Weg met de artwashing!

Trendstuk: Anti-gentrificatie Het idee van gentrificatie is dat kunstenaars bijdragen aan de ontwikkeling van achterstandswijken. Dat geloof is intussen omgeslagen. Kunstenaars strijden nu juist tegen de upgrading van steden.

Kunst in de openbare ruimte in de wijk Presikhaaf, Arnhem
Kunst in de openbare ruimte in de wijk Presikhaaf, Arnhem Foto Bram Petraeus

Wat een vreemde plek voor een speeltoestel. Bewoners in Arnhem die eind vorig jaar op een ochtend hun gordijnen open trokken, stonden verbaasd te kijken. Voor hun huis was ’s nachts, op een wat terloops heuveltje naast de verkeersweg, een blauw klimrek neergezet. Een mooi klimrek is het, naar Aldo van Eyck, de bekende twintigste-eeuwse architect wiens klimtoestellen de laatste jaren vaak zijn vervangen door meer gecertificeerde wipkippen. Er staat er een in de tuin van het Rijksmuseum. En in die stijl staat er dus eentje naast de IJssellaan in de Arnhemse buitenwijk Presikhaaf, meer artistiek dan functioneel – spelen is onverantwoord zo pal naast het verkeer.

Sinds het najaar is meer kunstzinnigs gaande in Presikhaaf. In een plantsoen stond plotsklaps een abstracte marmeren sculptuur, gered uit een wildplashoek van het half gesloopte winkelcentrum. Een ander plantsoen kreeg een houten beeldengroep en roestige zitpaddestoelen. Een nieuw gevelreliëf aan een flatgebouw bleek een kunststof duplicaat van een bronzen origineel verderop, waar bronsdieven al wat aan gesjord hadden. Ook verschenen nieuwe sculpturen, videokunst en een ludiek afvoerputje tussen stoeptegels – naar de bijnaam van Presikhaaf als afvoerputje van Arnhem.

Het blijken acties te zijn van een plaatselijk kunstinitiatief, Motel Spatie. Oprichter en directeur Claudia Schouten nodigde in 2017 kunstenaar Jeroen Jongeleen uit om zich te verdiepen in het culturele verleden van Presikhaaf. De vaak anonieme buitenbeelden die hij tussen de flats aantrof, vervuild en kapot, ging hij verslepen, oppoetsen, aanvullen zelfs. Afgelopen winter documenteerden foto’s binnen bij Motel Spatie de beelden en hun reizen onder de noemer #beeldenpark_presikhaaf: oude kunst in hippe spelling.

Jeroen Jongeleen, De Aldo van Presikhaaf, 1957-2018

Het beeldenpark is een pleidooi voor stilstand: deze achterstandswijk gaat op de schop om te worden geüpgraded. Daarmee worden ook de ontwerpgedachten rond gemeenschapszin uit de jaren zeventig gesloopt, inclusief de kunst. Bewoners maken zich zorgen over huurstijgingen als alles wordt opgeknapt. Het reactionair activisme van Jongeleen en Motel Spatie is daarom een tegenbeweging.

Het was vanwege de anti-kraakwet in 2010 dat Schouten Motel Spatie oprichtte: „Die wet heeft de laatste vrije ruimtes in de stad de nek omgedraaid.” Ze koos voor Presikhaaf in plaats van het centrum – „voor ons is iedereen kunstpubliek” – en betrekt de cultureel gemêleerde wijk bij haar kunstproducties, inclusief een volkskeuken, kinderkunst, filmavonden en vergaderplekken. Buren hebben de sleutels. Motel Spatie zit in de plint van een galerijflat achter het winkelcentrum – „de achteringang van de Aldi”, aldus Schouten, maar zelfs daar dreigen vastgoedplannen.

Kunst in de openbare ruimte in de wijk Presikhaaf, Arnhem. Foto Bram Petraeus

Kunsthistorisch bezien is Arnhem bekend van de Arnhemse school, de omgevingsvormgeving van de jaren zeventig. Bekend is het golvende verkeersplein De Blauwe Golven van Peter Struycken, dat veel commotie veroorzaakte toen dat bedreigd werd. Commotie is er niet rond de percentagekunst in Presikhaaf, vaak van B-garnituur en van onbekende makelij. „Onlangs nog zijn hier drie grote beelden door de shredder gehaald”, zegt Jongeleen. Als guerrilla-kunstenaar werkt hij ook aan dit beeldenpark snel en zonder vergunning. Zijn drijfveer is het tonen van respect voor de geschiedenis. „Wederopbouwkunst is in onbegrip geraakt. Het dateert uit een modernisme waar een zeker engagement in zat. Dat raakt ontworteld, de omgeving wordt gesloopt.” Hij hekelt hoe het modernisme alleen nog als stijlmiddel of marketing wordt gebruikt, zonder de bijbehorende idealen van saamhorigheid. „Doordat steden de burger als consument aanspreken, worden ateliers onbetaalbaar.”

De creatieve stad

Kunst tegen de upgrading, dat is een omgekeerde wereld. Begin deze eeuw omarmde de kunstwereld het gentrification-denken van theoreticus Richard Florida over de creatieve stad. Het idee was dat creatieve ondernemers bijdroegen aan een beter vestigings- en woonklimaat. Intussen is dat geloof omgeslagen: kunstenaars van buiten invliegen geldt niet langer als interesse, maar als voorbode van stijgende woonlasten. Designwashing of artwashing heet het al. En als armlastige bewoners moeten vertrekken, dan ook de weinig kapitaalkrachtige kunstenaars. In grote steden worden vooral oudere kunstenaars zo gedwongen met pensioen gestuurd. Kunstenaars verzetten zich daartegen met een juist gewortelde kunst: kunst die de eigen identiteit en saamhorigheid van een wijk versterkt, als front tegenover vreemde bewegingen van buiten.

Het zijn artistiek spannende en lovenswaardige bewegingen, zo aan de randen van de kunstwereld. Deze kunstenaars analyseren het krachtenspel van de stad en gaan op zoek naar slimme antwoorden. Dat doet Motel Spatie in Arnhem, Jeanne van Heeswijk doet het al jaren in Rotterdam. En in Amsterdam opende kunstplatform Framer Framed vorig jaar een vergelijkbaar initiatief in de Molenwijk die de noordrand van de stad vormt. De eerste resident in Werkplaats Molenwijk was Florian Braakman. Zes weken bivakkeerde hij er tussen de galerijflats, knoopte gesprekken aan, en fotografeerde zowel het groen als ingetikte autoruiten. Zijn fototentoonstelling binnen getuigde van de schoonheid en het verschoten idealisme van de wijk, die lijkt op de Bijlmer en Presikhaaf. Soms haalde Framer Framed voor de Molenwijk kunstwerken van zijn hoofdlocatie vandaan: de instelling zat vijf jaar aan de IJpromenade in Amsterdam-Noord, voorheen een achtergesteld gebied. Met de komst van filmmuseum Eye en een boulevard is het opgeklommen tot een geliefd centrumgebied. Daarom werd onlangs de huur meer dan verdubbeld, iets wat Framer Framed niet kan betalen. In juni maakte de instelling bekend te verhuizen naar een locatie in Amsterdam-Oost, in de voormalige Oostergasfabriek.

Al is kunst in de stad in veel opzichten linke soep, toch willen kunstenaars juist daar opereren, in het echte leven. Jongeleen: „Je wilt de tijdgeest vangen.” Zoiets geldt ook voor Stijn van Dorpe, die in de Rotterdamse Tarwewijk in Charlois drie jaar op rij een wandelperformance organiseerde. Voor deze Shortcut Tarwewijk tekende hij een rechte lijn op de stadskaart, om die met een paar honderd man te gaan wandelen. De laatste keer, maart 2018, volgden we in een lange sliert Van Dorpe die ons als een rattenvanger van Hamelen leidde door kerken, scholen, een moskee, brandweerkazerne, en tal van woonhuizen heen: voordeur erin, achterdeur eruit. Burgerblauw, een buurtpreventieteam dat er normaliter waakt voor overlast, hield toezicht.

„Het gaat om het openbreken van een vrij gesloten wijk”, vertelde Van Dorpe in een koffiebarretje in de belendende Afrikaanderwijk. „Tarwewijk is een vrij onzichtbare buurt, bewoners zijn er trots op. Ik wilde zeker niet bijdragen aan een of ander gentrificatieproces. Het gaat om het scheppen van ruimte.” Van Dorpe, die eerder projecten deed in Berlijn, Gent en Leuven, hoopt dat het goede contacten doet ontstaan en dat bewoners het jaarlijkse ritueel – „een soort readymade” – overnemen.

Kunstenaar Eva Olthof, die bij deze wandeling betrokken was, bestudeert zelf een andere openbare ruimte: bibliotheken. Ook daar dreigt generieke verhipping met horeca. Olthof laat zien dat het anders kan met alternatieve bibliotheekvormen, omdat kennisverbreding mensen sterker maakt. „Ik vind de Nederlandse bibliotheken inwisselbaar, karakterloos, in tegenstelling tot de Amerikaanse waar de bibliothecaris vaak meer activistisch is, als curator opereert, waar ook daklozen komen, waar een social worker in dienst is. Bibliotheken moeten we ons toe-eigenen. Zijn we ons er in Nederland nog wel van bewust dat dit onze publieke ruimtes zijn, voor en van de burger?” Ze houdt voordrachten en verwerkte ideeën in een gevelsteenachtige tekstfries voor in de bibliotheek van het Van Abbemuseum.

Maar wat is wijsheid? Ook kunst die gaat over de intrinsieke identiteit van een wijk helpt om deze plek openbaar te maken. Van Dorpes Shortcut Tarwewijk startte onder een bouwbord voor villa’s en trok buitenstaanders, net zoals een recent kunstproject bij de Amsterdamse Postjesweg dat deed. Dat bestond uit videoprojecties in etalages, tekeningen op de snackbar, een bouwschutting met een gedicht tegen gentrificatie. Maar als geheel droeg het ook bij aan een positieve uitstraling.

Woonmarketing

Anti-gentrification-activisten zijn aanhangers van Charles Landry en Jane Jacobs, de theoretici die pleitten voor bottom-up initiatieven en wijkgebonden krachten. Maar intussen gelden juist die wijken om hun gezellige bottom-up praktijken als aantrekkelijk – ook woonmarketing zet in op wijkgebonden eigenschappen. ‘Kun jij de Kaap aan?’ is een veelgeroemde campagne van de ooit roemruchte rosse buurt Katendrecht die nu vol dure koopwoningen staat. De publieke functie die inherent is aan kunst, is voor diezelfde kunst een Catch-22.

Dus is het een precaire zoektocht voor kunst om zo van betekenis te zijn. Framer Framed ging in de Molenwijk dan ook niet over één nacht ijs, vertelt directeur Josien Pieterse. „In Amsterdam wordt spreiding van nieuwe initiatieven over de stad door de gemeente aangemoedigd. Maar de Molenwijk was nog niet in beeld.” Werkplaats Molenwijk was geheel op eigen initiatief, nadat Framer Framed eerst de Universiteit van Amsterdam onderzoek had laten doen onder de bewoners. Wilden ze wel kunst? Ja, was het antwoord, want culturele voorzieningen waren er nauwelijks.

Daarop ging Framer Framed op zoek, en vond met behulp van het stadsdeel en de woningbouwcorporatie een driehoekige restruimte onder een van de parkeergarages. Net als in Presikhaaf is het een ruimte die ooit een dienstenfunctie had. Bij wijze van gastenverblijf kocht Pieterse via Marktplaats een caravan in Almere. Bij Braakmans tentoonstelling verspreidden ze een krantje ter viering van vijftig jaar Molenwijk in de flats. Die bestaan nog hoofdzakelijk uit sociale woningbouw zonder tekenen van gentrificatie, iets waar Pieterse beducht op is: „Daarom is samenwerking met bewoners zo belangrijk.” Bovendien is dit de buitenste rand van de stad. „Hier kunnen bewoners niet verder de wijk worden uitgeduwd. Achter deze flats begint het weiland.”