Een archeologisch geluk bij een ecologisch ongeluk

Archeologie Bij de zoektocht naar containers van MSC Zoë vonden bergers eeuwenoude scheepsplanken. Het wrak uit 1536 is nu opgegraven.

Duikers van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed leggen de eeuwenoude koperen platen in netten.
Duikers van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed leggen de eeuwenoude koperen platen in netten. Foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Stenen kanonskogels, big bags vol koperen platen en bakken met in plastic gewikkelde houten planken. Een schip van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, zo’n 15 kilometer ten noorden van Terschelling, ligt er vol mee. Met een snelle reddingsboot is het een uur varen vanaf Harlingen naar de plek waar maritiem archeologen eerder dit jaar een scheepswrak vonden uit 1536. Het is het oudste schip dat ooit in de Nederlandse Noordzee is gevonden.

Na de containerramp afgelopen januari, waarbij het schip MSC Zoë 345 containers verloor, vonden bergers houten planken die eeuwenoud moesten zijn. „Fantastisch, een jongensdroom”, zegt maritiem archeoloog Thijs Coenen aan boord. Een archeologisch geluk bij een ecologisch ongeluk.

De afgelopen drie weken zat Coenen op zee, samen met zijn team, om het wrak te op te graven. NRC mocht het schip bezoeken, terwijl het team de laatste overblijfselen van de vijfentwintig meter diepe bodem haalden.

In de verte ligt een bewakingsschip dat de historische vondst vierentwintig uur per dag beschermt. Niemand kan zomaar de vindplaats bezoeken, die in een vaargeul ligt. Een tegenvaller voor sportduikers en vissers die hun netten even over de bodem slepen, in de hoop iets mee te pikken van het scheepswrak met 15.000 kilo koper aan boord.

Lees ook: Een paar planken en vijf ton koper uit de 16de eeuw

Kopermonopolie

De onderzoekers vonden vooral koperen platen. Op de platen zijn stempels gedrukt van de rijke Duitse bankiers- en handelsfamilie Fugger, die in de zestiende eeuw ongeveer het monopolie bezat op de Europese kopermijnen.

Zonder die koperplaten was het hout al vergaan. Koper beschermde het hout eeuwenlang tegen organismen die het konden opeten of aantasten. Daardoor zijn de gevonden planken en balken vrijwel intact. „Dit is een balk waar de bast van de boom nog op zit”, toont Coenen. „Dat kom je bijna nooit tegen.”

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Elke ochtend en middag gaat het duikteam van in totaal zeven mensen het water in. Tenminste, als de golven lager zijn dan anderhalve meter. Eén tegelijk, een halfuur per persoon, zo’n zes uur per dag. Op de bodem ligt een net, waarin de duikers de koperen platen leggen – de zwaarste weegt 33 kilo. Dan trekt een meterslange grijper het net omhoog, met een lawaai dat de stilte van de Noordzee luid doorbreekt.

Door het gave hout konden de archeologen achterhalen dat het waarschijnlijk om een Nederlands schip gaat. Dankzij dendrochronologie – het onderzoek naar jaarringen van hout waardoor de leeftijd vastgesteld kan worden – weten de archeologen dat het eikenhout stamt uit 1536 en gekapt is in Noord-Duitsland.

Geen bouwtekeningen

Het gevonden hout is belangrijk voor historisch onderzoek. „We hebben geen bouwtekeningen van schepen uit die tijd”, zegt Coenen. Toch weet hij vrij zeker dat het gebouwd werd aan de vooravond van de Gouden Eeuw in Nederland: „Toen maakten de Nederlanders een inhaalslag ten opzichte van het buitenland, omdat we heel snel en succesvol schepen konden bouwen.”

Het schip is gebouwd volgens de zogenaamde huid-eerst-methode – een truc van de Nederlanders. Eerst werd de romp van het schip gebouwd en middels klampen tegen elkaar aan gedrukt; daarna werden de ribben (spanten) erin gezet. In het buitenland deden ze het andersom: eerst de spanten en daarna de huid (de romp). „Met de Nederlandse methode werd minder hout verspild en kon sneller gebouwd worden”, zegt Coenen.

Boven in het stuurhuis zit maritiem archeoloog Thomas Van Damme (28) achter twee computers op het schommelende schip. Op de schermen zijn foto’s te zien van de vindplaats. Zelfs de kleurverschillen tussen de zandkorrels zijn zichtbaar. „Tot vijf jaar geleden was dit ondenkbaar”, zegt Van Damme. Naast de unieke vondst, is ook de opgraafmethode bijzonder.

Dankzij onderwaterfotografie – zogeheten 3D-fotogrammetrie – kon de hele vindplaats onder water in een paar duiken in kaart worden gebracht. „Voorheen kostte dat een paar dagen tot weken, omdat alles met de hand werd ingetekend”, zegt Van Damme, die de hele wereld overvliegt met deze technologie.

Nadat een van de laatste netten omhoog getakeld wordt, baalt Coenen toch een beetje. „We hadden gehoopt iets meer van de houtconstructie te vinden”, zegt hij. „De grijper van de berger heeft het merendeel weggegrepen. Maar goed, zonder de berger hadden we het wrak ook niet ontdekt.”