Ruim een derde transfers na start voetbalcompetitie

Spelershandel NRC-analyse toont aan dat veel voetballers na de start van de competitie nog verkassen. Oneerlijk, vinden trainers en clubs.

Matthijs de Ligt begroet supporters bij zijn aankomst bij het Juventus Medical Center in Turijn.
Matthijs de Ligt begroet supporters bij zijn aankomst bij het Juventus Medical Center in Turijn. Foto Alessandro Di Marco /EPA

Ruim een derde van alle voetballers die door Nederlandse clubs worden verkocht of verhuurd verwisselt pas na het begin van de competitie van werkgever. Dat blijkt uit een analyse die NRC maakte van alle zomertransfers in de eredivisie tussen 2012 en 2018. De cijfers maken duidelijk hoe vaak spelers nog van club veranderen terwijl op sportief en financieel vlak al belangrijke wedstrijden worden gespeeld. Deze week begint de eredivisie, de ‘deadline’ voor voetbaltransfers loopt dit jaar af op 2 september.

Trainers en clubs ergeren zich al jaren aan die praktijk. Ajax, PSV, Feyenoord, AZ en FC Utrecht spelen voorrondes voor belangrijke Europese toernooien terwijl de selecties nog niet altijd helemaal rond zijn en er nog belangrijke spelers kunnen vertrekken. Dat zou de kans kunnen verkleinen dat ze zich plaatsen voor de Champions League of de Europa League. Kwalificatie voor die toernooien is belangrijk voor de clubs – meedoen aan de Champions League levert bijvoorbeeld minimaal zo’n 30 miljoen euro op.

De markt voor voetbaltransfers is één van de meest bijzondere van Europa. In 2001 ging de Europese Commissie akkoord met zogenoemde ‘transferdeadlines’. Er is een aan- en verkoopperiode voor voetballers in de zomer en één in de winter. Dat de markt buiten die periodes ‘op slot’ gaat is een inperking van het vrije verkeer van werknemers in de Europese Unie.

Tussen 2012 (toen de cijfers voor het eerst goed werden bijgehouden) en 2018 verlieten ruim 1.500 spelers hun Nederlandse eredivisieclub in de zomer – ieder seizoen gemiddeld een elftal per club. Van de spelers die binnen de beperkte zomerperiode verhandeld mochten worden, blijkt 34 procent na het begin van de competitie te veranderen van club. De handel in spelers na de start van de competitie beschouwen clubs en trainers als oneerlijk. PSV-trainer Mark van Bommel beklaagde zich er onlangs nog over.

Theo van Seggelen, secretaris-generaal van de internationale spelersvakbond FIFPro, schrikt van hoeveel spelers nog zo laat van club veranderen. Hij noemt het een „idiote situatie” en vindt de manier waarop internationaal in spelers wordt gehandeld „een nieuwe vorm van competitievervalsing”. Dat komt doordat andere landen hun markten langer open houden. Daardoor kunnen Nederlandse spelers soms nog worden gekocht, terwijl geen vervangers meer kunnen worden gehaald.

Lees ook het achtergrondverhaal: Bij de start van het seizoen draait de handel in voetballers nog volop

Precies dát zorgt ervoor dat in Nederland de deadline niet vervroegd kan worden. Voetbalbond KNVB laat in een reactie weten dat het graag de transferperiode voor het begin van de competitie legt, maar dat daarvoor de ‘transferwindows’ van alle grote internationale competities gelijkgetrokken moeten worden. Een woordvoerder: „Het is lastig om als Nederland alleen deze beslissing te nemen. Daarmee zouden we namelijk het Nederlandse voetbal alleen maar schaden.”

Chaotische handel pagina S6-7