In Vlaanderen is de jeugdbeweging nog springlevend

Zomerkamp in Belgisch Limburg België kent talloze jeugdbewegingen, met honderdduizenden leden. Hun populariteit neemt, vooral in Vlaanderen, alleen maar toe. Met dank aan de student die elk weekend naar huis komt.

Leden van jeugdbeweging de Chiro op kamp in Hechtel, waar ze verkoeling zoeken in het zwembad. Foto John van Hamond
Leden van jeugdbeweging de Chiro op kamp in Hechtel, waar ze verkoeling zoeken in het zwembad. Foto John van Hamond

„What the fuck is da?” Een jongen van een jaar of twaalf met een blinddoek op staat met een vies gezicht om zich heen te tasten. Van zijn hoofd druipt een gebroken ei naar beneden. Zijn kleding zit onder de rode en witte vlekken – mayonaise en ketchup – en in zijn T-shirt loopt scheerschuim naar binnen. Om hem heen giechelen zo’n twintig kinderen, de helft met blinddoek op, die nog meer eieren op elkaars hoofd stukslaan. De zon marineert ze tot een almaar minder fris ruikend geheel.

Sinds een paar dagen, met nog ruim een week te gaan, zijn 81 kinderen geland op dit kampeerterrein in Hechtel-Eksel, diep in Belgisch Limburg. In een halve maan om het grasveld staan tenten, de vlag van Chiro Malegijs hangt uit. Ze zijn samengekomen voor het jaarlijkse hoogtepunt van de jeugdbeweging: het zomerkamp.

Hebben scouting en jeugdbewegingen in Nederland een wat suf en gedateerd imago, in België – en met name Vlaanderen – is dat wel anders. De Chiro, de scouts, de KLJ, KSA of JNM: ruim 229.000 Vlaamse jongeren waren in 2018 lid van een van de vele jeugdbewegingen, op een totaal van een miljoen kinderen tussen de 5 en 19. In Franstalig België gaat het om zo’n 100.000 jongeren. Door het jaar heen komen de leden elk weekend samen met hun club, om in de zomer weg te trekken naar een van de honderden georganiseerde kampen zoals deze. Na de zomer, als de nieuwe lichting zich inschrijft, beloven er nog meer leden bij te komen: het aantal stijgt al jaren. Sommige jeugdbewegingen moeten zelfs werken met wachtlijsten.

Lees ook: Als kinderen langer vakantie hebben dan hun ouders

„Veel ouders hebben zelf bij een jeugdbeweging gezeten en vinden het een meerwaarde voor de persoonlijke ontwikkeling van hun kind”, legt Timmy Boutsen, specialist jeugdwerk bij expertisecentrum Ambrassade uit. Niels De Ceulaer, nationaal secretaris van de grootste jeugdbeweging van Vlaanderen, de Chiro, voegt toe: „Kinderen krijgen er voeling met het buitenleven, spel, het samenleven als groep.” In tijden van mobieltjes en individualisme wordt dat volgens hem des te meer gewaardeerd door ouders.

Ook zijn jeugdbeweging kreeg de laatste jaren alleen maar meer leden. In 2011 waren er 100.000 Chiroleden, intussen al ruim 112.000. Ter vergelijking: in Nederland heeft de scouting, veruit de belangrijkste jeugdbeweging, zo’n 85.000 jeugdleden. Chiro heeft 895 verschillende groepen in Vlaanderen, waarvan Malegijs er een is. De kinderen op het kampeerterrein in Hechtel-Eksel komen uit Londerzeel, niet ver van Brussel, maar voor het zomerkamp trekken ze steevast de natuur in met tenten. Telefoons worden ingeleverd. De kern: buitenspelen.

Bijna een kwart van de Vlaamse jeugd is bij jeugdbeweging aangesloten

Achter de kinderen met eieren – doel: zo vies mogelijk worden – rennen pubers rond op een grasveld terwijl ze propjes op elkaar afschieten via buisjes. Op het programma de komende dagen onder meer: een picknick, uitstapje naar het zwembad en een nachtspel waarvoor de oudere kinderen midden in de nacht worden wakker gemaakt en het bos intrekken.

Voorheen katholieke signatuur

Leider Stef Van Droogenbroeck, pet achterstevoren op het hoofd en de voorgeschreven beige korte broek aan, bedenkt alles met zijn twaalf mede-leiders. Ook gedurende de rest van het jaar: „Elke zondag spelen we spelletjes, er is op ons terrein in Londerzeel een speelbos aangelegd. We gaan ook wel eens ergens heen, een tijdje geleden deden we bijvoorbeeld een spel in Antwerpen.”

De meeste jeugdbewegingen hadden oorspronkelijk een katholieke signatuur. Zo ook de Chiro, die in 1934 ontstond vanuit de patronaten, een eeuw ervoor al opgericht om de ‘arme volksjeugd’ bezig te houden. Lokale jongeren kregen op zondagen godsdienstvorming en er werd ontspanning georganiseerd. De uniformen, een beige rok of korte broek met een – in het geval van Chiro Malegijs – groen T-shirt, herinneren aan de traditionele herkomst van de beweging, maar sinds de jaren 30 veranderde er veel, vertelt nationaal secretaris De Ceulaer. „Door de jaren heen verviel de katholieke signatuur steeds meer. In de jaren 70 was de Chiro eerder een maatschappijkritische beweging die het gedachtegoed van 1968 omarmde. Toen leden zich ook daarbij steeds minder thuis voelden, zijn we almaar meer een spelbeweging geworden, open voor iedereen.”

In de jaren 80 en 90 daalden de ledenaantallen van jeugdbewegingen sterk, zowel in België als in Nederland. Boutsen van de Ambrassade: „Het jeugdwerk werd vanaf de jaren 70 en 80 steeds professioneler. Het beleid focuste op bepaalde doelgroepen, kwetsbare jeugd. Het gevolg daarvan was dat jeugdwerk dat puur om vrijetijd draaide, moeilijker aan subsidies en ondersteuning kwam.”

Dip in Nederland

In Nederland kwamen de jeugdbewegingen de dip nooit te boven. In België verloren ze tienduizenden leden. Totdat er eind jaren 90 weer meer in hen werd geïnvesteerd. Chiro krijgt nu jaarlijks 1,8 miljoen euro subsidie – zoals alle jeugdbewegingen door de overheid worden gesteund. Het ledengeld kan laag worden gehouden: tussen de 24 en 52 euro. Een zomerkamp kost maximaal 150 euro. De lage kosten van de jeugdbewegingen maken het voor ouders extra voordelig kinderen in de weekends en tijdens de zomervakantie, die in België negen weken duurt, bij hen onder te brengen.

De Belgische sociale structuren helpen mee bij de populariteit van jeugdbewegingen, denkt Boutsen. „We kennen hier een heel sterk verenigingsleven. Ook voor volwassenen heb je in bijna elke gemeente meerdere sociaal-culturele verenigingen.” Een groot verschil met Nederland is ook dat studenten minder snel afhaken. De meeste Vlaamse studenten zijn doordeweeks op kamers. In het weekend komen ze naar huis, én terug bij hun jeugdbeweging. Opvallend veel van hen zitten nog altijd bij een jeugdbeweging, en dat is ook nodig: hij wordt gedragen door de vrijwillige inzet van de jongeren.

Voor de 21-jarige Stef Van Droogenbroeck is het zijn vijftiende jaar bij de Chiro. Hij studeert toegepaste economie in Leuven. „Ik zit daar op kot, maar in het weekend kom ik thuis en zie ik vooral mijn vrienden van de Chiro. Vaak vergaderen we dan op vrijdag en drinken we wat, dan doen we zaterdag nog voorbereidingen en zondag is het Chirodag.”

Het warme weer van afgelopen week was voor vakantiegangers geen reden om thuis te blijven: ze hadden immers al geboekt, en je gaat ook voor de sfeer

Verantwoordelijkheid

De vakantiekampen draaien bijna volledig op oudgedienden, zoals Van Droogenbroeck, tussen de 18 en 24 jaar. Zij bouwden het kamp op, groeven de wc-gaten en bouwden een douche. Onder een grote tent koken acht koks op meegenomen fornuizen waarvan de geur van het vlees van vanavond opstijgt. Hij heeft er verantwoordelijkheid van leren dragen, denkt Van Droogenbroeck. „Toen we hier vorige week aankwamen was er bijvoorbeeld eikenprocessierups in de bomen, dat moeten we dan oplossen. Of als er iemand heimwee of buikgriep krijgt.”

Heb je bij een jeugdbeweging gezeten, staat dat dus goed op het cv. Maar uiteindelijk draait het om de gezelligheid. „Al mijn beste vrienden zijn van de Chiro”, vertelt Van Droogenbroeck terwijl een groepje verderop een Jupiler opentrekt. Over een tijdje stopt hij misschien, maar: „Je bent nooit echt volledig uit de Chiro.”