Reportage

Bolsonaro brengt zijn cultuurstrijd naar het klaslokaal

Onderwijs in Brazilië De rechts-populistische president Bolsonaro belooft het ‘cultuur-marxisme’ op Braziliaanse scholen aan te pakken. Leerlingen zouden linkse docenten moeten aangeven, lesboeken worden opgeschoond. Tegelijkertijd wordt er verder bezuinigd op het al noodlijdende onderwijs.

Leerlingen van een publieke lagere school in Rio de Janeiro.
Leerlingen van een publieke lagere school in Rio de Janeiro. Foto Silvia Izquierdo / AP

‘Dit zijn jullie toekomstige rechten, bestudeer ze goed!” Docent Jonas Ceijk (46) wappert met een stapel papieren. In een klaslokaal met twee loeiende ventilatoren en vochtplekken op de muren kijken dertig leerlingen hem aandachtig aan. Ceijk doceert pedagogiek aan het Júlia Kubitschek college, een Braziliaanse pabo in het centrum van Rio de Janeiro. „Juridische bescherming is in ons vak belangrijker dan ooit”, zegt hij en drukt een vel papier in de handen van een leerling die net een zak chips opentrekt.

Jongeren tussen de 18 en 25 jaar oud worden hier klaargestoomd als toekomstige onderwijzers, een vak dat sinds het aantreden van de ultrarechtse president Jair Bolsonaro zwaar onder vuur ligt in Brazilië. „We gaan de linkse elementen uit het onderwijs elimineren”, beloofde Bolsonaro tijdens zijn campagne.

Sinds hij begin 2019 aantrad, heeft hij de ideologische oorlog opgevoerd tegen alles wat volgens hem wijst op ‘cultuurmarxisme’: het complot dat links via media, onderwijs en politiek de westerse cultuur wil ondermijnen. Zo ageerde Bolsonaro fel tegen het plan van de linkse ex-president Dilma Rousseff om op scholen voorlichtingspakketen over homoseksualiteit uit te delen. Deze ‘kit gay’ – die uiteindelijk nooit werd ingevoerd – zou homoseksualiteit opzettelijk bevorderen, aldus Bolsonaro.

Het curriculum van vooral het geschiedenisonderwijs moet volgens Bolsonaro op de schop. En leerlingen moeten beschermd worden tegen onderwijzers die hen met links en communistisch gedachtegoed zouden ‘indoctrineren’. Een wetsvoorstel, ingediend door de conservatieve beweging Escola Sem Partido (Partlijloos Onderwijs, ESP) en gesteund door Bolsonaro, pleit ervoor dat scholieren hun lessen mogen filmen. Docenten die zich schuldig maken aan beïnvloeding kunnen zo worden ‘ontmaskerd’ en aangegeven bij een speciaal meldpunt.

Leerkrachten gefilmd

„Kijk maar eens naar dit filmpje”, zegt Miguel Nagib, oprichter van ESP. Hij stuurt een slechte smartphone-opname van een felle discussie tussen een leerling en haar leerkracht literatuurgeschiedenis. „U bent te links en geeft al de hele les af op Bolsonaro en zijn regering. Ik wens niet gestuurd te worden door uw politieke opvattingen, ik film dit!”, roept de studente dreigend terwijl het beeld alle kanten op beweegt.

„Dit soort opnames krijgen we dagelijks”, zegt Nagib. „Steeds meer scholieren en studenten trekken aan de bel. Leerkrachten moeten hun ideologische en politieke gedachtegoed niet projecteren op de leerlingen. Stel, je geeft les over een revolutie... vertel dan niet alleen de successen maar ook over keerzijden, bijvoorbeeld het geweld en het aantal doden”, zegt hij.

In 2004 richtte Miguel Nagib als bezorgde vader van vier schoolgaande kinderen de Partijloze School op en al snel kreeg hij bijval van andere ouders. Volgens hem raakte tijdens de regeerperiode van de linkse Arbeiderspartij (PT) onder leiding van president Lula da Silva (2003-2010) het onderwijs uit balans. Leerkrachten begonnen hun politieke ideeën en voorkeur uit te spreken.

Een klaslokaal op een publieke middelbare school. Foto Sergio Lima / AFP

Ter illustratie stuurt hij een filmpje van een discussie in een klas waarin de leerkracht het opneemt voor de linkse Venezolaanse president Maduro. „Wij zeggen niet dat de indoctrinatie alleen van links komt, er zijn ook rechtse leerkrachten die hun ideologie naar de klaslokalen brengen. Alleen doet links het veel georganiseerder, terwijl het in het geval van rechts om individuele leraren gaat”, meent Nagib.

De ESP opereerde jarenlang in de marge, totdat Bolsonaro met zijn verkiezingscampagne startte en de ouderbeweging begon op te hemelen. „We zijn in korte tijd gegroeid en hebben nu honderdduizenden volgers op sociale media. Donaties zijn toegenomen en we worden eindelijk serieus genomen: binnenkort zitten we met de minister van Onderwijs om de tafel.”

Tweedeling publiek-privaat

Het effect van de oproep aan scholieren om hun lessen te filmen, heeft voor geschiedenisdocenten als Vera Nepomuceno vervelende consequenties. Ze geeft les op een openbare school in Duque de Caxias, een buitenwijk van Rio. In de muren van het gebouw zitten kogelgaten van recente schietpartijen tussen rivaliserende lokale drugsbendes. „Er is een ware heksenjacht geopend. Ik word bedreigd via internet, krijg misselijke telefoontjes en word ineens aangesproken door ouders die me ondervragen hoe ik bepaalde onderwerpen in mijn lessen ga behandelen. ‘Houdt u de politiek er wel buiten?’, zeggen ze dan dwingend.”

Het ergert Nepomuceno, die al 25 jaar voor de klas staat. Veel van de ouders die haar aanspreken, zijn volgens haar verbonden aan de in Brazilië zeer populaire en groeiende pinksterkerken: bolwerken van rechts-conservatisme met steeds meer politieke macht. Mede deze groep kiezers hielp Bolsonaro in het zadel.

„Wij leerkrachten worden verdacht gemaakt, bijna gecriminaliseerd. Terwijl er helemaal niets aan de hand is met hoe wij lesgeven. Er zijn veel urgentere zaken die aangepakt moeten worden als het gaat om verbetering van het onderwijs.”

De regering wil slavernij en dictatuur uit de lesboeken

Cândido Grangero, voorzitter van de Braziliaanse vereniging van schrijvers van schoolboeken

Het zwakke onderwijs is een van de redenen dat Brazilië zijn belofte van opkomende wereldmarkt vooralsnog niet waarmaakt. Volgens een vergelijking van de OESO, de club van rijkere industrielanden, investeert het land relatief weinig in lager en middelbaar openbaar onderwijs. Dit leidt tot slechtere scores en hoge voortijdige uitval van leerlingen. Docenten in het openbaar onderwijs worden zo onderbetaald, dat ze een hele sterke roeping moeten voelen om elke dag te komen werken of niet de overstap te maken naar een beter betaalde privé-school.

Ook Nepomuceno somt een rij slepende problemen op. Zoals de vele stakingen: een gevolg van jarenlange minimale salarissen van nauwelijks 1.100 reais per maand (250 euro). Ook zit haar school sinds twee jaar zonder aardrijkskundeleraar en door sociaal-economische omstandigheden hebben veel scholieren een achterstand. „Er zitten leerlingen van 18 jaar in de brugklas die net hun naam kunnen schrijven. En al die kapotte stoelen en tafels en kogelgaten in de muren! Daar kunnen de leerlingen beter beelden van opsturen, maar daar doet de ESP natuurlijk niets mee”, zegt ze sceptisch.

Het Braziliaanse systeem kent een sterke tweedeling. De openbaar lagere en middelbare scholen zijn gratis, maar het niveau loopt zo achter dat doorstroming naar de gratis en kwalitatief goede federale universiteiten nauwelijks mogelijk is. Het zijn merendeels scholieren die duur privé-onderwijs hebben genoten die het lukt de zware toelatingstoetsen voor die federale universiteiten te halen.

Het houdt de grote maatschappelijke ongelijkheid in stand, want alleen rijke ouders hebben geld om hun kinderen kostbaar privé-onderwijs te bieden en zo op de goede universiteiten te krijgen. Een initiatief van toenmalig oud-president Lula da Silva om de klassenverschillen te verkleinen met toelatingsquota voor zwarte Brazilianen en scholieren uit sloppenwijken, wil Bolsonaro afschaffen.

Lesboeken gekuist

Een groepje studenten van de pabo bestudeert de documenten met rechten van vrouwelijke leerkrachten op zwangerschapsverlof. Voor alle leraren geldt, lezen ze, dat ze recht hebben op een gezonde onderwijsomgeving. „Daar horen die verstopte en stinkende toiletten in de gang dan toch niet bij?”, grinnikt studente Joelma Cruz.

„Als toekomstige leerkracht heb je de verantwoordelijkheid zorg te bieden aan leerlingen. Wat houdt dat in?”, vraagt pabo-docent Ceijk de klas. „Dat we de leerlingen niet alleen bijvoorbeeld eten op school aanbieden”, antwoordt een jongen, „maar dat we als leraren ook ons steentje bijdragen aan de ontwikkeling van de kinderen.”

Dat dit in het Bolsonaro-tijdperk juist een heikel punt is geworden, is de aspirant-leerkrachten wel duidelijk. „Krijgen we straks de situatie dat je voor een klas staat en van alle hoeken wordt opgenomen met mobieltjes?”, vraagt een van hen. „Jullie zullen”, zegt Ceijk, „meer dan ooit bewust moeten zijn welke woorden je gebruikt en hoe je les geeft.”

De aanval van de regering op het curriculum neemt ondertussen serieuze vormen aan. De lesstof over bijvoorbeeld de militaire dictatuur in Brazilië (1964-1985) en over de koloniale geschiedenis zou ‘te gekleurd’ zijn en moet, volgens de regering, worden aangepast. Zo pleitte de minister van Onderwijs er voor dat uit de schoolboeken wordt verwijderd dat de militaire machtsovername van ’64 een ‘coup’ was. Een wetsvoorstel hiertoe wordt binnenkort behandeld.

De wereldberoemde pedagoog Paolo Freire moet van Bolsonaro in de ban omdat hij een ‘socialist’ is. Foto Silvia Izquierdo / AP

Bolsonaro, zelf een oud-legerkapitein die de militaire dictatuur bejubelt, heeft de rol van het leger altijd verdedigd. Dankzij het militaire ingrijpen is Brazilië volgens hem gered van het communisme. De verjaardag van de staatsgreep, 31 maart, wil hij vieren met een nationale feestdag.

Over de koloniale geschiedenis beweerde Bolsonaro recentelijk dat de Portugese kolonisten niets te verwijten valt over de slavernij. „De Portugezen hebben nooit een voet in Afrika gezet. Het waren de Afrikanen zelf die de slaven in slavernij brachten en aan de Portugezen overhandigden”, aldus Bolsonaro.

Volgens Cândido Grangeiro, voorzitter van de Braziliaanse vereniging van schrijvers van schoolboeken, probeert de president met dit soort uitlatingen en historische onwaarheden het curriculum naar zijn hand te zetten. „Dit is zeer zorgwekkend. We krijgen steeds meer signalen dat de regering de lesstof manipuleert, om onderwerpen als de slavernij en de dictatuur uit onze nationale geschiedenis bannen.”

Hoewel er sinds 2003 verplicht onderwijs wordt gegeven over de Afro-Braziliaanse geschiedenis, over de kolonisatie en de oorspronkelijke bewoners, wil de regering een eigen politieke agenda toepassen. Onder auteurs van schoolboeken en ontwikkelaars van lesmateriaal zit de angst er goed in, stelt Grangeiro. „Ze zijn bang en neigen naar zelfcensuur. Ze zijn bang voor ontslag en voor de kwaliteit van het onderwijs.”

Massabetoging in mei

Tegelijkertijd is het zeer de vraag hoeveel draagvlak Bolsonoro heeft voor zijn ideologische schoolstrijd. Uit recent onderzoek blijkt dat vier op de tien Brazilianen een half jaar na zijn aantreden vindt dat Bolsonaro te weinig presteert. Dat hij vooral bezig is met zaken die er niet direct toe doen, terwijl de financiële situatie van het noodlijdende onderwijs verder verslechtert.

In mei gingen circa twee miljoen Brazilianen door het hele land massaal de straat op nadat de overheid bekendmaakte 30 procent op de begrotingen voor universiteiten te korten. Bolsonaro is sindsdien stiller over zijn plannen met het onderwijs en de geplande bezuinigingen.

Pabo-docent Jonas Ceijk denkt dat de president is geschrokken van het massaprotest, het grootste sinds Bolsonaro’s aantreden. „Maar we moeten alert blijven. Zolang de polarisatie voortduurt liggen we onder een vergrootglas. En vergeet niet, wij docenten zijn in ogen van de regering, de vijand.”