Opinie

Op wereldreis in mijn eigen boekenkast

Paul Scheffer

Toon me uw e-reader en ik zeg u wie u bent. Dat heb ik nou nog nooit iemand horen zeggen. Misschien is het een kwestie van tijd voordat de digitale wereld zo ver is doorgedrongen dat het tastbare boek geheel is verdwenen, maar iets zegt me dat mensen nog lang nieuwsgierig bij elkaar rond zullen lopen: toon me uw boekenkast en ik zeg u wie u bent.

De afgelopen weken waren we getuige van een kleine polemiek tussen columnisten en literatuurcritici die waarschijnlijk allemaal zijn opgegroeid in huizen met boeken. Het ging over kwesties als de betekenis van de boekwinkel en over het verschil tussen een gedrukte en een digitale tekst. Is de omarming van het boek niet elitair?

Mijn indruk is dat mensen die het verschil tussen een boek en een scherm niet begrijpen geen gevoel voor schoonheid hebben. Het plezier van een mooi vormgegeven roman is onvervangbaar. Bovendien is het gedrukte boek waanzinnig mobiel. Het heeft geen oplader nodig – een boek heeft aan zichzelf genoeg. Ook in die zin is papier geduldig.

En dan: boeken hebben een geschiedenis, digitale kopieën krijgen die nooit. Ik bezit een oud exemplaar van The Fountainhead van Ayn Rand. Daarin staat onder de vermelding Kerstmis ’47: „Voor Dick van Ina”, en daar weer onder: „Voor Ina van Dick”. Mijn ouders hebben het ooit aan elkaar voorgelezen.

Maar goed, vergeet de romantiek, dat gaat de adepten van de enen en nullen toch niet overtuigen. Misschien helpt het onderzoek dat is gedaan naar het verschil tussen lezen op papier en lezen op een scherm. En daaruit blijkt zonneklaar dat lezen op papier zorgt voor een beter begrip van de tekst.

Op het onvolprezen internet trof ik de Verklaring van Stavanger aan. Die verklaring van afgelopen februari vat het onderzoek van zo’n honderd wetenschappers samen: „Papier heeft nog steeds de voorkeur als leesmedium, met name wanneer wordt gelezen voor een dieper begrip en met het doel het gelezene beter te onthouden”. Lezen van langere teksten op papier is „van onschatbare waarde voor de concentratie en het vergroten van de woordenschat”.

Wie nu nog denkt dat papier en scherm inwisselbaar zijn – er zijn nogal wat mensen bang om de laatste mode te missen – kunnen we wellicht overtuigen met een ander onderzoek. Het blijkt dat lang turen naar een scherm bijziend maakt. Dat moeten we letterlijk nemen, hoewel het verleidelijk is om het ook in overdrachtelijke zin op te vatten.

Wat is er aan de hand? Het Erasmus Medisch Centrum constateerde een snelle toename van bijziendheid onder dertienjarigen. Uit ander onderzoek blijkt dat nu al de helft van de twintigers in Europa aan deze kwaal lijdt – dat is een verdubbeling in veertig jaar. Hoogleraar oogheelkunde Caroline Klaver is somber: „Azië is wat dat betreft ons voorland. Daar is 95 procent van de jongeren al bijziend en 15 procent hoog bijziend.”

In het onderwijs kan beter worden nagedacht over vormen van kennisoverdracht. De ontlezing is echt geen natuurverschijnsel: kinderen moeten het lezen van boeken leren. Je zou hopen dat de Verklaring van Stavanger in iedere school aan de muur wordt gespijkerd. Niet om computers de klas uit te jagen, maar om meer boeken de klas in te smokkelen.

Waarom zouden we niet alle mogelijkheden benutten? Juist door nieuwe technologie zijn oude boeken binnen ieders handbereik gekomen. Een site als AbeBooks – waar tienduizenden antiquariaten samenwerken – heeft me geholpen om boeken van honderd jaar geleden over immigratie in Amerika te vinden. Het nieuwe kan het oude doen herleven.

De boekdrukkunst is lang gevierd als symbool van democratisering. Het was een manier om de macht van de toenmalige elites te breken. Nu wordt uit naam van een nieuwe democratisering – die het internet zeker ook met zich meebrengt – het boek tot een eliteding verklaard. Zo draait het rad van de geschiedenis ogenschijnlijk alles tot pulp.

Maar niet alles is wat het lijkt. Zo dacht men dat de radio de krant overbodig zou maken – en de fotografie de schilderkunst. Daarna wist iedereen zeker dat de televisie het einde van de radio zou inluiden. Vervolgens zou het internet de televisie naar de marge verbannen. En wat blijkt: al deze media verbreden onze horizon en hoeven elkaar niet te verdringen.

Hoe vaak dwaal ik niet langs mijn boekenkasten. De plaatsen, ontmoetingen en gebeurtenissen die verbonden zijn met boeken roepen duizend herinneringen op. Mij verbaast het niet dat papier en geheugen met elkaar verbonden zijn. Dat dwalen door de tijd is een vertrekpunt voor de verbeelding. Ik zou iedereen het geluk van een wereldreis in de eigen boekenkast toewensen.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.