Een zomer vol kamermuziek: steeds meer musici organiseren hun eigen festival

Kamermuziek Steeds vaker organiseren musici hun eigen festivals en concertseries. Vijf musici over hun beweegredenen. „We vragen musici echt omdat we ze bijzonder en goed vinden.”

Illustratie Jenna Arts

Het is een snelgroeiend fenomeen op de zomerse muziekagenda: het klassieke kamermuziekfestival, waar een musicus of ensemble zelf de artistieke leiding voert.

Met respectievelijk 37 en 30 edities op de teller zijn het Limburgse Orlando Festival (geleid door dirigent Henk Guittart) en de Zeister Muziekdagen (violist Alexander Pavlovsky) gevestigde namen. Maar de afgelopen jaren waren er tal van nieuwe initiatieven. Het Twentse Stiftfestival (geïnitieerd door violist Daniel Rowland) viert dit jaar zijn vijftiende verjaardag. Violist Mathieu van Bellen organiseerde dit voorjaar voor de zesde keer het Scaldis Festival in Zeeuws-Vlaanderen. In Amersfoort timmert het Ragazze Quartet sinds 2017 aan de weg met September Me.

Illustratie Jenna Arts

Een greep uit alleen al het afgelopen jaar: violist Rosanne Philippens blies haar Amsterdam Salon (pop-upconcerten op verrassende locaties) nieuw leven in en organiseert in september de eerste internationale editie op het Berlijnse Artström Festival. Violist Tim Brackman besloot zijn programmeeraspiraties na vier Brackman Trio Festivals ambitieuzer aan te pakken en zette Podium Eibergen op voor kamermuziekconcerten in de Achterhoek.

Maar ook: Mathieu van Bellen kocht met violist Maria Milstein een schuilkerk in Zaandam en toverde de plek om tot kamermuziekhub. En basklarinettist Fie Schouten (tevens de drijvende kracht achter het tweejaarlijkse Basklarinet Festijn) smeedde plannen voor een hedendaagse concertserie. Dit najaar moet Nieuwe Noten Amsterdam van start gaan (mits de laatste subsidie wordt toegekend).

NRC zette enkele spannende initiatieven op een rij en vroeg vijf musici naar hun beweegredenen. Spelen exposure, werkgelegenheid en netwerkonderhoud een rol? Of voeren artistieke ambities en pure liefde voor het vak de boventoon?

Daniel Rowland: ‘Ik zoek naar verbindingen in muziek door de eeuwen heen’

„Naast viool spelen vind ik programmeren het leukste wat er is”, zegt Daniel Rowland. „Ik kan eindeloos zoeken naar verrassende verbindingen in muziek door de eeuwen heen. Ik zie het als een grote puzzel, waar ik stukjes aan toevoeg tot er een doordacht programma op tafel ligt. Die samenhang is voor mij een absolute artistieke voorwaarde.

„Mijn Stiftfestival biedt me een uitgelezen mogelijkheid om die puzzel ieder jaar weer te leggen. Bovendien kan ik er musici bij zoeken waar ik diep in geloof. Daar zitten elke editie weer nieuwe namen tussen, al kent het Stiftfestival een vaste kern van dierbare muzikale vrienden.”

Het thema voor dit jaar is ‘Grenzeloos’. „Zowel stilistisch, als geografisch. Ik heb een spannende, kleurrijke programmering willen neerzetten, waarin Gesualdo naast Ferneyhough staat, en Vivaldi naast Vasks, onze ‘composer in residence’ dit jaar.

Wat in 2005 begon met vijf concerten in een weekend, omvat nu zo’n dertig concerten in een week. Mettertijd waaierde het festival uit over verschillende locaties in Twente, al vormt de veertiende-eeuwse Stift-kerk in Weerselo nog steeds het kloppend hart, verzekert Rowland: „Het is een plek die diep in mijn DNA verweven zit. Ik groeide er op, speelde er mijn eerste recital, mijn vader ligt er begraven. Het is een magische plek, doordrenkt van een inspirerend soort romantiek.”

Ragazze Quartet: ‘Ons festival moet een prikkelende bubbel zijn’

„Een eigen festival is de gedroomde showcase voor ons kwartet”, zegt Ragazze-primarius Rosa Arnold. „We spelen doorgaans veel verschillende programma’s. Een avond met hedendaags werk in het Muziekgebouw, muziektheater in een schouwburg, een klassiek programma in een kerkje. Tijdens September Me kunnen we al die facetten in een kort tijdsbestek onder één dak laten zien.”

„We kijken graag verder dan muziek alleen”, vult tweede violist Jeanita Vriens-Van Tongeren aan. „Daarom zoeken we in het festival nadrukkelijk de samenwerking met andere kunstdisciplines.” Neem Lost Tango, een nieuw muziektheaterproject waarvoor het kwartet de krachten bundelde met theatergezelschap Orkater, Via Berlin en bandoneonist Carel Kraayenhof. Arnold: „September Me moet een prikkelende interdisciplinaire bubbel zijn, vol inspirerende samenwerkingen.”

Onder het thema ‘Smeltkroes’ vermengen de Ragazze westerse kamermuziek met diverse wereldmuziektradities. Arnold: „Zo laten we het openingsconcert uitmonden in een Senegalees feest, een zogenaamde sabar, compleet met Afrikaanse percussie en dans. Maar we zetten ook Reichs Tripel Quartet op de lessenaars, samen met het Matangi Quartet en Quatuor Bela, een jong, veelbelovend strijkkwartet uit Frankrijk. Met September Me bieden we graag een podium aan opkomende artiesten. Nee, dat is geen verkapte vorm van netwerkonderhoud. We vragen musici echt omdat we ze bijzonder en goed vinden.”

Birthe Blom: ‘Ik programmeer alleen waar ik zelf graag naar wil luisteren’

Birthe Blom is geboren en getogen in Hoorn. Ondanks haar vioolstudie in Zwitserland bleef haar geboortegrond trekken. Toen de stad in 2007 haar 650-jarige bestaan vierde, vatte Blom het plan op om een concert te organiseren. Dat werd Kamermuziekfestival Hoorn.

Blom: „Dat liep dus een beetje uit de hand. In drie maanden tijd hebben we een compleet festival uit de grond gestampt. Inmiddels staat de teller op dertien edities. Ons budget is klein, rijk word ik er niet van. Maar het geeft iedere keer weer zo’n energie-boost dat we er met liefde nog een jaar aan vastplakken.”

Waarom een festival? „Het is een dynamisch format. Ik kan veel laten zien, terwijl het geheel toch een compacte energie behoudt. Die formule past me uitstekend. Ik houd van diversiteit: verschillende stijlen, verschillende bezettingen, jonge musici, grote namen. Mijn voornaamste stelregel is dat ik alleen programmeer waar ik zelf graag naar wil luisteren.”

Ook dit najaar is het programma weer kleurrijk met (onder veel meer) een nieuwe muziektheaterproductie van zangeres en harpiste Ekaterina Levental, een bewerking van Puccini’s La Bohème door Mathieu van Bellen (viool) en Mathias Halvorsen (piano) en een Halloween-avond met live begeleide stomme griezelfilms.

Marion Boshuizen: ‘De inhoud staat voorop’

„We waren de naam Travelling Baroque simpelweg ontgroeid”, vertelt Marion Boshuizen, zakelijk leider van, sinds kort, Festival Via Musica. „De naam stamde uit de beginjaren toen we vanuit het Apollo Ensemble overwegend oude muziek programmeerden. Tegenwoordig kijken we stilistisch veel breder. We streven naar een inhoudelijk festival, waarbij muziek uit verschillende periodes op een thema is afgestemd.”

Dit jaar koos violist en artistiek leider David Rabinovich voor het thema ‘Parijs’. Op verschillende locaties in Flevoland wordt het vanuit verschillende invalshoeken belicht. Op het barokorgel van de Goede Rede-kerk (Almere-Haven) klinkt achttiende-eeuwse Franse orgelmuziek, in Lelystad speelt Hannes Minnaar werk van Ravel en Fauré.

Boshuizen: „Het mooie van een festival is dat je in korte tijd veel kunt laten horen, terwijl er toch een stevige rode draad door het programma loopt. Bovendien programmeer je per editie voor een vast publiek. Na afloop van de concerten is er gelegenheid om samen te eten en kennis te maken met de musici. Dat geeft een heel unieke sfeer.”

Mathieu van Bellen: ‘Zakelijke overwegingen? Ik doe het puur voor het plezier’

De formule is simpel: je nodigt tien musici uit en huurt een boerderij. Een week lang leef, eet en slaap je er gezamenlijk. Verder repeteer je vooral en geef je concertjes. „Dat intensieve contact is geweldig”, aldus violist Mathieu van Bellen, initiator van het Zeeuws-Vlaamse Scaldis Festival. „Je leert de musici goed kennen, persoonlijk en muzikaal, en er is volop tijd om naast de geijkte stukken nieuw en onbekend repertoire in te studeren.

„Scaldis is een festival in mijn geboortestreek. Daar zitten voor mij twee mooie kanten aan. Ik kan mijn muzikale vrienden laten zien waar ik ben opgegroeid. En ik kan de mensen daar laten horen waar ik mee bezig ben.”

Klein probleem was aanvankelijk het gebrek aan concertzalen in Zeeuws-Vlaanderen. Vader Van Bellen, gitarist van de locale volksmuziekgroep Ambras, wist raad. „We spelen op de gekste plekken. Een bruin café in Emmadorp. Een jazzkroeg in Terneuzen. De sfeer is heel ongedwongen. Dat komt de muziek en het speelplezier alleen maar ten goede.

„Nee, zakelijke overwegingen spelen geen rol. Er is een klein budget dat opgaat aan de musici. Ik doe het puur voor het plezier. Zo gauw de leut eraf is, stop ik ermee.”

Illustratie Jenna Arts