago van technische opleidingen. Slechts weinig jongeren in het (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs kiezen een technische studierichting. In de afgelopen tien jaar daalde het aantal mbo’ers dat een technische studie ging doen van 49.022 naar 43.080. Het vmbo zag in diezelfde periode in verhouding een nog grotere daling: van 17.726 naar nog geen 13.000 leerlingen.

„Terwijl we juist de mensen uit het beroepsonderwijs nodig hebben”, zegt Olof van der Gaag, directeur van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). „Door dit tekort aan nieuwe leerlingen vissen bedrijven in een veel te lege vijver.”

Door het tekort aan nieuwe leerlingen vissen bedrijven in een veel te lege vijver

Olof van der Gaag directeur NVDE

Om de ‘vangst’ te kunnen vergroten, zijn allerlei initiatieven genomen. Vanuit onderwijsinstellingen, zoals het Alfa College, maar ook vanuit bedrijven. De drie grootste netbeheerders – Stedin, Enexis en Alliander – trekken bijvoorbeeld statushouders (vluchtelingen met een verblijfsvergunning) en WW’ers aan die zich in korte tijd kunnen laten omscholen op de vakscholen van deze nutsbedrijven.

Op de bedrijfsschool van Stedin (4.500 medewerkers) lopen studenten en zij-instromers, naast de theorielessen, drie dagen per week mee met ervaren monteurs. „We hebben op die manier al zo’n vijfhonderd ‘slimme meter’-monteurs opgeleid”, aldus Alex Verdel, manager van de bedrijfsschool. Die vijfhonderd monteurs werken allemaal voor Stedin.

„We kijken ook hoe en op welke schaal we mensen moeten opleiden die storingen in het net rondom zonnepanelen kunnen oplossen”, zegt Verdel. „Want het is niet alleen een kwestie van een paneel op het dak plaatsen en aansluiten op de meterkast – bij de teruggave van stroom aan het net kunnen heel specifieke problemen ontstaan.”

Samenwerkingen

Ondernemer Dursun Kiliç besloot het tekort aan personeel zélf aan te pakken. Sinds 2016 levert hij, met zijn montagebedrijf Niyata in Vianen, een gecertificeerde mbo-opleiding voor monteurs van zonnepanelen. „Ik werk al jaren in de duurzame-energiesector en heb in Turkije grote zonnevelden ontwikkeld. Het is moeilijk om gecertificeerd personeel te krijgen, dus leid ik ze nu zelf maar op.”

Inmiddels heeft Niyata zo’n honderd man geschoold, van wie er vijftien bij het bedrijf werken. „We kunnen niet iedereen aannemen en leiden daarom ook mensen voor andere bedrijven op. Onlangs schoolden we in Rotterdam nog 26 statushouders om.”

Het Deense energiebedrijf Ørsted gaat binnenkort samenwerken met de mbo-instelling Scalda in Vlissingen. Voor de kust van Zeeland bouwt Ørsted windpark Borssele 1+2. Het bedrijf gaat gastcolleges geven op de mbo-opleiding en biedt stageplekken. „Het is handig om mensen in de regio op te leiden die bij ons aan het werk kunnen gaan”, aldus een woordvoerder van Ørsted. „Als het windpark vanaf 2020 in gebruik is, wil je vierentwintig uur per dag mensen beschikbaar hebben die kunnen inspringen als er een storing is.”

Landelijke actie

Van der Gaag van de NVDE vindt al die losse initiatieven mooi, maar volgens hem is ook landelijk meer actie nodig om mensen aan te trekken voor de energietransitie. „Jongeren moet op de een of andere manier duidelijk worden gemaakt dat je een baangarantie hebt als je in deze sector een opleiding volgt. En je kunt er op dit moment ook goed verdienen. Waar gespecialiseerde energiemonteurs in de crisis misschien twee tientjes per uur kregen, durf ik nu wel te stellen dat ze 60 tot 70 euro per uur kunnen vragen.”

Het collegegeld verlagen, zoals dat voor de lerarenopleiding al gebeurt, zou volgens Van der Gaag ook een mooie manier zijn om meer vmbo’ers en mbo’ers naar een technische opleiding te trekken. „En we moeten jongeren laten inzien dat het een modern vak is met de nieuwste technische snufjes. Ik was laatst bij Tesla in de fabriek – dat is echt geen vieze garage.”