Het boerkaverbod geldt, en nu?

Nieuwe wet Politie en ministerie kiezen voor een „deëscalerende” aanpak. Maar voorstanders van het verbod willen strenge handhaving.

Vanaf vandaag is het dragen van gezichtsbedekkende kleding niet langer toegestaan in het openbaar vervoer en in ziekenhuizen, politiebureaus, scholen en andere overheidsgebouwen.
Vanaf vandaag is het dragen van gezichtsbedekkende kleding niet langer toegestaan in het openbaar vervoer en in ziekenhuizen, politiebureaus, scholen en andere overheidsgebouwen. Foto Robin Utrecht

Als de Nederlandse overheid het boerkaverbod met een gedoogoplossing hoopte te ontzenuwen, is die missie bij voorbaat mislukt.

Met het ingaan van het verbod, vandaag, is het dragen van gezichtsbedekkende kleding niet langer toegestaan in het openbaar vervoer en in ziekenhuizen, politiebureaus, scholen en andere overheidsgebouwen. Een boerka- of nikabdrager die zich niet aan de wet houdt, riskeert een boete van 150 euro.

Tot zover de wet. Want tegelijkertijd hebben het ministerie van Binnenlandse Zaken en de instanties die als eerste met de wet te maken krijgen in hun voorbereiding steeds gekozen voor een „deëscalerende” aanpak, in de woorden van een politiewoordvoerder. Buschauffeurs en verplegers worden niet verplicht de politie in te schakelen. Burgemeesters geven er geen prioriteit aan. Actie ondernemen mág, benadrukt het ministerie zelf, maar hoeft niet. Het gevolg: onduidelijkheid over de inhoud van de wet, onvrede over de uitvoering.

Hoezeer die onduidelijkheid en onvrede elkaar versterken, bewijst nu de discussie over het burgerarrest. Het recht van burgers om wetsovertreders zelf aan te houden tot de politie arriveert, vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering, werd woensdag in het AD aangehaald als een mogelijk middel om het verbod te handhaven. Het OM bevestigde die lezing, net als het ministerie en de politie. Enige eis: de overtreder moet op heterdaad betrapt zijn.

'Op jacht'

Het AD meldde ook dat mensen mogen voorkomen dat een overtreder wegloopt, „door iemand bijvoorbeeld tegen de grond te houden”. Dat was geen oproep, hield hoofdredacteur Hans Nijenhuis vol, maar dat zag niet iedereen zo. „Yes! Allemaal op jacht”, kondigde de Facebookpagina Eigen Volk Eerst (ruim 60.000 volgers) naar aanleiding van het artikel aan „#maakergebruikvan”.

Extra verwarring ontstond doordat de politie eerder juist had aangegeven dat burgers boerkadragers níét zelf konden arresteren. Die uitleg werd woensdag weer ingeslikt. De politie houdt het nu bij het advies „voorzichtig te zijn met het zelf aanhouden van mogelijke overtreders van de wet”.

Aandacht, verwarring en de dreiging van eigenrichting: het is precies wat de overheid en de instanties die de wet vanaf vandaag moeten uitvoeren níét willen. Zij voelen weinig voor strenge handhaving, maar weten zich geconfronteerd met een parlementaire meerderheid vóór een verbod. Die schaarde zich vorig jaar in de Eerste Kamer achter de wet, een zeldzaam succesje voor de PVV en Geert Wilders, die het plan in de Tweede Kamer introduceerde.

Eerst kwam er uitstel: minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) liet de invoeringsdatum twee keer verschuiven. En bij de invulling maken de uitvoerende instanties gebruik van de ruimte die de wet biedt. Het Nederlandse verbod geldt, anders dan in andere landen, niet op straat. De politie is afhankelijk van een oproep door uitvoerders – conducteurs, verplegers, gemeenteambtenaren – die met het verbod te maken krijgen. En die neigen naar gedogen.

Lees ook: ‘Voor een boerka zetten we de tram niet stil’

Strengere handhaving

Dat schuurt bij de voorstanders van het verbod. Een wet is een wet, redeneren zij, en die moet gewoon gehandhaafd worden. Desnoods, volgens sommigen, met een burgerarrest.

Dat is net wat je níét wil, zeggen CDA en VVD. De twee coalitiepartijen dringen al langer aan op striktere handhaving. „Dat mensen voor eigen rechter gaan spelen moet je voorkomen door heel duidelijk te zijn: deze norm gaan we handhaven”, zegt VVD-Kamerlid Dennis Wiersma. Hij neemt het de uitvoerende organisaties en de minister kwalijk dat zij het verbod niet steviger omarmen.

„Hier moet geen discussie over ontstaan”, zegt CDA-Kamerlid Harry van der Molen. „Je kunt een wet maar één keer goed invoeren, en dat is nu.”