‘Voor een boerka zetten we de tram niet stil’

Handhaving Donderdag wordt een wet van kracht die gezichtsbedekkende kleding verbiedt in onder meer het openbaar vervoer. Maar wie gaat er handhaven?

Bezoekers van de Tweede Kamer gekleed in een nikab, voor aanvang van een debat in de Tweede Kamer over gezichtsbedekkende kleding in 2016.
Bezoekers van de Tweede Kamer gekleed in een nikab, voor aanvang van een debat in de Tweede Kamer over gezichtsbedekkende kleding in 2016. Foto Bart Maat / ANP

In de vier decennia dat hij op de bus zit, heeft hij het misschien twee keer meegemaakt: een vrouw in boerka of nikab die instapte. Op deze maandagochtend gebeurt dat ook niet op de Rotterdamse buslijn 77, die vertrekt op Katendrecht, dwars door de multiculturele Afrikaanderwijk rijdt en eindigt op station Zuidplein.

Martin (60) rijdt al veertien jaar op lijn 77. De buschauffeur herinnert zich incidenten, zoals toen hij in zijn gezicht gespuugd werd door een zwartrijder. Collega’s krijgen weleens klappen, hoort hij. „Mensen zijn mondiger geworden.” Maar gedoe met boerka’s? Nee, dat is er eigenlijk niet.

Toch wordt komende donderdag een wet tegen gezichtsbedekkende kleding van kracht. Dit ‘boerkaverbod’ gaat, naast het openbaar vervoer, gelden in overheidsgebouwen, onderwijs- en zorginstellingen. Naast de genoemde gezichtssluiers zijn ook integraalhelmen, bivakmutsen of maskers op deze plekken straks verboden.

De wet is een afgezwakte versie van een plan uit 2005 van PVV-leider Geert Wilders. Die wilde ook een verbod op straat. Het kabinet-Rutte II koos voor een beperkt verbod, met als argument dat mensen op genoemde plekken elkaar moeten kunnen herkennen en aankijken. Het kabinet Rutte III zette de wet door, de Eerste Kamer stemde er vorig jaar mee in.

Lees ook: hoe het boerkaverbod na dertien jaar tot stand kwam

Bij organisaties die straks met de wet te maken krijgen, heerst veel onvrede en onduidelijkheid, blijkt uit een rondgang. Vooral over de handhaving. In eerste instantie is het aan de instellingen en hun medewerkers overtreders aan te spreken, te weigeren of uit het pand te zetten. Als dit tot een serieus conflict, kan de politie worden ingeschakeld. Die probeert de situatie op te lossen, maar kan vervolgens een boete van minimaal 150 euro opleggen.

Goede zaak

Onder de buschauffeurs van het Rotterdamse vervoerbedrijf RET is het verbod geen groot gespreksonderwerp, zegt Martin. „Wij praten liever over wanneer we met pensioen kunnen.” Wel vindt hij het een goede zaak dat het verbod er komt. Hij noemt het „niet fijn” als er iemand instapt die hij niet kan aankijken. „Je weet ook niet wat er onder die sluier zit, misschien wel een bomgordel.”

Hoewel het verbod deze week al ingaat, had Martin vorige week nog geen instructies gehad van zijn werkgever hoe daar mee om te gaan. Hij wacht af. „Als ik mensen moet weigeren doe ik dat, als ik de instructie krijg het te gedogen natuurlijk ook.” Volgens RET is het personeel inmiddels geïnstrueerd.

Openbaarvervoerbedrijven zijn niet blij met de wet. Zij vrezen dat er gedoe tussen bestuurders, de overtreder en passagiers kan ontstaan. „Wij willen geen risico nemen of onnodige discussies”, zegt Pedro Peters, voorzitter van Openbaar Vervoer Nederland. De brancheorganisatie heeft een instructie opgesteld die door alle vervoersbedrijven, dus ook het RET, wordt nageleefd. Daarin staat dat het aan bestuurders of conducteurs zelf is of zij overtreders van de wet willen aanspreken. „De lijn is: altijd deëscalatie”, zegt Peters. „Het vervoer moet door: we gaan geen trams of metro’s stilzetten voor een boerka of integraalhelm.” Daar komt bij: het tram- of treinpersoneel heeft geen bevoegdheid om in te grijpen of boetes uit te schrijven. Alleen de politie mag dat.

De ov-bedrijven vragen hun medewerkers bij te houden als iemand met gelaatsbedekkende kleding instapt om een beeld te krijgen van het fenomeen. Maar Peters verwacht daar weinig van. „Wij hebben nooit om deze wet gevraagd, de praktijk gaf ook nooit problemen.” De politie laat weten pas gerichte te gaan controleren als zich op een lijn meerdere incidenten hebben voorgedaan waarbij de politie moest worden ingeschakeld.

Najat (30) draagt al negen jaar een nikab en blijft dat doen. Lees haar verhaal

Ook ziekenhuizen worstelen met het verbod. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen heeft haar leden geadviseerd personeel te informeren over de mogelijkheid mensen met gezichtsbedekkende kleding aan te spreken. Maar verschillende grote ziekenhuizen in en rond Rotterdam en de koepel van universitaire ziekenhuizen lieten afgelopen week al weten het verbod niet te handhaven. Ziekenhuis OLVG, met drie ziekenhuizen in Amsterdam, gaat een gedoogbeleid voeren, zegt woordvoerder Elles in ’t Hout. „Onze lijn is: als er zorg verleend moet worden, dan doen wij dat gewoon.”

De enkele keer dat er in een OLVG-ziekenhuis een vrouw met een boerka of nikab binnenkomt, doet ze die al af om zorg te kunnen krijgen, zegt In ’t Hout. „We kunnen niet door de boerka heen kijken. En we hebben al een identificatieplicht, dus vrouwen met gezichtssluiers moeten die altijd afdoen om zorg te kunnen krijgen.”

Het OLVG vindt het ook niet de taak van ziekenhuizen om boerkadragers te weren, ook niet als het om bezoekers van patiënten gaat. „Iemand weigeren doen we alleen als iemand zich misdraagt.”

Bij verpleeghuizen komt gelaatsbedekkende kleding helemaal niet voor, laat brancheorganisatie Actiz weten. Dat geldt ook voor veel onderwijsinstellingen. De Hogeschool Rotterdam zegt dat het weren van gezichtsbedekking al bij de huisregels hoort. „Contact en identificatie vinden wij een essentieel onderdeel van onderwijs geven”, zegt woordvoerder Ahmet Olgun. De koepel van islamitische scholen ISBO was vanwege de vakantie niet bereikbaar.

Eén lijn

De overheid heeft moeite om één lijn te trekken. Tot nu toe was er voor boerkadragers, zoals bijvoorbeeld in Utrecht, de mogelijkheid hun gezichtssluier af te doen in een aparte ruimte, in het bijzijn van een vrouwelijke ambtenaar. Maar dit alternatief aanbieden mag vanaf donderdag niet meer, bevestigt het ministerie van Binnenlandse Zaken. De gezichtssluier ophouden voor en na het betreden van de afgesloten ruimte is namelijk in strijd met de wet, is de instructie die naar gemeenten is gegaan. Utrecht stopt dus met deze mogelijkheid, zegt een woordvoerder van burgemeester Van Zanen. „Wij hebben begrepen dat zo’n hokje in het gebouw niet meer mag.”

Opmerkelijk genoeg blijft de politie op politiebureaus, ook overheidsgebouwen, wél het alternatief bieden voor het afdoen van de gezichtsbedekking in een aparte ruimte, blijkt uit een interne richtlijn die ook onder medewerkers is verspreid. Daarin staat dat personen die „om religieuze redenen” de gezichtsbedekking niet willen afdoen op het bureau toch nog naar een aparte ruimte kunnen gaan om daar hun gezichtssluier af te doen en hulp te krijgen van een vrouwelijke collega. Volgens de politie is dit wel in „de geest van de wet”.

De politie biedt ook hulp op locaties buiten het politiebureau, zo bleek vorige week uit deze tweet van de politie: „Er staat niet in de wet dat mensen die een boerka dragen geen aangifte mogen doen. […] Dus helpen we ze daarbuiten. Als iemand ons nodig heeft, moeten we helpen.” Meteen klonk de kritiek dat de politie te meegaand is. Maar volgens de woordvoerder is het niet vreemd burgers tegemoet te komen. „Als mensen aangifte willen doen, faciliteren wij dat ook met ouderen die minder mobiel zijn.” En dat de politie niet altijd direct boetes uitschrijft, is volgens het Openbaar Ministerie ook niet gek. „Als je te hard rijdt, krijg je de ene keer een waarschuwing en de andere keer een boete.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.