Die omhaal maakte Humphrey Mijnals tot een held

Necrologie | Humphrey Mijnals (1930-2019), voetballer Hij was de eerste Surinaamse voetballer die uitkwam voor het Nederlands elftal en heeft de weg geplaveid voor spelers als Ruud Gullit, Frank Rijkaard en Patrick Kluivert. Ouderen beschouwen hem als een godheid.

Humphrey Mijnals at kort na aankomst in Nederland erwtensoep met worst met zijn hospita en kocht geitenwollensokken om de kou te verdrijven.
Humphrey Mijnals at kort na aankomst in Nederland erwtensoep met worst met zijn hospita en kocht geitenwollensokken om de kou te verdrijven. Foto archief NRC

Romeo Zondervan herinnert het zich als de dag van gisteren, die keer dat hij met zijn vader door het Haagse Zuiderpark liep, bij het oude ADO-stadion. Het was in 1977, Zondervan had net zijn profdebuut voor ADO gemaakt, zijn pa was komen kijken. „Opeens zag mijn vader Humphrey Mijnals op een bankje bij een friettent zitten. Mi gado!, schreeuwde hij. Mijn God. Hij holde naar Mijnals. Ik heb mijn vader nog nooit zo gelukkig gezien als die dag.”

De vorige week op 88-jarige leeftijd overleden Mijnals was veel meer dan alleen de eerste voetballer van Surinaamse komaf die in het Nederlands elftal speelde. Met name oudere Surinamers beschouwen hem als een godheid, zegt Zondervan, die als tweede voetballer met Surinaamse roots in Oranje debuteerde, in 1981, ruim twintig jaar na Mijnals. „Hij heeft de weg geplaveid voor spelers als Ruud Gullit, Frank Rijkaard en Patrick Kluivert”, zegt Zondervan, „al zal zijn naam latere generaties veel minder zeggen.”

Mijnals (bijnaam: ‘Minna’) werd geboren in Moengo, een dorp in het oosten van Suriname. Hij spijbelde om te kunnen voetballen, blootvoets op straat, soms tot bloedens toe vanwege de glasscherven. Op zijn twaalfde verhuisde het gezin naar een volksbuurt in Paramaribo. Mijnals en zijn broers Frank en Stanley vielen er al snel op als goede straatvoetballers.

Veel reacties op social media

Alle drie kwamen ze in de jaren vijftig uit voor de hoofdstedelijke voetbalclub Robinhood. Humphrey Mijnals werd vier keer landskampioen met de club. Hij speelde 45 keer voor het Surinaamse elftal. Ook in zijn geboorteland is hij een icoon, getuige de vele reacties op social media en in de Surinaamse pers.

Een kennis van zijn ouders in Nederland, dominee Graafland uit Zeist, zag de potentie van Mijnals. Hij tipte de Utrechtse club Elinkwijk over „een ongelooflijk goede voetballer uit Suriname”. Er volgde een telegram. Vijf dagen later zat Mijnals op de boot, en zestien dagen later kwam hij aan in Nederland. Een pas getrouwde twintiger met een grote meloen onder zijn arm voor zijn daar woonachtige zus.

Jan Stekelenburg, oud-presentator van Studio Sport, vertelt over de eerste voetbalstappen van Mijnals in Utrecht, in 1956. Stekelenburg was toen vijftien en fan van Elinkwijk. Humprey woonde schuin tegenover hem. Zijn broer Frank, die ook voor Elinkwijk uitkwam, woonde twee huizen verderop.

Humphrey Mijnals probeert namens Elinkwijk een doelpunt te voorkomen tegen De Volewijckers. Foto Wim van Rossem/Spaarnestad

Kaarsrecht en imposant

„Mijnals speelde als een vorst”, zegt Stekelenburg. „Kaarsrecht, imposant, als Virgil van Dijk nu. En technisch zeer begaafd, dat ook.”

Elinkwijk trok meer voetballers uit Suriname aan, onder wie Michel Kruin en Erwin Sparendam. Ze vielen in positieve zin op, maar pasten zich niet altijd even makkelijk aan Nederland aan – of Nederland aan hen.

Filmmaker Juul Bovenberg, die een mini-documentaire over Mijnals maakte, vertelt dat hij een keer in de bus zat, niet lang na zijn aankomst in Nederland, toen een kind naar hem wees en zei: ‘Kijk mama, Zwarte Piet’.

En Mijnals heeft volgens haar ook eens door een supporter horen roepen tijdens een wedstrijd: ‘Plak een zegel van 15 cent op zijn kont en stuur hem terug’.

Toch hield Mijnals geen vervelend gevoel over aan dat soort incidenten, zegt Bovenberg. „Hij vond het schokkend, dat wel, maar vertelde er ook een beetje lacherig over. Alsof hij, de man die binnen de Surinaamse gemeenschap op handen werd gedragen, er boven stond.”

Voor het Nederlands elftal kwam verdediger Mijnals drie keer uit. Hij groeide uit tot held bij zijn debuut in een oefenwedstrijd tegen Bulgarije, in april 1960, waarin hij met een omhaal een doelpunt van de tegenstander voorkwam.

Het Olympisch Stadion zat voor een groot deel vol Surinamers, alsof de voltallige gemeenschap was afgereisd, zou hij later vol trots zeggen. Nederland won met 4-2. Na afloop renden supporters het veld op om Mijnals op de schouders te hijsen.

Bekijk hier een video uit 2012, waarin Mijnals terugkijkt op zijn omhaal. De omhaal is te zien vanaf minuut 2:41.

Zijn beperkte aantal caps voor Oranje moet voor een deel worden verklaard door een incident buiten het veld. Zo kwam de voetballer in conflict met de KNVB nadat hij in het Utrechts Nieuwsblad kritiek had geuit op het selectiebeleid. Tussen hem en bondscoach Elek Schwartz zou het niet meer goed komen. Wel werd Mijnals in 1999 verkozen tot Surinaamse voetballer van de eeuw en ontving hij in 2008 de Sportpenning van de gemeente Utrecht.

De motivatiecoach

Na zijn voetballoopbaan speelde en coachte Mijnals nog een tijd bij de multiculturele Utrechtse amateurclub Faja Lobi. En toen hij wat meer op leeftijd was, fungeerde hij daar als officieuze motivatiecoach voor de spelers van het eerste elftal.

„Hij had een enorme presence”, zegt voorzitter Tom Bainathsah, die Mijnals ruim veertig jaar heeft gekend. „Als hij de kleedkamer binnenliep, viel het meteen stil. Hij was groot gebouwd en droeg dat roemrijke verleden met zich mee. Na zijn peptalk deden spelers er altijd een tandje bij.”

Elke laatste zondag van augustus organiseert Faja Lobi het Humphrey Mijnals-toernooi, dat dit jaar voor de zeventiende maal wordt gehouden. „We wisten dat Humphrey ziek was”, zegt Bainathsah, „en we hebben vooraf gevraagd wat zijn voorkeur had: wel of niet spelen. Hij zei dat hij trots was op zijn toernooi, en dat het niet mocht worden afgelast. Alleen de live muziek hebben we dit jaar geschrapt.”

Prettige charmeur

Mensen die hem goed kennen typeren Mijnals als een geïnteresseerd mens met een sterke persoonlijkheid, die graag in het middelpunt van de belangstelling stond. „Hij was een charmeur”, zegt filmmaker Bovenberg, „maar op een prettige, humoristische manier”.

In haar documentaire vertelt Mijnals beeldend over zijn eerste impressies van Nederland, waar hij kort na aankomst erwtensoep met worst at met zijn hospita en geitenwollensokken kocht om de kou te verdrijven.

„Een rare Surinamer”, noemt hij zichzelf aan het eind van de film. Want uiteindelijk voelde hij zich na driekwart eeuw toch een echte Nederlander.