Opinie

Het weer en de mens, geen peil op te trekken

Maxim Februari

Op de heetste dag van de hele geschiedenis werd ik in de grote stad hardnekkig opgejaagd door een taxichauffeur. Hij maakte niet alleen boze en obscene gebaren maar probeerde ook me aan te rijden en plompverloren van de weg te duwen. Vrij onlogisch leerde ik zijn kentekennummer uit mijn hoofd voor het geval ik het niet zou overleven.

Eenmaal ontsnapt zei ik tegen mezelf: weet je wat, ik verlaat de grote stad maar weer. Ik reed naar huis, ging aan de oever van een rivier zitten, staarde in het water en zag een schildpad voorbijzwemmen. Wat een vreemde dag was dit toch. Zouden de taxichauffeur en de schildpad exponenten zijn van een verhit klimaat? Schildpadden komen bij hitte naar de oppervlakte, en je kon je afvragen wat straks nog meer aan de oppervlakte zou komen.

Zo peinsde ik een tijdje over wat ons te wachten staat. Weer, ecologie, menselijk gedrag: valt er vooraf al iets over te zeggen? Terwijl ik op de rivieroever probeerde bij te komen van alle opwinding, herinnerde ik me een lezing van de Engelse schrijver James Bridle die ik in april hoorde bij het festival STRP. Bridle vertelde dat de voorspelling van het weer moeilijker is geworden door veranderingen in het klimaat.

Je zou misschien denken dat we steeds beter worden in weersvoorspelling, doordat we de beschikking hebben over betere apparatuur en meer gegevens, maar kennelijk gooit de klimaatverandering roet in het eten.

De bijeenkomst in april ging over de toekomst en de vraag of we daar vat op hebben. De wereld wordt steeds rigoureuzer opgemeten. Stellen die metingen ons in staat een leerzaam model van de wereld te bouwen of maken we juist een wereld voor onszelf waarvan we niets meer begrijpen? De opmerking van James Bridle over weersvoorspelling moet je, denk ik, in deze context zien. Door de vooruitgang kunnen we beter meten en tegelijk verstoort diezelfde vooruitgang het klimaat zo hevig dat we zon en regen niet meer zien aankomen.

Sowieso is weer lastiger te voorspellen dan het klimaat. Weer is de concrete actualiteit: regent het morgen om drie uur op Tahiti of niet. Klimaat is de tendens op lange termijn, de lijn die aangeeft welk weer zoal te verwachten valt. Het concrete weer laat zich moeilijk voorspellen, omdat het wordt bepaald door tal van omstandigheden tegelijk en omdat je niet weet welke en hoe. Maar die ongrijpbaarheid van het weer zit heldere uitspraken over het klimaat niet in de weg: de grilligheid verdwijnt zodra je gemiddelden of patronen zoekt in een grote bak vol metingen.

Wat voor het weer en klimaat geldt, geldt voor de rest van de wereld net zo goed. Je kunt best proberen te voorspellen hoe de hele mensheid zich in de toekomst gedraagt. Maar weten hoe een individuele taxichauffeur zich gedraagt? Daar kom je moeilijker achter.

„Individueel kunnen mensen een min of meer rationele uitstraling hebben, etend, slapend en plannend”, schrijft G.K. Chesterton in zijn roman The Napoleon of Notting Hill. „Maar de mensheid als geheel is veranderlijk, mystiek, wispelturig, verrukkelijk. Men are men, but Man is a woman.” Dit heb ik altijd een opmerkelijke passage gevonden, want de meeste geschiedschrijvers zien het juist andersom, en de meeste toekomstvoorspellers ook. De mensheid oogt saai en stabiel, het individu is mystiek en verrukkelijk.

Nu voegde James Bridle hier dus nog een complicatie aan toe. Weersvoorspelling, zei hij, is door klimaatverandering nog moeilijker geworden. Waarom? Ik kon verschillende verklaringen bedenken. Bijvoorbeeld dat klimaatverandering het weer extremer maakt en dat het eerder opvalt als je extremen over het hoofd ziet dan als je een lentebui mist. Of dat klimaatverandering laat zien hoe complex het weer is, zodat je steeds meer aspecten ervan moet bekijken.

Of dat het komt door de man uit het NOS Journaal die kinderen tijdens een hittegolf water met de tuinslang liet verkwisten, wat ze anders niet mochten, zodat de hitte het klimaat nog verder verstoorde. Hoe heter het wordt, hoe heter het wordt: een vicieuze cirkel waar de weersvoorspellers amechtig achteraan hollen.

Geloof het of niet, maar al deze ingewikkelde gedachten hadden mij langzaam gekalmeerd. Wat staat ons door de klimaatverandering te wachten? Meer verhitte schildpadden aan de oppervlakte? Meer moordzuchtige chauffeurs op de Amsterdamse grachten? In grote lijnen kun je er misschien iets over zeggen, luidde de conclusie, maar individueel niet. Om met Chesterton te spreken: Man is a man, but men are women. En stel dat de lijn van de mensheid zelf ingrijpend verandert? Dan kun je over het individu al snel helemaal niets meer zeggen. Man is a woman, and men are women too.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.