Opinie

Ben je lhbti’er, dan telt je aangifte helemaal niet

Door homofobie bij de politie voelen lhbti-burgers zich niet veilig, schrijft .
De politieboot tijdens de Canal Parade in 2018. De boottocht is ieder jaar de afsluiter en het feestelijke hoogtepunt van de Pride Amsterdam.
De politieboot tijdens de Canal Parade in 2018. De boottocht is ieder jaar de afsluiter en het feestelijke hoogtepunt van de Pride Amsterdam. Foto: Til & Wijnbergh/Hollandse Hoogte

Als je vanwege je geaardheid bedreigd wordt op Twitter, kan je beter wegblijven van sociale media. Deze variant op ‘had je maar geen kort rokje moeten dragen’ kreeg een vriend van mij te horen toen hij vervolging zocht van de man die hem maandenlang bedolf onder homofobe bedreigingen. De politie zag geen heil in de zaak, het kleine team had belangrijkere zaken te doen.

De statistieken van het COC over anti-homogeweld zijn bekend. Zeven op de tien lhbti’ers krijgen te maken met verbaal of fysiek geweld, maar slechts een fractie doet aangifte. Dat is niet vreemd. Deze krant berichtte onlangs over racisme, seksisme en homofobie bij de politie. Daar werken de mensen die slachtoffers van discriminatie zouden moeten helpen. Dus als er bij de politie sprake is van homofobie, is het niet gek dat lhbti’ers afzien van aangifte.

Aangifte doen wordt door de politie actief ontmoedigd, zo bleek eerder dit jaar uit onderzoek van Investico, gepubliceerd in De Groene Amsterdammer. Dat geldt zeker ook voor meldingen van anti-homogeweld. Ik heb dat zelf meegemaakt toen twee vrienden slachtoffer werden. We belden direct de politie, die laconiek reageerde. Mijn vrienden waren uitgescholden voor ‘dirty faggots’ en hadden klappen in hun gezicht gekregen. De twee agenten die op de melding waren afgestuurd vroegen spottend: „Moet ik een ambulance voor je bellen?”

Toen we informeerden bij welk bureau we aangifte konden doen, raadde het duo dat af. Hun collega’s hadden het druk en we moesten maar eens goed nadenken over de gevolgen. Wilden we wel dat de daders een nacht in de cel moesten doorbrengen? Mijn vrienden waren niet alleen mishandeld door hun daders, ze voelden zich ook geïntimideerd en onheus bejegend door de politie. De dag erna belden we met Roze in Blauw, een netwerk voor lhbti-agenten en aanspreekpunt voor de lhbti-gemeenschap, die de aangifte opnamen.

Roze in Blauw

Het is zowel fijn als verontrustend dat dit speciale samenwerkingsverband van de politie er is. Het hele bestaan van Roze in Blauw onderschrijft dat er onder ‘gewone’ rechercheurs onkunde en onwil bestaat. Voor mijn vriend die bedreigd werd voelt Roze in Blauw als een wassen neus. Zij nemen namelijk alleen de aangifte aan, daarna wordt de zaak opgepakt door zo’n gewone rechercheur en dan wreekt de politiecultuur zich.

De agent die op zijn zaak zat vroeg hem zelf uit te zoeken wie de man was die hem met verschillende anonieme accounts stalkte. Toen hij deze informatie aanleverde, besloot de politie af te zien van vervolging. Dat was een klap in zijn gezicht. Zo erg zelfs, dat hij meer last heeft gehad van de politie dan van zijn stalker. Zijn stalker wenste zijn identiteit weg. Als kleurrijk geklede homoman heeft hij voortdurend met zulke verwensingen te maken. Maar de politie, de dienst die hem zou moeten beschermen, stuurde hem letterlijk weg.

Per jaar komen er dan ook gemiddeld maar zestien anti-homogeweldzaken bij het Openbaar Ministerie terecht, en volgen er niet meer dan zeven veroordelingen. Mijn vriend liet het er niet bij zitten en schakelde Sidney Smeets in, de strafrechtadvocaat die veel van zulke slachtoffers bijstaat. Mijn vriend was namelijk vastbesloten dat cijfer omhoog te trekken naar acht. Dat is gelukt: uiteindelijk oordeelde de rechter niet alleen dat er sprake was van bedreiging, maar ook dat deze homofoob was ingestoken.

Homofobe cultuur, ook bij de politie

De uitspraak is daarmee een overwinning voor de hele lhbti-gemeenschap. Maar het is een succeszaak tussen dikke aanhalingstekens. De prijs is hoog geweest: de vriend is gediagnosticeerd met een acute stressstoornis en zat lang thuis. Het heeft veel moeite gekost om vervolging voor elkaar te krijgen, en dat terwijl hij zich in een bevoorrechte positie bevindt. Hij heeft een werkgever die hem bleef steunen. Hij heeft de middelen om therapie te betalen. Hij heeft een echtgenoot die het onderzoek naar de identiteit van de dader op zich nam. Hij kende Sidney Smeets al. Bovendien is hij activistisch ingesteld: hij wilde het er niet bij laten, om de weg te bereiden voor andere slachtoffers. Als één van die ingrediënten ontbroken had, had ook hij zich op het bureau laten afwimpelen.

Lees ook over de documentaire van Ellie Lust: Johan Derksen als pindakaashomo

Zijn dader had zich tijdens verhoor verweerd met ‘het was maar een grapje’. Dit is precies de homofobe cultuur die we zien bij Johan Derksen en zijn voetbalprogramma Veronica Inside en op menig werkvloer. Het is een cultuur waarin lhbti’ers verantwoordelijk worden gemaakt voor het gebrek aan acceptatie bij de ander: ‘Dan ga je toch gewoon van Twitter af?’ Dat deze cultuur ook bestaat op de werkvloer van de politie is onaanvaardbaar. Agenten maken homofobe grappen en reageren laatdunkend als lhbti-burgers aangifte doen van bedreiging en geweld. De politie zet hen neer als onredelijk en aanstellerig.

Voor de buitenwereld wordt de schijn opgehouden. „Wees een held, jouw melding of aangifte telt!”, stond vorig jaar op de spandoeken van de politieboot tijdens de Canal Parade. Die leuze is een leugen. De politie hoort waakzaam over en dienstbaar aan alle burgers te zijn. Op dit moment voelen lhbti’ers zich echter onvoldoende veilig bij de politie om veilig te kunnen zijn in Nederland.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.