De huidige tentoonstelling Videoland, met werk van het kunstenaarscollectief assume vivid astro focus (avaf)

Foto Mike Bink

‘Tentoonstellingen zijn nu ervaringen geworden’

Interview Kunsthal Kade in Amersfoort bestaat tien jaar. Directeur en hoofdcurator Robbert Roos over de toekomst van deze kunsthal. „Geforceerd mensen het museum in duwen heeft geen zin.”

Het bestaansrecht van Kunsthal Kade in Amersfoort is volstrekt helder, legt Robbert Roos uit. Hij is oprichter, directeur en hoofdcurator van de instelling die deze zomer tien jaar bestaat. Toen Kade in 2009 werd opgericht, wilde het ‘hedendaagse kunst in haar volle beeldende rijkdom laten zien’, zoals de website vermeldt. Dat idee werd ingevuld met solo’s, thematentoonstellingen (zoals ShadowDance, over schaduwen, Expeditie Land Art en nu Videoland, over videokunst en tijd) en landenpresentaties (bijvoorbeeld over Zuid-Afrika, de Cariben, Brazilië). Inmiddels trekt de instelling zo’n 35.000 bezoekers per jaar. Robbert Roos blikt terug, maar vooral vooruit.

„De afgelopen tien jaar hebben we programma’s gedraaid met internationale kunstenaars die in Nederland niet vaak te zien waren. Ik had het gevoel dat er ruimte zat in het tentoonstellen van galeriekunstenaars die niet in musea hingen en ook niet bij de instellingen die conceptueel en theoretisch georiënteerd waren.” Volgens Roos was er in Nederland te weinig ruimte voor het soort kunst dat in galeries in New York en Londen gemeengoed is. Met „actuele kunst aan de polsslag van de tijd” wil hij het midden vinden tussen een intellectuele benadering en het publiekselement.

Is het ingewikkelder geworden om publiek te trekken dan tien jaar geleden?

„Ja, tot op zekere hoogte wel. Kunsttentoonstellingen zijn ervaringsmomenten geworden. Een tijdje geleden was ik naar de fantastische Rothko-tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Bij binnenkomst zie ik een groepje mensen bij een schilderij staan. Ze praten met elkaar. Toen ik alles bekeken had, zag ik in die zaal datzelfde groepje nog steeds op dezelfde manier staan praten. Ik vermoed dat ze met elkaar hadden afgesproken ‘we gaan naar Rothko’, maar eigenlijk gaan ze naar een sociaal evenementje waarbij ze later kunnen zeggen: ‘Ja, wij zijn bij Rothko geweest!’ Langzamerhand sluipt er in dat tentoonstellingen iets worden wat je kan afvinken: we hebben Alle Rembrandts gezien, de Rothko’s gezien, etcetera. Er is natuurlijk nog steeds een groot toegewijd kunstpubliek, maar ik heb ook het idee dat de entertainmentfactor steeds nadrukkelijker wordt. Je moet bij wijze van spreken concurreren met een dagje uit. Doe ik de Efteling of doe ik een museum?”

Te zien op ‘Videoland’: Ragnar Kjartansson, The Man, 2010 Foto Luhring Augustine, New York/ i8 Gallery, Reykjavik | The EKARD Collection

Hoe gaan jullie daarmee om?

„Wij zijn natuurlijk een kleine ruimte en we hebben een beperkt budget. Met 35.000 bezoekers per jaar heb je het best moeilijk, dat aantal is niet weinig, maar als je leest dat er tien keer zoveel afkomen op alleen al een tentoonstelling van Erwin Olaf dan leg je het er echt tegen af.”

Komt dat wellicht omdat we steeds meer behoefte hebben aan Nederlandse signatuur? Er is veel geld beschikbaar als het om Hollandse meesters of zogeheten ‘thuiskom-kunst’ gaat van bijvoorbeeld Rembandts Marten en Oopjen.

„Olaf is natuurlijk een fantastisch fotograaf. Ik denk ook dat het komt doordat hij een mediafiguur is geworden. We kennen de naam. Bij oude kunst moet je de namen in de titel zetten; geef je een Rembrandttentoonstelling een abstracte titel, dan loopt dat minder. Wil je moderne hedendaagse kunst brengen, dan weet je eigenlijk al dat dat minder gaat opleveren. Vroeg-moderne kunst, Renaissance, Gouden Eeuw, dat gaat makkelijker. Het is een soort mentaliteit van highlights die we najagen. Bedenk wel dat er ook een groep babyboomers is die nu door de musea graast, wat dat betreft nemen de bezoekersaantallen alleen maar toe. Het is vooral lastig om jongeren te bereiken. We hadden een solotentoonstelling van Ryan McGinley (1977), een hippe Amerikaanse fotograaf. Dan halen we toch te weinig bezoekers uit de groep van late tieners tot vroege dertigers – er is ergens een mismatch hoe je die groep bereikt met wat je doet.”

Hoe los je dat op?

„Ik denk dat we toen te weinig gebruikmaakten van sociale media. En je merkt ook dat Amersfoort ver weg is. We doen alles wat in onze financiële mogelijkheden zit om het publiek te bereiken, zonder dat we alleen maar programmeren wat het publiek wil zien. Onze exposities zijn dus niet conformerend, maar ponerend. We brengen wat misschien nog onbekend is, of bieden een invalshoek die misschien minder gauw gezien werd. Dat mag ook best schuren. Onze tentoonstelling over Zuid-Afrika in 2018 was op sommige punten echt heftig en dan zijn we er niet om te plezieren.”

Te zien op ‘Videoland’: Hans Op de Beeck, Night Time (still), 2015 Foto Galerie Ron Mandos, Amsterdam

Zuid-Afrika is erg populair, dus lijkt dat toch een handreiking naar het publiek.

„Nee, Zuid-Afrika zit in de landenreeks omdat we gefascineerd waren door het idee dat zich nu pas de eerste generatie kunstenaars aandient die na de apartheid zijn geboren of in elk geval opgegroeid. De kunstenaars waren allen onder de 35.”

Musea willen meer publiek gaan binnenhalen dat normaal niet bereikt wordt. Hoe staan jullie daarin?

„Je kunt geen vierkant blokje in een rond gat duwen. Als er een groep is die vanuit zichzelf niks met beeldende kunst heeft, waarom moet je dan blijven beuken en bombarderen vanuit het idee: je zál die kunst accepteren. Er is een doelgroep die wel graag naar musea gaat, er is een groep die dat niet wil. Wil je ze bereiken, dan moet dat vooral vanuit het onderwijs gebeuren. Als kinderen jong met kunst in aanraking komen, kan het dat ze dat op latere leeftijd in hun systeem krijgen. Maar geforceerd mensen het museum in duwen, dat heeft geen zin.”

Videoland is t/m 1/9 te zien in Kunsthal Kade in Amersfoort. Inl: kunsthalkade.nl