Radioactieve wolk uit 2017 lijkt afkomstig van Russisch nucleair complex

Onderzoek atmosfeer Het radioactieve materiaal dat boven Europa werd gevonden, kwam waarschijnlijk vrij tijdens een mislukte productie van radioactief materiaal. Dat blijkt uit onderzoek.

Een deel van de het nucleaire complex in Majak, Rusland.
Een deel van de het nucleaire complex in Majak, Rusland. US Army corps of engineers.

De bron van de radioactieve wolk die eind september en begin oktober 2017 over Europa dreef, is nu met grote zekerheid vastgesteld. Een internationale groep onderzoekers combineerde atmosferische metingen (onder meer van windrichting en -snelheid) met metingen van de concentraties van het radioactieve materiaal op verschillende plekken in Europa.

Lees ook: Rusland bevestigt radioactieve wolk boven Europa

Ze concluderen wat in 2017 al werd vermoed: de wolk lijkt afkomstig van het Russische nucleaire complex Majak, nabij de grens met Kazachstan. Op het terrein van het complex staat onder meer een opwerkingsfabriek, om bruikbare nucleaire stoffen te scheiden van kernafval. Destijds beweerden Russische functionarissen dat Majak niet de bron kon zijn.

Waarschijnlijk kwam de wolk van de radioactieve isotoop ruthenium-106 vrij tijdens de mislukte productie van radioactief materiaal voor een natuurkundig experiment in Italië, schrijven de onderzoekers nu in PNAS. Isotopen zijn atomen van hetzelfde chemische element, waarbij het aantal neutronen verschilt. Sommige isotopen zijn radioactief, andere niet.

Een meetstation in Milaan meldde op 2 oktober 2017 als eerst ruthenium-concentraties die ruim honderd keer hoger waren dan normaal. Daarna duurde het even tot andere Europese stations deze meting konden bevestigen, omdat het plaatsvond op een maandag. De meeste Europese laboratoria verwisselen dan de filters van hun meetapparatuur. De straling die vrijkwam was niet schadelijk voor het milieu of de menselijke gezondheid.

Niet afkomstig van een reactor

Vlak na de metingen meldde het Franse Institut de Radioprotection et de Sûreté Nucléaire (IRSN) al dat het ruthenium-106 in dit geval niet afkomstig kon zijn van een reactor, omdat er dan ook andere radioactieve isotopen zouden zijn. Dit wordt bevestigd in het nieuwe artikel. Uit de verhouding tussen de aanwezige radioactieve isotopen ruthenium-103 en ruthenium-106 wordt verder afgeleid dat er ongeveer twee jaar oude verbruikte splijtstof uit een kernreactor verwerkt werd in de opwerkingsfabriek van Majak.

Meestal wordt tien jaar gewacht tot verbruikte splijtstof opgewerkt wordt. In die tijd vervalt het gedeeltelijk, waardoor de radioactiviteit afneemt. Dat Majak het al na twee jaar verwerkte, duidt erop dat de werknemers een materiaal met hoge radioactiviteit wilden maken. Dit deden ze waarschijnlijk voor de bestelling van het Italiaanse SOX-Borexino neutrino-experiment in Gran Sasso. Die had een kleine, maar hoog radioactieve hoeveelheid van het isotoop cerium-144 nodig voor een deeltjesfysica-experiment. Majak was de enige die dit kon leveren. Vlak nadat het ruthenium-106 in heel Europa gemeten was, cancelde Majak de bestelling. Daarbij werd niets gezegd over een mogelijk lek waarbij ruthenium-106 vrij zou zijn gekomen. In februari 2018 werd bekend gemaakt dat het experiment was geannuleerd. De radioactieve wolk kwam dus waarschijnlijk vrij bij de productie van het bestelde cerium-144. Of zoals de onderzoekers schrijven: „Geen enkele bevinding van ons onderzoek weerlegde de hypothese van dit verband of sprak het tegen.”