De sollicitant die zich niet liet wegsturen

Wie: Can

Kwestie: belaging

Waar: Rechtbank Den Haag

De Zitting

Wanneer ontaarden telefoontjes, e-mail-, app- en Facebookberichten in ‘belaging’? Voor de rechter hangt dat dus af van de aard, frequentie, duur en de intensiteit van de communicatie. Dát er sprake was van overdreven vaak contact zoeken en soms ook bedreiging, geeft verdachte Can (20) toe. Na de routinevraag „wat vindt u van de beschuldiging” geeft de verdachte een heldere samenvatting van wat er tussen 2017 en 2019 is gebeurd.

Ja, hij heeft zich misdragen. Maar dat hij zoveel angst heeft veroorzaakt, snapt hij niet goed. Hij meent dat het pas vanaf het najaar 2018 uit de hand liep tussen hem en uitzendbureau Randstad. In het bijzonder met de jonge vrouw die er als vaste bemiddelaar voor Mentor Medical personeel aannam.

Dáár wilde Can (‘Tsjan’) werken – het betaalde goed, was niet te moeilijk en „vlak om de hoek”. Daar ‘production technician’ zijn, was zijn droombaan. En zo stuurde hij zijn cv, met brief, naar de bemiddelaar. En daarna ging hij bellen en appen. Steeds kwam hij bij haar uit. Maar hij kreeg nooit een gesprek. Terwijl Can zó gemotiveerd was. Was hij wel technisch genoeg? Was z’n Engels wel voldoende? Die vragen vond hij onzin: als nachtreceptionist in een hotel kon hij zich prima redden.

Langzaam begon Can haar als obstakel te zien – in het najaar van 2018 „ging het gas erop”. Hij was boos, gefrustreerd, agressief. Hij vond haar op Facebook en stuurde Messenger-berichten. Daarin noemde hij ook haar moeder, schreef over ‘iedereen pijn doen’ dan wel ‘thuis opzoeken’ en ‘brand stichten’.

Maar vóór najaar 2018 gedroeg hij zich als een normale, vasthoudende sollicitant, bezweert Can. Zijn advocaat citeert uit de zakelijke antwoorden die hij ontving. ‘Solliciteren staat altijd vrij’ werd hem gemaild. Maar toen wél bekenden van Can werden aangenomen, ging het mis. Ze zouden over hem roddelen – de sollicitant die zich niet liet wegsturen. Hij werd boos, jaloers en ging weer bellen. Waarna de politie werd gealarmeerd.

Can kreeg twee agenten aan de deur die uitlegden dat hij zich misdroeg. Het „boeide me niet” zegt hij. Ophouden kon hij niet. Dus werd hij opgepakt, berecht en met een contactverbod en een voorwaardelijke straf naar huis gestuurd. Vanwaar hij al gauw weer belde, om naar zijn geliefde vacature te informeren. Sindsdien zit Can écht vast – vandaag al 108 dagen.

Maar waaróm was hij zo vasthoudend? „Als je ergens voor wil gaan moet je dat helemaal doen. Ik heb ambities, ik wil werken, ik wil m’n moeder blij maken.” En ja, hij uitte bedreigingen, maar dat was niet serieus. Zo is hij helemaal niet, dat was „stoer doen”.

Dan wordt de slachtofferverklaring voorgelezen. Dat blijkt een empathische ‘beste Can’-brief te zijn. Zeker, het is lastig om te worden geweigerd. Maar ze legt ook uit hoe zij leed onder zijn intimidaties, zeker toen hij haar moeder erbij haalde. Als ze uitlegt dat ze nu zelf is vertrokken, wordt hij emotioneel. Dat was zeker niet de bedoeling. „Ik had vroeger moeten stoppen. Ik schrik ervan dat ze dit zo persoonlijk heeft ervaren.”

De psycholoog stelde bij Can een ‘lichte stoornis in cannabisgebruik’ vast. Can kan dan „minder goed communiceren”, zegt hij. Hij gebruikt niet meer, hoewel het hem in het huis van bewaring wel is aangeboden. De psycholoog vindt hem verminderd toerekeningsvatbaar – een ‘bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling’ door narcistische trekken.

De officier vindt de verdachte laconiek, gevoelloos en onverschillig reageren. Ze noemt zijn gedrag verontrustend door de volharding en vastberadenheid. Dat hij „koste wat het kost” die baan wilde krijgen is, mede gezien z’n narcistische trekken, zorgwekkend. Ze eist twaalf maanden cel, waarvan twee voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en een aantal bijzondere voorwaarden.

De advocaat vindt de eis „heel heftig” – zij meent dat hij met een enkelband naar huis zou moeten kunnen. Can zegt tot slot alleen dat hij „onwijs spijt” heeft en met „mijn toekomst verder wil”. Hij wil misschien elektricien worden. Na drie maanden voorarrest voelt hij zich uitgeput en vreemd. Hij mist z’n moeder, die „niet mobiel” is en daarom niet op bezoek kon komen.

De rechtbank veroordeelt Can tot zes maanden celstraf, waarvan twee voorwaardelijk, met drie jaar proeftijd. Met de vrouw en het uitzendbureau mag hij geen contact meer hebben. Ook moet hij een psychologische behandeling krijgen. Z’n voorarrest is daarmee even lang als de straf – hij is vrij.