Opinie

In deze tijd zorgt bijzonder onderwijs voor tegenspraak

De vrijheid van onderwijs is een groot goed, schrijft . Bijzondere scholen werken segregatie niet in de hand, integendeel.
Ingelijste kaarten en schilderijen in het Haga Lyceum in Amsterdam
Ingelijste kaarten en schilderijen in het Haga Lyceum in Amsterdam Foto David van Dam

Met grote felheid wordt over de vrijheid van onderwijs gesproken. NRC maakte de balans op (Hoe houdbaar is artikel 23 nog?, 20/7), enkele brieven voor afschaffing van het bijzonder onderwijs volgden. Er was een incident op een Amsterdamse school – het Haga Lyceum – dat opgelost moet worden, maar er is meer aan de hand. Er staat een groot maatschappelijk goed op het spel, en dat leidt tot uitspraken met een hoog ideologisch gehalte.

In het onderwijs gaat het om de toekomst van kinderen en van de samenleving. Wie zich met onderwijs bezighoudt, heeft het dus niet over zomaar iets. Vrijheid van onderwijs gaat dan ook verder dan de onrustige waan van de dag of de richting van de politieke windvaan, en is gelukkig grondwettelijk verankerd.

In Nederland is het een groot goed dat (groepen in) de maatschappij de ruimte krijgen om ‘bijzondere’ scholen op te richten. Dat past bij hoe we denken over de pluriforme samenleving. De overheid heeft vanuit deze grondgedachte de taak om te zorgen dat iedereen de mogelijkheid krijgt onderwijs te volgen, en heeft de zorg voor het openbaar onderwijs.

Ons duale stelsel van bijzonder en openbaar onderwijs brengt ons meer dan we ons realiseren. In landen als Engeland en Frankrijk is er een stelsel van public schools/écoles publiques, dat een parallel systeem van private scholen oproept waar de samenleving weinig zicht op heeft en dat segregatie bevordert. De mainstream bijzondere scholen in Nederland kunnen en willen zich niet anders verstaan dan gericht op de hele samenleving en daar een bijdrage aan leveren. Dat bijzondere scholen segregatie in de hand zouden werken is complete onzin. Alle onderzoeken hierover wijzen precies in de tegenovergestelde richting.

De maatschappelijke opdracht van de school is pedagogisch: kinderen en jonge mensen ondersteunen in hun ontwikkeling en vorming. De pedagogische visie van een school is onlosmakelijk verbonden met haar mensvisie, dat is: haar kijk op goed leven en goed samenleven. Een mensvisie is geen onveranderlijk en onbegrijpelijk iets maar beweegt mee met nieuwe ontwikkelingen en vraagstukken. Scholen op levensbeschouwelijke grondslag bewegen mee aan de hand van verhalen en gebruiken die ze van waarde vinden. Het zijn bronnen waaraan ze hun ontwikkelingen spiegelen – zitten we nog op de goede weg? Daarmee zijn deze scholen een teken van tegenspraak geworden in onze samenleving. Ze volgen namelijk niet altijd wat de economie dicteert die lokaal en mondiaal tot vele verliezers leidt. Ze helpen kinderen een levensvisie te ontwikkelen, dagen hen uit hun eigen keuzes te maken en leren ze open te staan voor wat op hun pad komt – aan onverwacht mooie en minder mooie dingen. En voor wie hier denkt aan indoctrinatie: kom kijken op deze scholen en ervaar de praktijk.

Lees ook: Hoe houdbaar is artikel 23 nog?

Degenen die de tekens van tegenspraak lastig vinden, pleiten nu het hardst voor de verbanning van alles wat naar levensbeschouwing of religie riekt. Voor hen laten bijzondere scholen iets horen wat niet (meer) gehoord mag worden. De ruimte voor deze scholen toont hoe beschaafd en vrij we zijn als samenleving. We hebben veel te verliezen, maar nog meer te winnen als we die ruimte koesteren voor alle scholen en voor alle kinderen. Omwille van hun toekomst en die van de samenleving.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.