Politie wordt niet diverser door afhakers

Grote uitstroom Veel jonge agenten met een migratieachtergrond verlaten de politie snel. Nieuwe ‘diverse’ agenten compenseren dat niet.

De politie streeft er sinds 2015 naar om vanaf eind 2018 een kwart van de instroom van nieuwe agenten ‘diverser’ te laten zijn.
De politie streeft er sinds 2015 naar om vanaf eind 2018 een kwart van de instroom van nieuwe agenten ‘diverser’ te laten zijn. Foto Niels Wenstedt

Jonge agenten met een migratieachtergrond haken vaak binnen twee jaar af bij de politie. Het aandeel afhakers is ongeveer even groot als het aandeel binnenkomers. Dat blijkt uit een analyse van NRC van cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft gepubliceerd.

Vorig jaar had van de afhakers die binnen twee jaar na indiensttreding het politiekorps verlieten, ongeveer 1 op de 6 een niet-westerse migratieachtergrond. Van de afhakende agenten tot 29 jaar had 13 procent een niet-westerse achtergrond. Dat aandeel is ongeveer even groot als de instroom van agenten met zo’n achtergrond vorig jaar.

De politie doet er veel aan om meer medewerkers met een niet-westerse migratieachtergrond aan te trekken. Ze probeert zo meer een afspiegeling te zijn van de samenleving en kan in wijken waar veel mensen met een migratieachtergrond wonen beter haar werk doen.

Maar de groei van de instroom van agenten met een niet-westerse migratieachtergrond stokt. Vorig jaar had 13 procent van de nieuwe agenten zo’n achtergrond. Dat is wel meer dan vijf jaar eerder: toen was dat 6,4 procent. In totaal had in 2018 20 procent van de nieuwe agenten een migratieachtergrond; 7 procent had een westerse migratieachtergrond. Dat is evenveel als in 2017.

De politie streeft er sinds 2015 naar om vanaf eind 2018 een kwart van de instroom van nieuwe agenten ‘diverser’ te laten zijn. Om dat te bereiken zijn de afgelopen jaren zeventien ‘diversiteitsrecruiters’ aangesteld. Zij dringen er bij agenten op aan om binnen hun eigen netwerk mensen met een migratieachtergrond aan te sporen agent te worden.

Maar dat de politie twee definities door elkaar heen gebruikt, leidt tot verwarring over de resultaten van dat beleid. In de ene definitie gaat het enkel om agenten met een migratieachtergrond. In een bredere definitie, die de politie vooral de laatste jaren hanteert, worden ook agenten met een andere ‘levens- of werkervaring’ onder ‘divers’ geschaard.

Impopulaire werkgever

Volgens die bredere definitie haalde de politie in 2017 haar diversiteitsdoel door 29 procent ‘diverse’ agenten aan te stellen, terwijl eenvijfde een migratieachtergrond had. Vorig jaar was 22 procent van de agenten ‘divers’, en was de instroom van agenten met een migratieachtergrond niet toegenomen.

Uit eerder onderzoek bleek al dat de politie onder jongeren met een migratieachtergrond een zeer impopulaire werkgever is. Slechts 1 procent van die groep gaf in een onderzoek van Motivaction en de Politieacademie in 2016 aan voor de politie te willen werken – het vak van agent was even onaantrekkelijk als boer.

Van Nederlanders zonder migratieachtergrond zei toen 8 procent wel voor de politie te willen werken, een hoger percentage dan juridische beroepen en het bankwezen.

Uit de CBS-cijfers blijkt ook dat inmiddels 13 procent van de agenten een migratieachtergrond heeft. 7 procent is niet-westers. Tussen de politie-eenheden bestaan grote verschillen. Zo heeft in Amsterdam 11 procent van de agenten op straat een migratieachtergrond en in eenheid Oost-Nederland 4 procent.

Met medewerking van Erik van Gameren