Zorgen genoeg voor zwemequipe na mislukte WK in Zuid-Korea

WK zwemmen Ooit was het Nederlandse zwemmen een medaillefabriek. Maar de WK waren de slechtste in een kwart eeuw: één medaille.

Arjan Knipping, hier in de finale van de 400 meter, was een positieve uitzondering in de tegenvallende Nederlandse zwemploeg.
Arjan Knipping, hier in de finale van de 400 meter, was een positieve uitzondering in de tegenvallende Nederlandse zwemploeg. Foto Ed JONES/AFP

Wie anders dan Ranomi Kromowidjojo zorgde ervoor dat de hatelijke nul van het scorebord verdween in het Nambu Aquatics Center. Haar zilveren medaille op de niet-olympische 50 meter vlinderslag was slechts een kleine opleving in een verder zeer teleurstellend toernooi voor de Nederlandse zwemploeg. De score was zelfs de slechtste sinds de WK van Rome, een kwart eeuw geleden. Er zijn ook weinig redenen om aan te nemen dat het volgend jaar op de Olympische Spelen in Tokio anders is.

Sportkoepel NOC*NSF pompt jaarlijks 1,5 miljoen euro in de zwemsport. Maar wat heb je aan geld als eremetaal ver uit zicht is? De vierde plaats van de vrouwen op 4×100 meter vrije slag was de beste prestatie, kijkend naar de olympische nummers. De laatste tien jaar eindigden ze altijd op het podium, maar ook dit ‘zekerheidje’ viel weg bij de WK in Zuid-Korea.

Open water

Ook in het open water, nog de reddingsboei bij de Spelen in Rio de Janeiro (2016), was er geen eremetaal. Olympisch kampioenen Sharon van Rouwendaal (tiende) en Ferry Weertman (zevende) haalden slechts een olympisch ticket voor Tokio. Blessures en voorrang geven aan studie waren echter plausibele excuses. Met het oog op Tokio mag daar geen conclusie aan worden verbonden.

Lees ook het verhaal over het teleurstellende optreden van de ploeg in Rio, in 2016

Wat pijnlijk duidelijk werd, is dat Nederland het in het zwembad nog altijd moet hebben van de routiniers Femke Heemskerk en Kromowidjojo. Opvolgers dienen zich (nog) niet aan. Veel talenten zwommen langzamer dan eerder in het seizoen of zelfs twee jaar geleden. De enige verrassing kwam op naam van Arjan Knipping, die imponeerde door op de 400 meter wisselslag het Nederlandse record te verbeteren (4.13,46) en de finale (achtste) te halen.

Neerwaartse spiraal

Ook Jacco Verhaeren, momenteel nog technisch directeur van Australië, maar na de Spelen in Tokio terugkerend naar Nederland, constateert dat het vaderlandse zwemmen in een neerwaartse spiraal verkeert. De oorzaak moet volgens hem worden gezocht in het ontbreken van trainers en faciliteiten. De succescoach, die Pieter van den Hoogenband en Kromowidjojo naar in totaal zes olympisch titels leidde, stelt dat in Australië overal betaalde coaches langs de badrand staan. Zo’n 1.500 in totaal.

Nederland doet het met vijftien fulltime krachten, net zoveel als een willekeurige club in Australië, dat maar 25 miljoen inwoners telt. „Coachen is niet iets dat je ernaast moet doen. Wij mogen trots zijn op onze vrijwilligerscultuur, maar wil je meer kwaliteit, dan zul je moeten investeren. Je moet een grotere vijver creëren. Daar ligt de taak van een clubcoach.”

Ruim 25 jaar geleden was het Verhaeren zelf die aan de wieg stond van de huidige trainingsstructuur in Nederland. Na de Spelen van Sydney (2000), waar Nederland vijf keer goud behaalde, ontstonden er twee commerciële ploegen, die later werden omgedoopt tot topsportcentra van de KNZB. Eén in Eindhoven en de ander in Amsterdam. Vijf regionale centra (RTC’s) verdeeld over het land vormen de tussenstap tussen club en bond. Alleen komt daar te weinig talent uit.

Een andere reden is dat een vereniging bijna een ton kwijt is aan trainingsuren. Een te hoog bedrag voor de meeste clubs. De vierhonderd zwembaden in Nederland liggen tjokvol. Nog te weinig om het groeiend aantal recreanten onderdak te bieden. Meer badwater is een vereiste om beter op te leiden.

Oud-bondscoach Verhaeren: „Nederland heeft altijd gedreven op een of twee toptalenten. „In Australië haalt ook niet ieder talent de top. Maar er zijn genoeg jonge meiden die hier op deze WK hard zwemmen. En dat komt niet omdat je in Australië geboren bent. Nee, dat is wie je zelf bent.”

Daarmee verwijst hij naar de mentaliteit van jonge talenten die geen zin hebben om minimaal vijftien uur per week in het water te liggen. Velen haken vroegtijdig af. Er werd in Zuid-Korea geopperd dat andere landen harder trainen, maar daar gelooft Verhaeren niet in. „Nee, wij doen dingen in Nederland zelfs nog wel beter. In de jaren tachtig en begin negentig hadden we ook een terugval. Daarna haalden we tot 2012 medailles. Dat komt weer terug.”

Bondscoach Marcel Wouda sprak na afloop van ‘genoeg huiswerk’. „We moeten ons zorgen maken. Anders kunnen we nu stoppen. Goed zijn in training is anders dan een wedstrijd. Het is frustrerend dat de ruimte die wij zien bij veel zwemmers, er niet uitkomt. Waarom dat niet lukt? Dat zijn allemaal aparte verhalen. Er is niet één reden aan te wijzen.”

Pijnlijk

Vooral de terugval van Kromiwidjojo was pijnlijk om te aanschouwen. Twee jaar geleden was de geboren Groningse in Boedapest nog grootverzamelaar met vier medailles. Op de 100 meter vrije slag, ooit haar favoriete nummer, haalde ze in Gwangju zelfs de finale niet.

De halve sprintafstand, haar domein getuige drie WK-plakken op rij, besloot ze zondag als zesde. Ver weg van de medailles.

Voor bondscoach Marcel Wouda kwam dat echter niet als grote een verrassing. Er ligt volgens de oud-zwemmer een trainingsplan om Kromowidjojo klaar te stomen voor de Spelen in Tokio. „Daar moet meer werk in”, zei hij kort.

Kromowidjojo geeft zelf de hoop nog niet op. Al gaf ze eerder in de week aan soms een training over te slaan, of in te korten. „Het vuur was al aan, maar dat is nu alleen maar meer aangewakkerd. Ik heb nog een jaar om mezelf en de mensen thuis aan het lachen te maken.”