Voor scholiere Alexandra kwam de hulp veel te laat

Roemenië De moord op een meisje (15) toont hoe Roemenen lijden onder het onvermogen van hun eigen overheid. Eén minister is opgestapt.

Foto’s van vermoorde en ontvoerde Roemeense meisjes, tijdens een wake voor het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Foto’s van vermoorde en ontvoerde Roemeense meisjes, tijdens een wake voor het ministerie van Binnenlandse Zaken. Foto Robert Ghement / EPA

Drie keer belde Alexandra Macesanu wanhopig 112. „Ik ben ontvoerd en verkracht. Hij heeft me meegenomen!” De 15-jarige scholiere was vorige week woensdag liftend opgepikt door een man die haar vervolgens verkrachtte, opsloot en vastbond. Maar ze wist de volgende ochtend zelf het alarmnummer te bereiken en te omschrijven waar ze ongeveer was in het Zuid-Roemeense stadje Caracal. „Hij komt eraan, hij komt eraan”, riep ze voor de verbinding werd verbroken.

Uit de gesprekken met de alarmdienst die zijn gelekt naar Roemeense media blijkt hoe weinig serieus het doodsbange en huilende meisje werd genomen. Telkens werd ze doorverbonden en uiteindelijk afgekapt. „We sturen mensen, maar je moet nu niet de lijn langer bezet houden.”

Roemenen zijn woedend op de autoriteiten en politici wier incompetentie voorkwam dat het meisje op tijd gered werd. Negentien uur na de telefoontjes betrad de politie het terrein van een lokale automonteur, Gheorghe Dinca (65). Macesanu was inmiddels om het leven gebracht. De politie vond er bovendien de resten van een 18-jarig meisje dat sinds april vermist was. Ook zij had moeten liften in de regio waar nauwelijks openbaar vervoer is.

Dinca heeft beide moorden bekend, maar de zaak is daarmee niet afgedaan. Naast onkunde in het telefonisch bijstaan van het slachtoffer, had de politie niet de juiste technologie noch genoeg mankracht om haar te traceren. En ze verspilde uren aan het regelen van een overbodig huiszoekingsbevel. Op Facebook schreef de oom van Alexandra Macesanu dat zij „vermoord is door de staat die ze vertrouwde door 112 te bellen”.

Na protesten in Caracal en Boekarest zijn verschillende politiechefs ontslagen en stapte de baas van het telecombedrijf op. Dinsdag nam ook minister van Binnenlandse Zaken Nicolae Moga ontslag.

Ramp in nachtclub

De kwestie roept herinneringen op aan een brand in een nachtclub in Boekarest in 2015, waarbij 64 mensen om het leven kwamen. Na die ramp bleek niet alleen dat nooduitgangen en vergunningen ontbraken, maar ook dat ziekenhuizen niet goed toegerust waren om ernstige brandwonden te behandelen. De corruptie en incompetentie die de brand aan het licht bracht, dwongen toenmalig premier Victor Ponta tot aftreden.

Corruptie en incompetentie kleeft evenzeer aan de regering van de huidige premier Viorica Dancila, net als haar voorganger van de links-reactionaire PSD-partij. De leider van die partij, Liviu Dragnea, verdween eind mei voor 3,5 jaar in de gevangenis voor machtsmisbruik.

De huidige regering ligt nationaal en internationaal onder vuur vanwege maatregelen die de rechtsstaat beschadigen of bedoeld zijn om eigen politici uit de wind te houden. Zo is een parallel rechtbanksysteem opgetuigd om magistraten te vervolgen en zijn nooddecreten afgekondigd die het vervolgen van corruptie moeilijker en het geven van een pardon of amnestie aan politici makkelijker maken.

Presidentsverkiezingen

Waar de rule of law voor veel burgers een abstractie is, raakt het gebrek aan basale voorzieningen – een functionerend politieapparaat, goede zorg en behoorlijke infrastructuur – hen direct. De situatie waarbij een meisje lijkt te zijn omgekomen door nalatigheid van de autoriteiten, zorgt voor extreme verontwaardiging. Er worden meer protesten verwacht.

De kwestie komt op een bijzonder ongunstig moment voor premier Viorica Dancila, die zich net gekandideerd heeft voor de presidentsverkiezingen in november. Haar partij ging tijdens de Europese verkiezingen onderuit en doet het slecht in peilingen, maar zij denkt op persoonlijke titel kans te maken om de liberale president Klaus Iohannis te verslaan.

Dancila riep op om de kwestie niet te politiseren. De president haalde na de moord juist uit naar „degenen die de wetten om zeep brachten, competente mensen ontsloegen om familieleden aan te nemen, straffen verlaagden en het hele justitiesysteem onderwierpen, om verantwoordelijkheid te ontlopen”. De regering heeft volgens hem „alle geloofwaardigheid verloren”.