DeTunesische dj Deena Abdelwahed staat dit jaar op Dekmantel Festival

Foto Jasmin Reif

Deena Abdelwahed: ‘We hebben muziek nodig die rauw is’

Deena Abdelwahed De Tunesische dj Deena Abdelwahed zoekt de toekomst van Arabische clubmuziek. Deze week staat ze op het Dekmantel Festival in Amsterdam.

Een staccato ritme, galmende synthesizers en dreigende Arabische zang in mineur. ‘Saratan’, de eerste track die Deena Abdelwahed (1989) voor haar debuutalbum Khonnar schreef, heeft een duister randje. ‘Saratan’ betekent kanker in het Arabisch, vertelt de Tunesische muzikant via de telefoon. Ze bedoelt er de ziekte mee die haar vroegere thuisland ontwricht: seksisme.

„Als je succesvol bent als vrouw, of mannen begrijpen dat ze niets op seksueel vlak van je kunnen verwachten, zullen ze zeggen: ‘Je bent als mijn broer.’ Die rechtvaardiging hebben ze nodig om te kunnen stoppen met mansplainen en naar je te luisteren. Tunesische mannen willen steeds uitleggen hoe het moet, ze denken echt dat ze de beschermengelen zijn waar vrouwen op zitten te wachten: in de liefde, op straat, op het werk.”

Deena Abdelwahed

Foto Jasmin Reif

Het maakt haar nog steeds kwaad, zegt ze. Toch klinkt ze opgewekt. Ze heeft net de live-set van haar goed ontvangen debuutalbum gespeeld op muziekfestival Sonar in Barcelona. Donderdag herhaalt ze die set tijdens het Dekmantel Festival. „Ik had eigenlijk de teksten nog willen vertalen vanuit het Arabisch.” Tracks als ‘Rabouni’ (over hoe religie ons temt), ‘Fdhiha’ (een pleidooi voor de jonge generatie) en ‘Al Hobb Al Mouharreb’ (over migranten die trouwen voor een verblijfsvergunning ) zijn maatschappijkritisch, maar de boodschap komt ook over als je geen Arabisch begrijpt. Haar experimentele techno, met gejaagde percussie en explosieve bassen, heeft iets strijdvaardigs en alarmerends. Dat vond ze passend in een politiestaat waar sinds de revolutie nog te weinig veranderd is. „Toen ik in Tunis woonde, gebeurde er weinig op het gebied van elektronische muziek. In de clubs was de muziek super mellow. Soms werd er wel hardere techno gedraaid, maar het was allemaal nogal conventioneel. Terwijl het dagelijks leven in Tunesië best rauw is. We hebben iets nodig wat daarbij past, wat dierlijk is en rauw, net zoals onze traditionele muziek ook heel ritmisch is, met vurige percussie. Als je een goede kick door de zaal blaast en het geluid van de speakers vol openzet, zijn de mensen ineens wakker. Dan is er herkenning.”

Expatgemeenschap

Ze groeide op in de Tunesische expatgemeenschap van Doha, Qatar. Er was weinig te doen buiten school en de muren van de compound. Ze bracht veel tijd door op internet, waar ze naar funk, hiphop en jazz luisterde. Zodra ze achttien was, verhuisde ze terug naar Tunesië om te studeren. Ze raakte bevriend met dj-collectief World Full of Bass. Niet veel later begon ze zelf met draaien en kreeg ze een eigen avond in club Nüba in Tunis. Daar draaide ze iedere avond een ander muziekgenre: footwork, jersey club, kuduro. „Ik wilde avant-gardeclubmuziek naar Tunesië brengen. In Tunis had je twee groepen: de jeugd die alles vanuit Europa omarmde en geïnteresseerd was in nieuwe (elektronische) muziek, en de groep die meer georiënteerd was op traditionele Arabische muziek. Ik wilde die twee verenigen.”

Ze begon met het maken van muziek en video’s uit verveling, zegt ze, met programma’s die ze downloadde op internet. ‘Op zoek naar toekomstige Arabische clubmuziek’, staat er op haar Soundcloud-profiel. Abdelwahed breekt de rauwere elementen van traditionele Tunesische muziek en mixt ze met samples van haar eigen vervormde stem. Zelf vindt ze haar muziek niet zo experimenteel. Het is een vertolking van hoe ze zich voelde. In Tunis was ze altijd gejaagd. „Je kon niet even afstand nemen of je ogen sluiten voor het onrecht om ons heen. Internet werd gemonitord, veel vrienden voelden zich niet veilig. De overheid is corrupt, werkt mensen tegen of wil een winstpercentage van 25 procent in ruil voor een vergunning voor een feest of clubavond. Daarom drinkt iedereen maar veel koffie en roken ze Marlboro.”

Deena Abdelwahed

Foto Jasmin Reif

Abdelwahed liep soms vast. „Er was geen tijd voor reflectie of studie.” Als ze nu een album zou maken, zou het zeker anders klinken. Tegenwoordig woont ze in Toulouse met haar vrouw. „Het is er niet dichtbevolkt. De bevolking is divers. Er is geen verdriet, geen racisme. Er hangt een laid back vibe, dat geeft me letterlijk de ruimte om met wat afstand te kijken naar mijn werk. Het geeft me richting.”

Onlangs verscheen de tweede EP met remixes van haar debuutalbum. Producer Ital Tek, uit de experimentele clubscene, maakte een remix van haar track ‘Ababab’. „Het nummer drijft de spot met macho mannen die hun spieren laten rollen om waardering te krijgen. Ital Tek blies de track nog verder op. Hij heeft er echt een dinosaurus van gemaakt! Ik vind het te gek.”

Live experimenteert ze nu meer met zang. Ze sampelt haar stem met twee midi-controllers en een laptop. Op het podium zingt ze „veel minder verlegen” dan op het album, zegt ze. „In de studio kan ik me geen voorstelling maken van hoe het live is, of alleen een schrikbeeld, want ik ben een pessimist.” Toch maakt de energie van het publiek ook juist dat ze kan loslaten. Ze zou het zingen graag nog verder verkennen. „Ik wil niet alleen muziek maken, ik wil een boodschap overbrengen.”