Suriname gelooft in de kracht van zijn eigen voetballers

Surinaams voetbal Het Surinaams elftal is op trainingskamp in Nederland. „Seedorf had de top niet bereikt als hij in Suriname was opgegroeid.”

Suriname speelt in Nederland oefenwedstrijden tegen Almere City FC, Telstar en Leonidas.
Suriname speelt in Nederland oefenwedstrijden tegen Almere City FC, Telstar en Leonidas. Foto's Charly Olf

Het is rustig op het sportcomplex van amateurvereniging Pancratius, waar het Surinaamse nationale elftal deze week traint. Het oogt soms nog wat onwennig, maar de concentratie is bijna voelbaar. Alsof het zo bedoeld is wordt hier, daags na het overlijden van Humphrey Mijnals – een van de grootste voetbaliconen die Suriname voortbracht – de basis gelegd voor de toekomst van het Surinaamse voetbal. Daarvoor is hard werk en een gedegen plan nodig.

Leider op de kunstgrasvelden in Badhoevedorp en initiator van dat plan is de in Paramaribo geboren Dean Gorré, oud-speler van onder meer Feyenoord en Ajax. Gorré begon vorig jaar aan zijn tweede termijn als bondscoach. Naar eigen zeggen om het voetbal in Suriname naar een hoger niveau te brengen. Suriname staat 151ste op de FIFA-wereldranglijst en de laatste deelname aan een eindtoernooi was de Caribbean Cup in 2001. „Niet alleen qua resultaten moet het beter, maar ook organisatorisch.”

Dat is volgens Gorré dringend nodig om spelers van niveau te genereren. „Het voetbal in Suriname staat al jaren stil. Ik durf te zeggen dat spelers als Seedorf en Davids [die in Paramaribo zijn geboren] nooit de top hadden bereikt als ze in Suriname waren opgegroeid.”

Lees ook over de eerste Surinaamse Oranje-speler Humphrey Mijnals

In 2015 was Gorré ook al coach van het Surinaamse nationale elftal. In die periode leerde hij vooral wat er beter kon. Zijn dienstverband duurde destijds slechts twee duels. „Toen was ik parttime bondscoach. Dat werkte niet. Ik vloog eens per maand voor een week naar Suriname, en elke keer moest ik opnieuw beginnen.”

Sinds zijn tweede aanstelling, in 2018, woont hij in Paramaribo om fulltime bezig te zijn met de ploeg. Inmiddels is voor Gorré en zijn staf duidelijk wat hun te doen staat. Bribi na krakti: geloof in eigen kracht. De focus ligt op het verbeteren van de nationale competitie, het opleiden van Surinaamse voetbaljeugd en het realiseren van voetbalfaciliteiten in het hele land. Om dat te stimuleren wordt er – onder het mom ‘voor de wind is het goed zeilen’ – ingezet op progressie van het nationale elftal. Dat team bestaat volledig uit spelers die in Suriname zijn geboren en de Surinaamse nationaliteit hebben.

Dubbele nationaliteit

Dat laatste is opvallend. Bij alle eerdere pogingen om Suriname als voetballand in ere te herstellen, werd aangedrongen op het selecteren van Surinaamse Nederlanders. Maar sinds de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975 is een dubbel paspoort, Nederlands en Surinaams, bij wet verboden. En zonder Surinaams paspoort mag een voetballer geen officiële interlands spelen voor de nationale ploeg.

Vanwege politieke onenigheid en nationalistische sentimenten bij zowel de Surinaamse als Nederlandse overheid, liepen pogingen om die wet te wijzigen op niets uit. Bekende (oud-)voetballers die zich de afgelopen decennia inzetten voor de hervorming van het Surinaamse voetbal – onder wie Clarence Seedorf en Nordin Wooter – kregen te maken met de invloed van de diplomatie, die volgens velen funest is voor het niveau van het Surinaamse elftal.

Veel omringende landen maken wel gebruik van dubbele nationaliteiten. Curaçao bijvoorbeeld, dat deze zomer de kwartfinale van de Gold Cup bereikte. Maar in Suriname ligt de nationaliteitenkwestie gevoeliger dan op het Antilliaanse eiland.

Daarom wordt er voorlopig gewerkt met de huidige selectie van Surinamers. „Die is talentvol genoeg om resultaat te behalen”, meent Gorré. „En de spelers tonen elke training en wedstrijd zichtbaar progressie. Dat is ook voor hen voordelig.”

Hij noemt Ivenzo Comvalius (22) als voorbeeld. Die verdiende door goed spel bij de nationale ploeg een transfer naar AS Trencín, en maakte onlangs zijn debuut voor de Slowaakse club van eigenaar Tscheu La Ling. „Hij dient natuurlijk ook als rolmodel voor de andere spelers, die ook groeien. Maar er is nog veel werk aan de winkel. We merken dat er veel tekortkomingen zijn. Vooral op tactisch, technisch en conditioneel gebied.”

Laag aangeschreven competitie

Die tekortkomingen komen deels doordat niet alle Surinaamse internationals fulltime met hun sport bezig kunnen zijn. Veel spelers van de ploeg spelen nog in de laag aangeschreven Surinaamse competitie en werken daarnaast in arbeidsintensieve sectoren als de bouw, of ze studeren nog. Meer dan een paar keer per week trainen zat er tot voor kort niet in.

Sinds de aanstelling van Gorré lijkt de weg naar boven te zijn ingezet. Hij zorgt voor structuur en beleving. Door trainingskampen als deze, de aanwezigheid van voetbalkennis en met interlands tegen Saint Vincent en de Grenadines, Nicaragua en Dominica in het vooruitzicht groeit de betrokkenheid van spelers en trainers bij de nationale ploeg. Geloof is volgens Gorré het sleutelwoord. In eigen kunnen welteverstaan.

Of de spelers dat geloof op het veld kunnen vertalen naar resultaten, zal deze week blijken. De ploeg speelt wedstrijden tegen Almere City FC, Telstar en Leonidas. Op een eerder trainingskamp in Nederland, vorig jaar augustus, werd er tegen drie soortgelijke tegenstanders verloren. Maar Gorré is optimistisch: „Sindsdien hebben veel progressie gemaakt en veel getraind. Tijdens de wedstrijden in de Nations League [van de CONCACAF] speelden we dit voorjaar bovendien goed.”

Aan de sfeer in het team zal het in ieder geval niet liggen. Op het trainingsveld in Badhoevedorp zijn veel lachende gezichten te zien. Een aantal spelers komt uit het uitgestrekte, weinig moderne binnenland van Suriname en is nog nooit in Nederland geweest. „Voor hen, maar eigenlijk voor de hele groep, is het een indrukwekkende ervaring”, vertelt Gorré. „In het vliegtuig keken ze hun ogen uit en er wordt onderling veel gegrapt. Het groepsgevoel is top. Dat is een mooi vertrekpunt.”