Utrecht kan miljoenenuitgave Uithoflijn niet verantwoorden

Uithoflijn in Utrecht Accountant EY zet vraagtekens bij een betaling van 12,2 miljoen euro van de provincie Utrecht aan BAM. Utrecht kan de uitgave onvoldoende onderbouwen.

Elke nacht maken trams voor de Uithoflijn testritten. In december gaan de trams waarschijnlijk met passagiers rijden.
Elke nacht maken trams voor de Uithoflijn testritten. In december gaan de trams waarschijnlijk met passagiers rijden. Foto Sem van der Wal

De provincie Utrecht kan niet verantwoorden waarom bij de aanleg van de Utrechtse Uithoflijn een bedrag van 12,2 miljoen euro is betaald aan bouwer BAM. Dat stelt accountant EY in een toelichting op de jaarrekening 2017. De goedkeuring van EY liet maanden op zich wachten door onduidelijkheid over de rechtmatigheid van de uitgaven.

De accountant schrijft dat over de 12,2 miljoen euro „niet voldoende en niet geschikte controle-informatie is verkregen” om te vast te stellen „dat de prijs [...] juist is in relatie tot de waarde van de prestatie die ervoor is geleverd”. Met andere woorden: Utrecht kan niet aannemelijk maken dat de uitgaven noodzakelijk zijn in het kader van het project.

Het AD meldde eerder nog dat er 10 miljoen euro is betaald aan BAM voor meerwerk aan het fors uit de kosten gelopen project zonder dat daar een prestatie tegenover stond. De provincie ontkent dat. Volgens een woordvoerder gaat het om „werkelijk gemaakte kosten”. „Je komt in de grond bijvoorbeeld kabels tegen. Dan ga je met de projectontwikkelaar in onderhandeling over de extra kosten voor het verwijderen van die kabels. Die afspraken hebben we onvoldoende in mails en contracten vastgelegd. Dat moet beter.”

EY zet in de accountantsverklaring ook vraagtekens bij de kostenbeheersing en controle binnen de provincie. De Uithoflijn, een stuk spoor dat het Utrechtse Centraal Station met de Uithof verbindt, is minimaal 84 miljoen euro duurder uitgevallen dan begroot. De projectrekening bedraagt nu ruim een half miljard euro. Daar komt mogelijk nog 18 miljoen euro bij, zo gaf gedeputeerde Dennis Straat eerder aan. Dat geld is volgens de provincie „nog niet uitgegeven maar wel gereserveerd”.

Lees ook: ‘Niemand begrootte de extra miljoenen van de Uithoflijn’

Te lage begroting

Uit een onderzoek naar de kostenoverschrijding bleek dat de begroting bewust te laag was voorgesteld om uit te komen op een „politiek aanvaardbaar” bedrag. Gedeputeerde Jacqueline-Verbeek Nijhof stapte op als gevolg van de Uithoflijnproblematiek.

Volgens EY is de provincie „onvoldoende zelf controlerend en in control”. Ook de „kwaliteit van de administratieve organisatie” en „kundigheid van mensen en systemen” moet beter. De provincie zegt inmiddels te werken aan verbeteringen, onder meer door het aantrekken van specialisten op financieel gebied.

Toen er eind vorig jaar nog geen jaarrekening 2017 was, schortte het Rijk de betaling van voorschotten uit het provinciefonds vanaf 1 januari 2019 op. Het gaat om vier miljoen euro per week. Utrecht moet dat geld daarom uit de eigen reserves halen. Volgens de provincie heeft dat nog niet geleid tot financiële problemen.

Ondanks de bezwaren heeft EY de jaarrekening nu toch goedgekeurd. Of het Rijk die voorschotten nu dan ook weer gaat betalen, was woensdag nog onduidelijk. Wel is duidelijk dat de accountantskosten vanwege het onderzoek naar de niet verklaarbare uitgaven minstens 1,5 miljoen euro bedragen.

Lees hier meer over de problemen bij de Uithoflijn: Het duurste stukje trambaan van Nederland

Ook moeten de Provinciale Staten de rekening nog vaststellen. Daarna wacht de volgende klus: het opmaken van de jaarrekening 2018. „De gegevens uit 2017 vormen daarvoor de basis. Daar kunnen we nu pas mee aan de slag”, aldus de woordvoerder.

Naast de kostenoverschrijding waren er meer problemen rond de bouw van de Uithoflijn. Zo zette de provincie een directeur en tweede man van het projectbureau Uithoflijn tussentijds aan de kant ten faveure van een interimmanager met een verleden bij BAM, zo bleek in februari vorig jaar uit onderzoek van NRC.

Ondertussen rijden er - behalve voor testritten - nog altijd geen trams over het spoor. De oplevering zou eigenlijk al een jaar geleden plaatsvinden. In juni van dit jaar liet de provincie nog weten dat er vanaf 29 juli gereden zou worden met passagiers.

Twee weken geleden bleek die datum toch niet haalbaar. Bij testritten deden zich nog verschillende storingen voor. Zo werkten sensoren die aangeven waar een trein zich op het traject bevindt nog onvoldoende en bleven spoorbomen te lang open staan. De bedoeling is dat de trams nu 16 december „of zoveel eerder als mogelijk” gaan rijden.