Opinie

Vijfde colonne

Lotfi el Hamidi

Na bijna tachtig columns lijkt me het een mooi moment om even te reflecteren op het afgelopen jaar. Een blik in de achteruitkijkspiegel kan in deze snelle en ongrijpbare tijd nooit kwaad, is mijn overtuiging. Een kleine drinkpauze tussen de deadlines door.

De rode draad in mijn columns, zo mailde een lezer mij, „is de ‘inclusieve samenleving’ in haar vele gedaanten”. Daar kan ik me prima in vinden. Een lichte sympathie voor de underdog kan ik niet ontkennen noch onderdrukken, al is die zeker niet boven alle kritiek verheven.

Nou verwacht ik niet dat iedereen het met me eens is; God verhoede. Kritische reacties en kanttekeningen zijn zeer welkom, ik wil graag geprikkeld worden. Ik zie mezelf soms als een rondzwervende derwisj; er valt genoeg te ontdekken en te leren. Mail me gerust.

Anders zijn de kwalijke verdachtmakingen die je kennelijk gratis bij achternamen zoals de mijne meekrijgt. Vooral bij thema’s als identiteit, migratie en religie staan ‘critici’ in de rij om op sociale media of in mijn mailbox te spreken van een ‘agenda’, en mij neer te zetten als ‘Moslimbroeder’, ‘gülenist’ of ‘Hamas-aanhanger’.

Je krijgt er een dikke huid van, schreef NRC-collega Lamyae Aharouay vorig jaar, en ik kan zeggen dat ik er redelijk immuun voor ben, al went het nooit helemaal. In 2002 hoorde ik Fortuyn al roepen dat „we hier godverdomme een vijfde colonne [hebben], van mensen die het land naar de verdommenis willen helpen”. Sindsdien is het meermaals aangehaald door politici en opiniemakers van rechtse signatuur en is het een eigen leven gaan leiden. Zo kreeg in 2017 een bijeenkomst over integratie, georganiseerd door Leefbaar Rotterdam, de titel ‘de vijfde colonne’.

Als je de term maar vaak genoeg herhaalt ga je die ‘interne vijanden’ natuurlijk overal zien. En de publieke figuren, die zijn uiteraard de meest gewiekste pionnen binnen die vijfde colonne. Een soort mccarthiaanse hysterie die we eigenlijk tot voor kort alleen in de VS zagen.

Het komt trouwens niet alleen van één kant. Ex-PVV’er Arnoud van Doorn, nu Haags raadslid voor de islamitische Partij van de Eenheid, noemt elke (vermeende) moslim die voor zichzelf nadenkt onderdeel van een „vijfde colonne”. Daarmee impliceert hij dat Nederlandse moslims hun eigen ‘gemeenschap’ ondermijnen als die kritiek uiten of zijn verwrongen denkbeelden niet onderschrijven.

Je kunt Van Doorn wel uit de PVV halen, maar de PVV niet uit Van Doorn.

Het maakt verder allemaal niet uit; de honden blaffen maar de karavaan trekt verder. Ergens hoop je gewoon dat het gezonde verstand het uiteindelijk wint. Verder zit er in ieder geval niets anders op dan te schrijven.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.