Hoe schuldig waren deze Palestijnse doden?

Westelijke Jordaanoever In de eerste vijf maanden van dit jaar werd gemiddeld elke twee dagen een Palestijn gedood door Israëlische militairen. NRC bekeek vier recente incidenten en de berichtgeving daarover.

De moeder van Ahmed Manasreh kust zijn voorhoofd tijdens zijn begrafenis. Manasreh werd in maart doodgeschoten vanuit een Israëlische wachttoren.
De moeder van Ahmed Manasreh kust zijn voorhoofd tijdens zijn begrafenis. Manasreh werd in maart doodgeschoten vanuit een Israëlische wachttoren. Foto Musa al-Shaer/AFP

De negenjarige Abdelrahman Shatawi ligt in kritieke toestand in het ziekenhuis, nadat een Israëlische scherpschutter hem vorige maand in het hoofd schoot. Het geval van de Palestijnse jongen doet de discussie over het gebruik van geweld door Israëlische militairen op de bezette Westelijke Jordaanoever en in Gaza weer even oplaaien.

In de eerste vijf maanden van dit jaar werd gemiddeld elke twee dagen een Palestijn gedood door Israëlische militairen. Soms vallen er tientallen doden tegelijk, zoals bij grote protesten of bij de bombardementen op de Gazastrook van mei dit jaar. Veel vaker gaat het om individuele gevallen, die het wereldnieuws niet halen.

Doorgaans claimt het Israëlische leger dat het gaat om Palestijnen die een aanslag pleegden of wilden plegen. Uit onderzoek van mensenrechtenorganisaties blijkt echter dat het dodelijke schot lang niet altijd gerechtvaardigd is, en dat de daders vrijwel nooit ter verantwoording worden geroepen.

NRC bekeek vier gevallen van Palestijnse burgers die in een periode van twee weken (20 maart-3 april 2019) werden doodgeschoten op de Westelijke Jordaanoever. Wie waren zij, wat waren de omstandigheden van hun dood en hoe verhoudt zich dat tot de officiële verklaringen?

De Israëlische buren zijn verontwaardigd

Ahmed Manasreh. Foto aangeleverd door familie

20 maart: Ahmed Manasreh (22)

De familie: „Al mijn jeugdfoto’s zijn samen met Ahmed”, zegt Hadeel Manasreh. „Hij leerde me zwemmen, hij maakte me ’s ochtends wakker voor school.” Haar broer Ahmed was op 20 maart 2019 met vrienden op de terugweg van een bruiloft toen ze op zo’n vijftig meter van een militaire wachttoren een vrouw om hulp hoorden roepen. Een auto was langs de kant van de weg gestopt, vervolgens was bestuurder ’Alaa Ghayadah in zijn zij geschoten door soldaten in de wachttoren. Terwijl drie jongens uit het groepje de gewonde man in hun auto naar het ziekenhuis vervoerden, probeerde Ahmed Ghayadahs vrouw Maysaa en hun dochtertjes van vijf en acht gerust te stellen en intussen de auto weer aan de praat te krijgen. Toen dat niet lukte, stapte hij uit – waarop hij zelf werd neergeschoten. Een Palestijnse ambulance die was opgeroepen om Ghayadah op te halen, nam in plaats daarvan Manasreh mee. Hij was toen al dood. Een jongen uit zijn vriendengroep laat de plek zien waar Ahmed is neergeschoten. Een Israëlische wachttoren torent hoog boven de weg uit. Het is onvoorstelbaar dat een Palestijn, met of zonder auto, een gevaar zou vormen. De familie spant een rechtszaak aan.

Het leger: Volgens een verklaring van het Israëlische leger een week na het incident „signaleerde een soldaat op een militaire post bij het kruispunt een verdachte die stenen gooide naar voertuigen en voerde de procedure uit voor de arrestatie van een verdachte, die eindigde in een schietpartij. Als resultaat van de schietpartij is de verdachte gedood en een andere Palestijn gewond.” Later werd de „schietpartij” uit de tweede zin gewijzigd in: „Na het proberen van verscheidene preventieve stappen, opende de soldaat het vuur.” De militaire politie heeft volgens het leger een onderzoek naar de zaak geopend.

De media: Hadeel Manasreh laat een krantenknipsel zien, waarin een brief is geplaatst van de inwoners van de Israëlische gemeenschap Tzur Hadassah, dat dicht bij Wadi Fukin ligt, het dorp op de bezette Westelijke Jordaanoever waar Manasreh vandaan kwam . „Bewoners van Tzur Hadassah zijn op de rouwbijeenkomst geweest”, vertelt Hadeel. „Ze hebben in de krant gezet dat ze boos waren op het leger: wij hebben nooit problemen gehad met dit Palestijnse dorp en nu hebben jullie ervoor gezorgd dat ze een martelaar hebben.” Aan de andere kant van Wadi Fukin zijn de rode daken te zien van een Israëlische nederzetting.

De EHBO’er die zijn examen niet meer zou halen

Sajed Muzher. Foto aangeleverd door familie

27 maart: Sajed Muzher (17)

De familie: Abdelmahdi Gharib (24), leider van het lokale EHBO-team in het Palestijnse vluchtelingenkamp Duheisheh op de Westelijke Jordaanoever, tekent op papier een kaartje. „Langs dit pad trok het leger zich terug, daar waren de jongens die stenen gooiden… Wij namen de omweg hierlangs om bij de grote weg te komen zonder er tussenin te raken”. De EHBO’ers wilden de straat op naar een gewonde toe. Soldaten stonden aan de overkant. Sajed Muzher (17) deed één stap en viel toen achterover: hij was geraakt door een kogel, naar later bleek in zijn buik. Hij overleed op de operatietafel.

Omdat ambulances niet het hele kamp in kunnen komen, wordt bij incidenten en evenementen een team van medische vrijwilligers opgeroepen, vertelt Abdelmahdi. Sajed sloot zich twee jaar geleden aan bij de EHBO-ploeg. Zijn ouders waren het daar niet altijd mee eens; de nacht van 27 maart was Sajed door de achterdeur ontsnapt om medische hulp te verlenen bij de eerste onlusten. Israëlische troepen waren met jeeps het kamp binnengereden om een verdachte te arresteren, en dat leidde tot confrontaties met de lokale jongeren. De medische vrijwilligers waren net terug hun bed in toen ze weer werden opgeroepen. „Sajed belde ons om zes uur dat er speciale troepen in het kamp waren”, zegt Abdelmahdi. Sajeds moeder Randa al-Wazzani (44) ontdekte ’s ochtends vroeg dat de veranda-deur niet goed dicht was. Zij vond haar zoon in zijn kamer, bezig zijn EHBO-spullen te pakken. „Ik zei: je hebt om acht uur een examen”, vertelt zij. „Maar hij zei dat hij op tijd weer terug zou zijn.” Sajed wees altijd op zijn reflecterende kleding om zijn ouders gerust te stellen, zegt zijn moeder in tranen. „Die zou hem beschermen, zei hij, want er was duidelijk aan te zien dat ze medici waren.”

Teamleider Abdelmahdi laat vlakbij Sajeds huis het graf van zijn vriend zien. Naast Sajed ligt zijn veertienjarige neefje Arkan, die acht maanden ervoor omkwam door legerkogels. De Palestinian Medical Relief Society (PMRS), de organisatie waarvoor Sajed vrijwilliger was, onderneemt in Israël en internationaal juridische stappen. „Mijn getuigenis gaat mij zeker problemen opleveren”, zegt Abdelmahdi, „maar we moeten opkomen voor onze mensen. Als ik er een minuut eerder was gewest, had ik op de plek van Sajed gestaan.”

Het leger: Enkele uren na Sajeds dood publiceerde het Israëlische leger een video waarop een jongeman op het dak van een huis een oranje, reflecterend vest uitdoet en stenen begint te gooien. De persoon in de video is echter niet Sajed en de video is op een andere plek opgenomen, blijkt uit onderzoek van mensenrechtenorganisatie B’Tselem. Er is ook nooit beweerd dat het Sajed was, claimt het leger achteraf. De video was bedoeld „om het fenomeen te demonstreren”.

De media: Een pro-Israëlische website publiceerde de suggestieve video van het leger onder de kop: „KIJK! Palestijnse ‘paramedicus’ gesnapt bij het aanvallen van Israëliërs voordat het leger hem neutraliseerde”. Internationaal kreeg de zaak veel media-aandacht.

Doodgeschoten op de vlucht

Mohammed Ali Dar ’Udwan. Foto aangeleverd door familie

2 april: Mohammed Ali Dar ’Udwan (24)

De familie: Toen Samira Mahmoud Dar ’Udwan (48) hoorde dat haar zoon Mohammed, ‘Khamees’ voor familie en vrienden, gewond was geraakt bij rellen, was ze niet verbaasd. Hij deed mee aan alle protesten in het Qalandia-kamp op de Westelijke Jordaanoever, was al regelmatig gewond geraakt en al vijf of zes keer opgepakt – meestal wegens stenen gooien, één keer omdat hij brand probeerde te stichten bij het nabijgelegen checkpoint. Deze keer liep het echter niet goed af.

„Ze hebben hem afgemaakt! Ze hebben hem gedood!” Op een filmpje van het incident is een buurtbewoner te horen die geschokt reageert. Mohammed was ’s nachts de deur uitgegaan omdat het leger een wijk verderop was binnengevallen. Met een groepje andere jongens bleef hij stenen naar de Israëlische soldaten gooien. Toen de troepen naderden en de stenengooiers wegrenden, werd ‘Khamees’ achtervolgd door geweervuur. Drie andere jongens raakten gewond.

Het Qalandia-kamp is geregeld het toneel van rellen tussen lokale jongeren en het Israëlische leger. Mohammeds jongste zusje Yousra (8) vertelt dat het leger regelmatig haar school binnenvalt of traangasgranaten naar binnengooit. „Dan verstoppen we ons in het lokaal.” Haar zoon wilde ‘iets’ doen, zegt zijn moeder. „Hij had al jaren in zijn hoofd dat hij martelaar wilde worden, en daar was hij niet vanaf te brengen.”

Het leger: Het leger verklaarde na het incident dat „troepen het vuur hebben geopend nadat Palestijnen stenen en explosieven naar hen hadden gegooid tijdens een operatie ten zuidoosten van de stad Ramallah”. De militaire politie heeft een onderzoek geopend, zegt een woordvoerder op vragen van NRC.

De media: Voorzover bekend heeft dit incident geen aandacht gekregen in Israëlische media. Twee weken later werd een zestienjarige jongen van achteren beschoten toen hij geblinddoekt en geboeid opstond na zijn aanhouding. Hij overleefde het ternauwernood. Dit incident , waarvan uitgebreid videomateriaal beschikbaar was, werd wel uitgebreid besproken, ook in mainstream Israëlische kranten.

Kolonisten schieten Palestijn dood, soldaten wissen bewijs

Muhammad Abdelfattah. Foto aangeleverd door familie

3 april: Muhammad Abdelfattah (23)

De familie: Rond half negen ’s ochtends stond Muhammad Abdelfattah langs Route 60, een van de hoofdwegen door de Westelijke Jordaanoever. Hij kwam van zijn appartement in het dorpje Beita, waar hij woonde met zijn vrouw en hun zeven maanden jaar oude dochtertje, en was op weg naar de steenfabriek van zijn oom. Volgens getuigen die zijn geïnterviewd door mensenrechtenorganisatie B’Tselem (en die bang zijn om met de pers te praten) gooide hij twee of drie stenen richting voorbijkomende auto’s. Vader Abdelmounaim Abdelfattah (50) kan zich dat nauwelijks voorstellen: zijn zoon had nooit meegedaan met stenengooien en was ook nog nooit gearresteerd geweest. Een van de auto’s, een witte Renault, stopte. De bestuurder was Yehoshua Sherman, bewoner van de nederzetting Elon Moreh en activist voor een ultrarechtse partij. Sherman schoot vanuit de auto op Muhammad, die vervolgens naar de achterkant van de auto kroop en dekking zocht. Volgens Sherman had de Palestijn geprobeerd zijn dochter, die ook in de auto zou zitten, neer te steken. Ook een vrachtwagen stopte langs de weg. Sherman en de tweede bestuurder vuurden meer schoten af op de jongen, die toen al gewond op de grond lag. Volgens B’Tselem werd Muhammad geëxecuteerd terwijl hij geen gevaar meer vormde – zelfs al zou hij een aanslag hebben willen plegen. Na het incident werd vader Abdelmounaim ondervraagd door de Israëlische veiligheidsdiensten. Het lichaam van Muhammad heeft de familie nog steeds niet teruggekregen. „Ik wil alleen maar mijn zoon terug om hem te begraven”, zegt de vader.

Het leger: „Muhammad ’Abd al-Fatah gooide stenen naar Israëlische auto’s en naderde vervolgens een van de auto’s met een mes en probeerde een aanslag met een mes te plegen”, aldus een verklaring van het Israëlische leger. „Al-Fatah werd neergeschoten door burgers en geneutraliseerd.”

Stond de jonge vader op het punt om een dodelijke aanslag te plegen, zoals het leger beweert? Of was hij op weg naar zijn werk, zoals zijn vader en andere familieleden volhouden? Het is onmogelijk na te gaan, want de soldaten die minuten nadat Muhammad Abdelfattah was neergeschoten ter plaatse verschenen, verwijderden volgens onderzoek van B’Tselem de beelden uit de bewakingscamera’s van naburige winkels. In een later gepubliceerde video van de gebeurtenissen zit een knip, waardoor er minstens vijftien seconden verdwenen zijn. Het leger weigert te antwoorden op vragen van NRC over de gang van zaken.

De media: In een Youtube-filmpje vertelt Sherman dat „de terrorist” zijn autodeur wilde opendoen en zijn dochter wilde neersteken. Daarop zou hij hem neergeschoten hebben. Andere Israëlische media namen deze versie over, met koppen als „terrorist geneutraliseerd”.

Voor zover bekend zijn de twee schutters niet door het leger of de politie ondervraagd. Ze zouden zelfs een onderscheiding voor hun optreden hebben ontvangen van het districtsbestuur.

Correctie (02-08-2019): In een eerdere versie van dit artikel waren de Israëlische en Palestijnse doden binnen Israël abusievelijk niet meegeteld. Dat is in deze versie aangepast.