Opinie

Extreem weer beroofde spannende Tour van spannend slot

Wielrennen

Commentaar

Zo opwindend als de Tour de France al vanaf de eerste etappes was, zo weinig spectaculair was de ontknoping – tenminste, in sportief opzicht. Toen de renners vorige week donderdag begonnen aan op papier drie loodzware dagen in de Alpen, met de Franse publiekslieveling Julian Alaphilippe al twee weken in de gele trui, waren er nog minstens vijf kanshebbers voor de eindzege. Maar vrijdag zetten de weersomstandigheden een streep door de finale van de tweede Alpenrit: als gevolg van sneeuw, hagel en aardverschuivingen op het parcours werd de etappe in de slotfase gestaakt. Een juiste beslissing van de Tourdirectie, de veiligheid van de renners stond terecht voorop.

Op dat moment had de Colombiaan Egan Bernal na een tempoversnelling bergop al een geslaagde greep naar de gele trui gedaan. Als gevolg van verwacht slecht weer zaterdag werd de laatste van drie etappes in de Alpen meer dan gehalveerd en in de resterende 59 kilometers werden in de strijd om het geel geen verschillen gemaakt. Door beide ingrepen werd een streep gezet door de aanvalsplannen van Steven Kruijswijk. Vorig jaar kende hij met een lange solo op weg naar Alpe d’Huez nog een uitschieter, in deze Tour deze keer bleef die uit.

In Colombia gingen de vlaggen uit. Met Egan Bernal heeft het wielergekke land dat zoveel topklimmers voortbracht eindelijk een Tourwinnaar. Met tweede plaatsen waren Nairo Quintana en Rigoberto Urán er in het afgelopen decennium dichtbij, hun 22-jarige landgenoot zorgde nu voor de primeur.

Joop Zoetemelk blijft de laatste Nederlander die de Tour won, in 1980; Kruijswijk was met zijn indrukwekkende Jumbo-Visma-team niet bij machte Bernal en de Tourwinnaar van vorig jaar Geraint Thomas – beiden van Ineos, het voormalige Team Sky – naar de kroon te steken. Ondanks het ontbreken van potentiële winnaars als Tom Dumoulin, viervoudig Tourwinnaar Chris Froome en de Sloveense Primoz Roglic was een knappe derde plaats op het podium in Parijs het hoogst haalbare voor de 32-jarige Kruijswijk.

Andermaal streed een Nederlander mee om de eindzege in ’s werelds grootste wielerwedstrijd. Vorig jaar was dat Tom Dumoulin, die nu ontbrak omdat hij nog revalideert van een val in de Ronde van Italië. Dumoulin werd vorig jaar tweede, achter Welshman Thomas. Hij was toen wel de eerste Nederlander op het Tourpodium sinds Erik Breukink, de nummer 3 in 1990. Kruijswijk en Dumoulin zijn in de grote ronden hoofdrolspelers in de hausse in het Nederlandse wielrennen – zowel bij de mannen als de vrouwen. In 2016 had Kruijswijk de eindzege in de Giro voor het grijpen, tot hij in een afdaling in de roze leiderstrui tegen een sneeuwmuur knalde. Een jaar later won Dumoulin de Giro.

Ondanks het ontbreken van Dumoulin kende de 106de Tour voor Nederland een droomstart, doordat Jumbo-renner Mike Theunissen in Brussel de eerste etappe won, en daarmee de gele trui veroverde. Op dag 2 won Jumbo-Visma de ploegentijdrit, een prestatie die sinds 1992 (Panasonic) niet was vertoond door een Nederlandse ploeg.

Kruijswijk heeft nog mooie jaren voor de boeg. Maar in de Ronde van Frankrijk zal het er voor hem niet makkelijker op worden – ervan uitgaand dat Roglic en Dumoulin er in 2020 weer bij zijn. En in de wetenschap dat Egan Bernal de Tour komende jaren weleens zou kunnen gaan domineren.