IMF-race kan nog alle kanten op

Toppositie Wie volgt Christine Lagarde op als directeur van het IMF? Europese landen kiezen van oudsher wie de baan krijgt, maar unanimiteit is ver te zoeken. Nederlandse kanshebber Jeroen Dijsselbloem ligt vooral bij zuidelijke landen slecht.

Jeroen Dijsselbloem, in de race om directeur te worden van het IMF, heeft in zijn tijd als Eurogroepvoorzitter weinig vrienden gemaakt in de Zuid-Europese landen.
Jeroen Dijsselbloem, in de race om directeur te worden van het IMF, heeft in zijn tijd als Eurogroepvoorzitter weinig vrienden gemaakt in de Zuid-Europese landen. Foto Remko de Waal/ANP

Krijgt Nederland dan toch een topfunctie bij een prestigieuze internationale organisatie? Of grijpt het kabinet net als bij Frans Timmermans alsnog mis bij de race om de toppositie van het IMF? Het kan nog alle kanten op voor Jeroen Dijsselbloem, zo blijkt uit de Angelsaksische media. Volgens persbureau Bloomberg zijn er nog vijf kandidaten: naast Dijsselbloem zouden ook de Fin Olli Rehn, de Portugees Mário Centeno, de Spaanse Nadia Calviño en de Bulgaarse Kristalina Georgieva kans maken om vertrekkend IMF-directeur Christine Lagarde op te volgen. De Financial Times schreef maandag over een shortlist van drie. Bij die lijst zijn de Iberische kandidaten verdwenen.

De VN-organisatie zoekt volgens een verklaring op haar site iemand die „heeft bewezen over de vaardigheden als manager en diplomaat te beschikken die nodig zijn om een mondiaal instituut te leiden”.

Het IMF kondigde zelf aan een shortlist te presenteren met drie namen. Tot die tijd zijn er geen formele kandidaten. Ook Dijsselbloem is niet formeel door het kabinet naar voren geschoven. De PvdA’er, van 2012 tot en met 2017 minister van Financiën, is sinds 1 mei voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Tot vorig jaar was Dijsselbloem nog voorzitter van de Eurogroep, het overleg van ministers uit de eurolanden.

Frankrijk speelt altijd een belangrijke rol in de benoeming van de IMF-directeur. Niet toevallig had het fonds al zes keer een Franse directeur en leidt minister van Financiën Bruno Le Maire ditmaal de sollicitatieprocedure. De Franse regering had eigenlijk ECB-directeur Mario Draghi op het oog. Hij liet vorige week echter weten niet geïnteresseerd te zijn in nog een topfunctie. Verder is Mark Carney, directeur van de Britse centrale bank, naar verluidt afgevallen omdat hij „niet Europees genoeg” zou zijn.

Lees ook een eerder opiniestuk over de IMF-race: Herhaal economisch wanbeleid niet, geen Dijsselbloem bij IMF

Weinig zuidelijke vrienden

Unanimiteit onder de Europese IMF-leden is ver te zoeken, en dat zou vooral het gevolg zijn van tegenstellingen tussen het zuiden en het noorden. Waar landen als Nederland en Duitsland het liefst Dijsselbloem of Rehn voordragen, zien Spanje en Italië meer in Centeno of Calviño.

Dijsselbloem heeft als – uitgesproken – voorzitter van de Eurogroep weinig vrienden bij de zuidelijke landen gemaakt. Zo stelde hij in een interview in 2017 vast dat tegenover solidariteit in Europa ook plichten staan. „Ik kan niet al mijn geld aan vrouwen en drank uitgeven en vervolgens mijn hand ophouden”, zei hij. Veel zuidelijke landen voelden zich hierdoor gekrenkt.

Bij de noordelijke landen oogstte Dijsselbloem juist lof met zijn optreden in de Griekse schuldencrisis. Ook ging onder zijn leiding de Europese bankenunie van start.

Dat Europa een kandidaat mag leveren, staat overigens niet eens vast. Al decennialang bestaat er een gewoonterecht dat de VS de president van de Wereldbank mogen leveren en Europa de IMF-directeur. Maar niemand weet of de Amerikaanse president Donald Trump deze stilzwijgende afspraak respecteert.

Nadia Calviño

Zonder politieke ervaring wandelde Nadia Calviño in 2006 het Berlaymontgebouw van de Europese Commissie binnen. Om binnen enkele jaren op te klimmen tot een Brusselse toppositie. Als onderdirecteur op het departement voor Mededinging en later bij Interne Markt wist ze indruk te maken als „stabiele, energieke technocraat”, schreef de Spaanse krant El Pais enkele jaren terug. Het leverde haar een promotie op tot directeur-generaal die waakt over het budget van de Europese Commissie.

Calviño bouwde zo bovendien een groot netwerk op dat haar later als minister van Economische Zaken in Spanje van pas kwam.

Toen ze in 2017 als bewindsvrouw aantrad noemde Ana Botin, directeur bij de grootste Spaanse bank Banco Santander, het zelfs „een manier om zeker te zijn dat Spanje invloed zal houden binnen de Europese instituties”.

Calviño heeft een rotsvast vertrouwen in de Europese samenwerking. Bovendien behoort ze tot de socialisten, de groep die na de Europese verkiezingen bij de banencarroussel recentelijk wat karig bedeeld werd. Ook komt haar kandidatuur op een moment dat de roep om meer vrouwelijke topbestuurders steeds luider wordt.

Calviño is aldus „ticking a lot of boxes”, schreef persbureau Bloomberg dit weekend.

Toch wordt de kans dat Calviño de nieuwe IMF-directeur wordt niet al te groot geacht. Dat heeft meerdere redenen. De technocraat Calviño mist vooral bestuurservaring bij een groot instituut. Daarnaast kreeg Spanje met de positie van EU-buitenlandchef voor Josep Borrell Fontelles al een prestigieuze Europese baan. Het is de vraag in hoeverre de noordelijke landen bereid zijn nog een toppositie aan Spanje te gunnen.

Mário Centeno

Een benoeming tot president van het IMF zou de carrière van Mário Centeno nóg spectaculairder maken. De huidige minister van Financiën was in zijn Portugal nog nauwelijks bekend toen hij vijf jaar geleden werd gevraagd om mee te schrijven aan het verkiezingsprogramma van de socialistische partij. Daarvoor was hij als deskundige van de arbeidsmarkt verbonden aan de centrale bank in Lissabon. Toen na de verkiezingen de nieuwe regering snel in een crisis belandde, kreeg de socialist Costa de kans om een regering te vormen. Hij vroeg Centeno voor de post Financiën, al moest de nieuwkomer nog eerst lid worden van de socialistische partij.

Dat het kabinet in het parlement afhankelijk was van het radicale Links Blok en van de communisten, geeft aan hoe smal de marges voor Centeno waren. Het linkse beleid moest passen in de voorwaarden van de Europese Unie. Brussel had eerder een noodkrediet aan het in crisis verkerende Portugal verstrekt en daar zat men niet op economische experimenten te wachten.

De nu 52-jarige Centeno slaagde voor de test. Hij stopte met de bezuinigingen die een zware wissel op de nationale economie trokken. Hij weerstond de Brusselse druk, zelfs toen met een forse boete werd gedreigd. Daarbij had de econoom, die in Lissabon en op Harvard studeerde, het tij mee: eindelijk begon de Portugese economie na jaren van stagnatie te groeien en daalden de werkloosheid en de financiële tekorten. Het prestige van Centeno groeide, ook in Brussel. De Duitser Wolfgang Schäuble noemde hem zelfs „de Ronaldo” van de Europese ministers van Financiën. De lof bleef niet tot woorden beperkt. Begin vorig jaar volgde de Portugees Jeroen Dijsselbloem op als voorzitter van de Eurogroep.

Kristalina Georgieva

De Europese IMF-leden kregen onlangs een vraag van Bruno Le Maire, de Franse minister die de sollicitatieprocedure leidt. Hij wilde weten of de landen iets zagen in het verhogen van de leeftijdsgrens van 65 jaar voor de directeur. De vraag leek in eerste instantie bedoeld om de weg vrij te maken voor 71-jarige ECB-directeur Mario Draghi, de Franse voorkeurskandidaat. Na zijn afmelding komt de inspanning alsnog van pas nu Kristalina Georgieva (65) in beeld is voor het IMF.

De Bulgaarse werd naar verluidt pas vorige week toegevoegd aan de kandidatenlijst toen er voor andere namen geen unanieme steun bleek. Niet voor het eerst doet ze daardoor mee in de race om een toppositie bij een groot internationaal instituut. In 2016 droeg Bulgarije haar voor als Secretaris-Generaal bij de VN, maar greep ze mis. Bij een stemming werd ze slechts achtste van de tien kandidaten. Ook toen dit jaar diverse EU-functies werden verdeeld, zong haar naam rond.

Wat voor Georgieva pleit: haar bestuurlijke ervaring en haar afkomst. Ze werkte vanaf 1993 jarenlang voor de Wereldbank en was daar begin dit jaar zelfs korte tijd president toen de Amerikaan Jim Yong Kim opstapte. Momenteel is ze de nummer twee bij het instituut. Bovendien is ze van Bulgaarse afkomst. Waar Noord-, West- en Zuid-Europa inmiddels kandidaten voor topfuncties hebben geleverd, valt de balans nog karig uit ten opzichte van Oost-Europa. Ook de andere landen beseffen dat.

Georgieva is daarnaast geen onbekende in Europa. Ze diende onder twee voorzitters als Eurocommissaris. Vanaf 2010 was ze verantwoordelijk voor Internationale Samenwerking en Humanitaire Zaken. In 2014 werd ze vice-voorzitter van de commissie. Om in 2017 toch weer terug te keren bij de Wereldbank.

Olli Rehn

‘Begrotingstsaar Olli Rehn komt naar Den Haag.’ Dat was in de periode dat de Fin Europees begrotingscommissaris was (2010-2014) een vrij gebruikelijk kop in Nederlandse media. Het zegt iets over de bekendheid, en wellicht ook over de invloed, die de nu 57-jarige liberaal in de jaren na de financiële crisis had. Rehn moest er als ‘Supercommissaris’ voor zorgen dat de tekorten bij de eurolanden niet te hoog werden.

De teksten van de zacht sprekende Fin werden destijds per lettergreep geanalyseerd, zeker in Nederland waar de staatsschuld en het begrotingstekort door de bankencrisis te zeer waren opgelopen. Ondanks dat de Fin de naam had een onbuigzame boekhouder te zijn, bleek dat in de praktijk mee te vallen. Frankrijk en ook Nederland kregen in 2013 respijt om hun financiën op orde te brengen.

Rehn, zoon van een autohandelaar en lerares Engels, was ooit een verdienstelijk voetballer in Finland. Hij speelde bij een semi-profclub in zijn geboorteplaats Mikkeli.

Al op zijn 42ste, in 2004, belandde Rehn in de Europese Commissie waar hij verantwoordelijk was voor de uitbreiding van de Europese Unie. Na zijn Brusselse carrière werd hij, in 2015, in eigen land korte tijd minister van Economische Zaken. Een jaar later trad hij toe tot het bestuur van de Finse centrale bank.

Zijn ervaring als eurocommissaris kan Rehn van pas komen in de strijd om het presidentschap van het IMF. Ook in die rol gaat hij immers over de financiële discipline van landen. Zo is de VN-organisatie in haar zogeheten landenrapporten altijd kritisch over de Nederlandse huizenmarkt die door de hypotheekrenteaftrek kwetsbaar was. Precies de gedachte van Rehn die Nederland als eurocommissaris keer op keer opriep om de renteaftrek te beperken.